In plaats daarvan doet Trump het tegenovergestelde. Hij bedreigt een bondgenoot, roept Iran op zich over te geven en zegt dat hij geen haast heeft. De diplomatieke deadline liep deze week af, en hij weigerde die te verlengen. Achter de ruzie schuilt een hardnekkig geschil. Het akkoord van juni klapte omdat beide partijen dezelfde tekst anders lazen: Iran zag er de erkenning in dat het de hele straat mag beheren, Washington las er een plicht in om vrije doorvaart te garanderen. In de kern draait het dus om geld en macht. Iran wil tol heffen en dat noemt Washington juist een rode lijn vanwege het precedent voor elke strategische zeeroute. Dit is geen misverstand dat één telefoontje oplost, maar een structureel gevecht over wie de straat controleert en wie eraan verdient. Zolang het duurt, blijft de olieprijs een risicopremie dragen.
Meer dan één ruzie
Oman is bijna twee eeuwen partner van Washington, sinds het vriendschapsverdrag van 1833. Zo’n oude bondgenoot bedreigen, en tegelijk een kaart delen die de Straat van Hormuz tot “nieuw Amerikaans grondgebied” uitroept, doet iets met vertrouwen. Het blijft bovendien niet bij Oman. Zuid-Korea zag een gezamenlijke oefening geschrapt omdat het niet meehielp, en ook Londen en Madrid kregen verwijten. Washington wijst liever andere schulden aan dan het probleem op te lossen.
Deze week verschoof de druk naar de portemonnee. Trump dreigde met de zwaarste economische operatie ooit tegen één land en waarschuwde ieder land dat Iran nog een financiële reddingslijn biedt (via banken, luchthavens, wisselkantoren of scheepsregisters) voor forse gevolgen. Het doelwit is onmiskenbaar Dubai, al jaren Irans venster op de wereldeconomie: tot tachtig procent van de buitenlandse deviezen en ongeveer een derde van de import loopt via de Emiraten. De Verenigde Arabische Emiraten waren het dreigement vóór en kondigden aan alle handel en betalingsverkeer met Iran stil te leggen.
Als Washington deze keer wel doorpakt en daarmee de sanctieladder met China opklimt, van de kleine raffinaderijen naar de Chinese staatsbedrijven erachter, dan is het voor het eerst in maanden een daad in plaats van een kop. De markt mag een onderscheid maken tussen een aankondiging beleid is of slechts een krantenkop.
De Verenigde Staten hebben Oman nodig voor de straat en voor elke serieuze onderhandeling met Iran op de langere termijn. Toch verschuift er langzaam iets. Golfstaten wegen hun afhankelijkheid van Washington opnieuw, en de vanzelfsprekende Amerikaanse rol in de regio brokkelt af. De Trump-put berust op het idee dat de Verenigde Staten uiteindelijk stabiliseren. Wordt de grootste macht in de regio zelf de bron van onrust, dan verdwijnt precies de zekerheid waarop markten lang leunden.
Niet meer relevant
De woorden van de president zijn bovendien sleets geworden, geen prettige constatering voor een narcist. Sinds het voorjaar was een akkoord met Iran keer op keer vrijwel rond, in maart, in mei, in juni en begin augustus opnieuw. Telkens bleek het niet waar. Ooit bewoog één uitspraak van Trump de hele markt; nu haalt de belegger bij de zoveelste “bijna rond”-kop zijn schouders op. Onberekenbaar in zijn daden, maar voorspelbaar in zijn woorden. Een slechte combinatie voor wie de markt wil sturen.