Vandaag begint de handel in aandelen Colt CZ Group op Euronext Amsterdam. Het Tsjechische wapenconcern, dat al sinds 2020 een notering heeft in Praag, kiest voor een dubbele listing aan het Damrak. Het is de tweede Tsjechische wapenfabrikant in korte tijd die Amsterdam als toegangspoort tot de Europese kapitaalmarkt gebruikt, na Czechoslovak Group eerder dit jaar. ABN AMRO begeleidt de notering. Het gaat niet om een reguliere beursgang met uitgifte van nieuwe aandelen, maar om een secundaire notering van de circa 62,6 miljoen bestaande stukken onder het symbool COLT.
De timing is niet toevallig. Europese defensiebudgetten stijgen, de geopolitieke onrust rondom Iran en de Straat van Hormuz domineert het nieuws, en beleggers zoeken naar manieren om van deze thematiek te profiteren. Colt CZ speelt hier handig op in. Het bedrijf beschikt met merken als Colt, CZ en Sellier & Bellot over een breed portfolio van handvuurwapens, geweren, munitie en tactische accessoires. Over 2025 rapporteerde het concern omgerekend bijna een miljard euro omzet, met productielocaties in Tsjechië, de Verenigde Staten, Canada, Zweden, Zwitserland en Hongarije. Het is een serieus bedrijf met een lange geschiedenis en een groeiend militair orderboek, van CZ BREN 2-geweren voor het Tsjechische leger tot Colt Canada karabijnen voor Denemarken.
Toch schuilt er een bijzondere spanning in deze Amsterdamse notering. Want hoewel het aandeel straks gewoon verhandelbaar is op het Damrak, mag het overgrote deel van de Nederlandse institutionele beleggers er niet in beleggen. Datzelfde geldt voor veel particuliere beleggers die via duurzame fondsen of vermogensbeheerders participeren. De reden ligt in de classificatie van het bedrijf door duurzaamheidsratingbureaus als MSCI ESG Research en Sustainalytics.
De Nederlandse regelgeving rond controversiële wapens is helder. Het Besluit marktmisbruik Wft verbiedt financiële instellingen sinds 2013 om directe of indirecte steun te verlenen aan bedrijven die betrokken zijn bij clustermunitie. Daarbovenop hanteren vrijwel alle Nederlandse pensioenfondsen, verzekeraars en vermogensbeheerders een bredere definitie van controversiële wapens, die naast clusterbommen ook antipersoneelsmijnen, biologische en chemische wapens, wapens met verarmd uranium en kernwapens omvat. Die uitsluitingen zijn inmiddels zo diep verankerd in het Nederlandse beleggingslandschap dat ze eerder regel dan uitzondering zijn.
Maar Colt CZ raakt een categorie die nog gevoeliger ligt: civiele handvuurwapens. Het bedrijf produceert en verkoopt pistolen, revolvers en geweren voor persoonlijke verdediging, jacht en sportschutterij. Een substantieel deel van de omzet wordt gegenereerd op de Amerikaanse commerciële markt, waar particulieren vrij vuurwapens kunnen kopen. In de eerste negen maanden van 2025 verkocht het concern ruim 415.000 vuurwapens, waarvan handvuurwapens het merendeel uitmaakten. Voor MSCI en andere ESG-dataleveranciers is dat voldoende om het bedrijf te classificeren als producent van civiele vuurwapens, een categorie die in vrijwel alle ESG-screened indices wordt uitgesloten.
De gevolgen zijn verstrekkend. De MSCI World ESG Screened Index, de MSCI World SRI Select Index en vergelijkbare benchmarks sluiten producenten van civiele vuurwapens expliciet uit. BlackRock past deze uitsluitingen toe als baseline screening op al haar duurzame fondsen in Europa. Van Lanschot Kempen hanteert een vergelijkbaar beleid. En omdat steeds meer Nederlandse vermogensbeheerders werken met artikel 8- of artikel 9-fondsen onder de SFDR, wordt het beleggingsuniversum voor een bedrijf als Colt CZ in Nederland feitelijk nihil. De Nederlandse pensioenfondsen, die via ontwapeningsverdragen en eigen ESG-kaders opereren, zullen het aandeel evenmin aanraken.
Hier ontstaat een opmerkelijke situatie. Euronext Amsterdam faciliteert de notering, ABN AMRO begeleidt het proces, maar de Nederlandse beleggingsgemeenschap staat grotendeels aan de zijlijn. Het is alsof een restaurant een uitgebreid menu presenteert waarvan de eigen gasten het hoofdgerecht niet mogen bestellen. De notering richt zich dan ook niet primair op Nederlandse beleggers, maar op het internationale publiek dat via Amsterdam toegang zoekt tot de Europese kapitaalmarkt, zonder de beperkingen die Nederlandse ESG-kaders met zich meebrengen.
Die spanning illustreert een breder fenomeen. Het Europese debat over defensiebeleggingen is de afgelopen twee jaar fundamenteel verschoven. Sinds de Russische invasie van Oekraïne pleiten steeds meer stemmen, van admiraal Rob Bauer van de NAVO tot het Europese Defensie Omnibus Pakket, voor het loslaten van het dogma dat defensie niet duurzaam kan zijn. Artikel 8-fondsen hebben hun blootstelling aan defensietitels sinds 2022 aanzienlijk vergroot. Producenten van conventionele wapens voor staatsdefensie worden steeds vaker toegelaten zolang er geen controversiële wapens in het spel zijn.
Maar civiele handvuurwapens blijven een harde grens. Het onderscheid is begrijpelijk vanuit Europees perspectief. In een continent waar het particuliere wapenbezit streng gereguleerd is, worden fabrikanten die massaal pistolen verkopen aan de Amerikaanse consumentenmarkt anders beoordeeld dan producenten van gevechtsvliegtuigen of marineschepen. De maatschappelijke schade van ongecontroleerd wapenbezit in de Verenigde Staten, met jaarlijks tienduizenden doden door vuurwapengeweld, maakt dat ESG-ratingbureaus deze categorie als een op zichzelf staand risico behandelen, los van de bredere defensiediscussie.
Voor Colt CZ is de Amsterdamse notering desondanks een strategisch logische stap. Het bedrijf positioneert zich in de groeiende Europese defensiemarkt, waar militaire contracten het hart vormen van de groeistrategie. De zwakte op de Amerikaanse commerciële markt, die in 2025 zorgde voor dalende verkopen van Colt-merkproducten, maakt diversificatie richting Europese militaire klanten des te urgenter. Een prominente plek op Euronext Amsterdam vergroot de zichtbaarheid bij internationale institutionele beleggers die niet gebonden zijn aan de strenge Nederlandse ESG-normen.
De ironie blijft evenwel. Nederland fungeert als gastheer voor een bedrijf waarvan het de producten bij wet verbiedt en de aandelen via duurzaamheidsbeleid weert. Het is een spiegel van de bredere worsteling waarmee Europa kampt: de erkenning dat veiligheid een prijs heeft, en dat die prijs soms botst met de duurzaamheidsambities die het continent de afgelopen jaren zo zorgvuldig heeft opgebouwd. Voor beleggers die menen dat de wereld gevaarlijker wordt en dat defensie een legitieme beleggingscategorie is, blijft Colt CZ een illustratief voorbeeld van hoe ver de Europese duurzaamheidsinfrastructuur reikt, en waar zij soms haar eigen kapitaalmarkt in de weg staat.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via
www.aureus.eu/nieuwsbrief