Wanneer Protectionisme tegen zichzelf keert

05 november 2025

protectionisme

De wereld van internationale handel kent weinig onderwerpen die zo tegenstrijdig zijn als importtarieven en hun effect op inflatie. Op het eerste gezicht lijkt de logica eenvoudig: hogere tarieven op Chinese producten betekenen hogere consumentenprijzen, dus meer inflatie. Maar de economische geschiedenis leert ons dat de werkelijkheid veel gecompliceerder is. Terwijl landen wereldwijd hun handelsbeleid tegenover China heroverwegen, kunnen protectionistische maatregelen precies het tegenovergestelde effect hebben van wat beleidsmakers beogen.

 

Het uitgangspunt van handelstarieven lijkt helder. Wanneer een land importtarieven oplegt op Chinese goederen, worden deze producten automatisch duurder voor consumenten. Deze kostenstijging wordt doorberekend aan het winkelende publiek, wat theoretisch leidt tot inflatie. De Verenigde Staten demonstreren dit principe met hun substantiële tarieven op Chinese producten, waardoor Amerikaanse consumenten meer betalen voor alledaagse producten, van smartphones en laptops tot kleding en speelgoed. Dit is het klassieke schoolboekvoorbeeld van hoe protectionisme tegen China de prijzen opdrijft.

Het historische waarschuwingssignaal van de jaren dertig

De jaren dertig van de vorige eeuw bieden een waarschuwend historisch precedent van hoe importtarieven volledig kunnen ontsporen. De beruchte Smoot-Hawley Tariff Act van 1930, oorspronkelijk bedoeld om Amerikaanse arbeiders te beschermen tegen buitenlandse concurrentie, leidde tot een verwoestende handelsoorlog die de Grote Depressie aanzienlijk verergerde. In plaats van de verwachte inflatie zorgden deze protectionistische tarieven voor een economische neerwaartse spiraal en uiteindelijk deflatie. Het remmende effect op de totale economie bleek veel sterker dan de prijsopdrijvende werking van de individuele tarieven.

 

Dit historische precedent werpt een verontrustend nieuw licht op de huidige handelsspanningen tussen het Westen en China. Landen die vandaag hoge importtarieven opleggen aan Chinese producten creëren een complexe economische kettingreactie. De Verenigde Staten hanteren bijvoorbeeld al jaren een beleid van escalerende handelsbeperkingen tegenover China, met als gevolg tarieven die steeds verder oplopen. Initieel zorgen deze maatregelen inderdaad voor hogere consumentenprijzen in Amerikaanse winkels. Maar doordat gezinnen meer moeten uitgeven aan basisgoederen uit China, houden ze significant minder budget over voor andere uitgaven zoals restaurants, entertainment en binnenlandse diensten. Deze verminderde koopkracht remt de bredere economische groei en kan paradoxaal genoeg leiden tot deflatoire druk in de economie.

De verrassende voordelen van vrijhandel met China

Aan de andere kant van het handelsspectrum bevinden zich landen die juist kiezen voor vrijhandelsakkoorden met China, zoals de lidstaten van het /.Deze landen profiteren optimaal van de competitieve prijzen die Chinese fabrikanten kunnen bieden dankzij hun efficiënte productiecapaciteit en schaalvoordelen. Singapore bijvoorbeeld hanteert sinds 2024 uitgebreide vrijhandelsakkoorden met China en ervaart de economische voordelen van goedkope Chinese import. Deze lage importprijzen werken aanvankelijk deflatoir op de consumentenprijsindex, maar creëren een interessant tweede-orde effect dat economen vaak over het hoofd zien: consumenten houden substantieel meer besteedbaar inkomen over voor andere uitgaven.

 

Deze extra koopkracht door goedkope Chinese producten stimuleert vervolgens de vraag naar lokale diensten en binnenlands geproduceerde goederen die niet direct concurreren met Chinese import. Restaurants, entertainmentbedrijven, toerisme en binnenlandse industrie profiteren allemaal van de hogere bestedingsruimte die consumenten overhouden dankzij betaalbare Chinese import. Op de middellange termijn kan deze toegenomen binnenlandse vraag juist significante inflatoire druk creëren in dienstensectoren en lokale industrieën.

De boemerang van protectionistische maatregelen

Het economische contrast tussen protectionisme en vrijhandel met China is opvallend en contra-intuïtief. Landen die hun economie proberen te beschermen met hoge tarieven tegen Chinese producten, kunnen eindigen met een verzwakte economie en onverwachte deflatoire druk. Landen die juist openblijven voor goedkope Chinese import, kunnen een economische stimulans ervaren die uiteindelijk tot gezonde inflatie leidt in hun dienstensector. Het protectionisme werkt als een economische boemerang die met onverwachte kracht terugkeert naar de werper.

 

In onze geglobaliseerde wereldeconomie zijn productieketens internationaal verweven, waarbij China vaak een schakel vormt. Een importtarief op Chinese onderdelen en halffabricaten verhoogt niet alleen de prijs van het eindproduct voor consumenten, maar verstoort complete industriële ecosystemen. Amerikaanse en Europese fabrikanten die afhankelijk zijn van Chinese componenten voor hun productieprocessen zien hun productiekosten dramatisch stijgen, wat hun internationale concurrentiepositie verzwakt en kan leiden tot fabriekssluitingen, ontslagen en economische krimp.

De complexiteit van moderne handelsbeleid

De les uit deze economische tegenstelling is dat simplistische oplossingen zelden effectief zijn in complexe economische systemen zoals de moderne wereldhandel. Beleidsmakers die denken inflatie te kunnen bestrijden met vrijhandel met China of juist deflatie met protectionistische tarieven, negeren de feedbackloops en tweede-orde effecten in moderne economieën. De werkelijke uitdaging voor regeringen ligt niet in het binaire kiezen tussen vrijhandel of protectionisme tegen China, maar in het ontwikkelen van genuanceerd beleid dat rekening houdt met hoe deze keuzes doorwerken in de economie op manieren die vaak contrair zijn aan de oorspronkelijke bedoeling.

 

Terwijl landen wereldwijd worstelen met hun China-strategie en handelsbeleid, zou de economische geschiedenis ons moeten waarschuwen voor de wet van onbedoelde gevolgen. Importtarieven tegen Chinese producten zijn geen simpele beleidsknoppen waarmee inflatie of deflatie nauwkeurig kan worden gereguleerd. Ze zijn eerder economische hefbomen die complexe kettingreacties in gang zetten door het hele economische systeem, waarbij het eindresultaat vaak tegenovergesteld is aan wat beleidsmakers oorspronkelijk beoogden. In deze fundamentele tegenstrijdigheid schuilt een les voor moderne economieën: effectief handelsbeleid tegenover China vereist niet alleen goede politieke bedoelingen, maar vooral een diep begrip van hoe internationale markten en handelsstromen in de eenentwintigste eeuw werkelijk functioneren.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

 

Disclaimer

 

Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief 

 

Gerelateerde artikelen

De winst doet het werk

Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.

Meer lezen

De Straat van Hormuz weer open.

De Straat van Hormuz gaat weer open, maar niet voor Iraanse olie. Wat betekent dit voor de olieprijs, inflatie, de Fed en beleggers?

Meer lezen

Amerikaanse groei op 3%

Amerikaanse groei op 3 procent: Opwaartse bijstellingen, sterke binnenlandse vraag en AI-investeringen maken dat aannemelijk.

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.