Wall Street legt de lat hoog voor het tweede kwartaal

01 juli 2026

Over enkele weken begint in de VS het cijferseizoen, en de verwachtingen zijn hoog. Analisten rekenen op een winstgroei van 26 procent voor de S&P 500 in het tweede kwartaal, vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Dat is de hoogste verwachting voorafgaand aan een cijferseizoen sinds 2021, inclusief de ‘reguliere positieve verrassing’ zou de winstgroei op 30% kunnen uitkomen De vraag is niet zozeer of bedrijven winst maken, maar of ze deze hoge verwachtingen ook kunnen waarmaken.

Het eerste kwartaal legde de lat hoger

Om te begrijpen waarom de verwachtingen nu zo hoog liggen, moeten we terug naar het eerste kwartaal. Toen voorspelden analisten een winstgroei van 12 procent. De werkelijke groei kwam uit op 27 procent, een verschil van maar liefst 15 procentpunten. Zo’n grote positieve verrassing is uitzonderlijk. De laatste keer dat de winstgroei buiten een herstel van een grote schok zo hard steeg, was meer dan twintig jaar geleden, in 2004.

Dat succes werkt nu tegen de markt. Omdat de lat na zo’n sterk kwartaal veel hoger ligt, zal de positieve verrassing in het tweede kwartaal kleiner zal zijn. De gemiddelde S&P 500-onderneming zal naar verwachting ongeveer 9 procent winstgroei laten zien, tegen 13 procent in het eerste kwartaal. Dat klinkt nog altijd gezond, maar het toont wel aan dat het tempo van de verrassingen afneemt.

AI blijft de motor, maar ook het grootste risico

De winstgroei van de S&P 500 wordt dit kwartaal opnieuw voor het grootste deel gedragen door een select groepje bedrijven. Bedrijven die actief zijn in AI-infrastructuur zijn goed voor bijna 60 procent van de totale winstgroei van de index. Nvidia en Micron Technology zijn samen al goed voor meer dan 40 procent. Tel je de tien grootste bijdragers op, dan is dat bijna 75 procent van de totale winstgroei van de S&P 500.

Buiten de sectoren technologie, communicatiediensten en consumenten discretionair is de bijdrage aan de winstgroei minimaal. Dat verklaart ook waarom beleggers de afgelopen weken juist geld hebben verplaatst van AI-gerelateerde aandelen naar sectoren die dichter bij de bredere economie staan. Zorgaandelen stegen de afgelopen maand met bijna 8 procent, terwijl industriële bedrijven, financiële waarden, nutsbedrijven en dagelijkse consumentengoederen ook wonnen. Ondertussen daalde een index van de zogeheten Magnificent Seven met ruim 10 procent in een maand.

 

Beleggers kijken dit kwartaal dan ook nadrukkelijker naar het rendement op alle kapitaaluitgaven van de grote techbedrijven, de zogeheten hyperscalers. Die kapitaaluitgaven liggen dit jaar rond de 720 miljard dollar. Er worden geen grote aanpassingen in de budgetten voor 2026 verwacht, omdat die grotendeels al vaststaan. Interessanter wordt het commentaar over de budgetten voor 2027, dat langzaam vorm begint te krijgen. Daarnaast verschuift de aandacht steeds meer naar bedrijven buiten de hyperscalers en de chipsector. Investeerders willen weten hoeveel gewone bedrijven uitgeven aan AI, waar in de keten dat geld terechtkomt, en of die uitgaven uiteindelijk ook een rendement opleveren.

Marges onder druk door hogere energieprijzen

Een tweede thema dit cijferseizoen is de marge-ontwikkeling. Hogere energieprijzen en aanhoudende druk op toeleveringsketens hebben de kosten voor veel bedrijven opgedreven. Analisten hebben hun margeverwachtingen daardoor de afgelopen tijd naar beneden bijgesteld. Voor de gemiddelde S&P 500-onderneming wordt nu gerekend op vrijwel vlakke marges ten opzichte van vorig jaar. Energiebedrijven vormen hierop juist een positieve uitzondering: door de hogere olieprijzen kan de winst in deze sector meer dan verdubbelen, terwijl bedrijven binnen de technologiesector een winstgroei van bijna 60 procent tegemoet kunnen zien. Zorg- en consumentgerichte sectoren blijven naar verwachting duidelijk achter.

 

Beleggers letten dit kwartaal ook op tekenen van een breder wordende kloof tussen consumenten. Deze zogeheten K-vormige divergentie wijst op een groeiende voorkeur voor goedkopere huismerken ten koste van duurdere producten, wat iets zegt over de onderliggende gezondheid van de Amerikaanse consument. De positionering van beleggers is inmiddels behoorlijk optimistisch is geworden. Dat betekent dat de markt weinig ruimte laat voor tegenvallers.

Toch blijft het historische beeld gunstig voor aandelen. In ongeveer driekwart van de cijferseizoenen stijgt de S&P 500, met een gemiddeld rendement van zo’n 2 procent. Omdat de koersontwikkeling op de lange termijn sterk samenhangt met de winstgroei, ligt een inhaalslag in de positionering voor de hand: beleggers die nog achterlopen op het verbeterde winstbeeld, zullen dat geleidelijk moeten corrigeren. Gebeurt dat niet al tijdens dit seizoen, dan volgt die beweging vermoedelijk op wat langere termijn. Voor wie door de ruis van de kwartaalcijfers heen kijkt, wijst de onderliggende richting daarmee nog altijd omhoog.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer 

 

Disclaimer

Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief 

Gerelateerde artikelen

De magische 4%

Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen

Meer lezen

De semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij

Chipaandelen corrigeren hard, maar de semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij. Kunstmatige intelligentie en robots stuwen de vraag.

Meer lezen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.