Waarom een goedkope yen Japan overeind houdt

15 juli 2026

Het gebeurde deze maand in de ochtendhandel in Tokio: de Japanse yen zakte door de grens van 162 yen per dollar. Zo goedkoop was de munt versus de dollar voor het laatst in december 1986, toen Japan nog op weg was naar de grootste zeepbel uit de moderne geschiedenis. De directe aanleiding is bekend. De oorlog in Iran joeg de olieprijs omhoog en Japan importeert vrijwel al zijn energie. Daarbovenop kondigde premier Takaichi een investeringsprogramma aan van omgerekend 2.300 miljard dollar over veertien jaar, zonder duidelijk te maken wie dat gaat betalen. De markt trok zijn conclusie: meer begrotingsuitgaven, een centrale bank die achterloopt op de inflatie, dus een zwakkere munt. De regering herhaalde plichtsgetrouw dat zij klaarstaat om in te grijpen. Dat deed zij dit voorjaar ook al, voor tientallen miljarden dollars. De yen staat desondanks lager dan toen.

Het spaaroverschot achter de zwakke yen

Iedereen behandelt de goedkope yen als een probleem dat opgelost moet worden. Maar Japan kampt nog altijd met een structureel spaaroverschot. Huishoudens, bedrijven en pensioenfondsen sparen samen meer dan het land kan investeren. Wie te veel spaart, besteedt te weinig, en te weinig bestedingen leiden tot dalende prijzen. Dat is deflatie, de ziekte waar Japan dertig jaar aan leed. Dit overschot is niet verdwenen. Het is alleen onzichtbaar geworden dankzij de wisselkoers. De zwakke Japanse yen maakt de export winstgevend, lokt recordaantallen toeristen en jaagt via duurdere importen de prijzen aan. De inflatie die Japan nu eindelijk heeft, is voor een groot deel geïmporteerd. Een fors ondergewaardeerde yen is daarmee geen bedrijfsongeval, maar een noodzaak. Zou de munt fors in waarde stijgen, dan vallen de winsten, de loonstijgingen en de prijsdruk stil en glijdt Japan terug in deflatie. Japanse beleidsmakers weten dat. Daarom klinkt hun taal streng, maar blijft hun beleid zacht.

Takanomics breekt met Abenomics

Toch verandert er iets fundamenteels in Tokio, en dat raakt direct aan de munt. Takaichi werd decennialang gezien als de politieke erfgename van Shinzo Abe. Zij bouwde haar loopbaan op in zijn schaduw en voerde campagne met hetzelfde recept: forse stimulering, een zachte munt en de definitieve afrekening met deflatie. De kern van Abenomics was uiteindelijk beter bestuur: strengere governance-codes voor bedrijven, meer macht voor aandeelhouders en ruimte voor activistische beleggers. Abe vertrouwde erop dat de markt, mits goed bestuurd, kapitaal beter verdeelt dan de overheid. Takanomics ademt een andere geest. Het investeringsplan gaat ervan uit dat bedrijven investeren volgens een plan van de staat, en aandeelhouders die daar anders over denken, dreigen als hindernis te worden gezien. Veelzeggend was de suggestie van minister van Financiën Katayama dat de grote pensioenfondsen, waaronder het GPIF met zo’n 1.800 miljard dollar aan vermogen, meer binnenlandse activa moeten kopen. Lees: meer Japanse staatsobligaties. Daar kwam het idee bovenop om staatsobligaties toe te laten in de belastingvrije NISA-rekeningen, die Abe juist had bedacht om spaargeld richting risicodragende beleggingen te bewegen. Dit is verbale interventie op de obligatiemarkt, ingegeven door de angst dat de tienjaarsrente door de 3 procent breekt. Het verraadt een overheid die de onafhankelijkheid van instituties ondergeschikt maakt aan de eigen financieringsbehoefte. Voor de yen is dat geen steun, maar een extra hypotheek: een munt wordt niet sterker van een regering die haar eigen obligatiemarkt moet stutten.

Waarom interventies de yen niet redden

Japanse autoriteiten grijpen af en toe in op de valutamarkt, maar zelfs in Tokio beseft men dat zulke interventies weinig uithalen tegen de onderliggende krachten. Het renteverschil met Amerika is daarvoor simpelweg te groot. De Bank of Japan verhoogde de rente in juni naar ongeveer 1 procent, het hoogste niveau sinds 1995, en wij verwachten nog stappen naar 1,25 en uiteindelijk 1,50 procent. De Federal Reserve zit echter op 3,5 tot 3,75 procent en denkt eerder aan verhogen dan aan verlagen. Wie yen koopt tegen de dollar, betaalt dat verschil elke dag in de vorm van negatieve carry. Waarom grijpen de Japanners dan toch in? Niet om de yen structureel te versterken, maar om paniek te voorkomen. Een ongecontroleerde val van de munt kan overslaan naar de obligatiemarkt en de aandelenmarkt, en dan ontstaat een verkoopgolf over de hele linie. Interventies begrenzen de zwakte; kracht bouwen zij niet op.

De verrassende rol van de Nikkei

Er is nog een tweede, minder bekende verkoper van yen: het eigen beurssucces. De Nikkei brak dit jaar record na record en steeg vorige week tot boven de 72.000 punten, vooral doordat buitenlandse beleggers massaal Japanse AI- en chipaandelen kopen. Die buitenlanders willen wel het aandelenrendement, maar niet het valutarisico. Zij dekken hun yen-blootstelling daarom grotendeels af, en dat afdekken betekent per saldo: yen verkopen. Hoe harder de Japanse beurs stijgt, hoe meer verkoopdruk op de munt. Beurssucces en muntzwakte zijn in Japan geen tegenstelling, maar twee kanten van dezelfde geldstroom. Wie dat mechanisme begrijpt, kijkt niet meer verbaasd naar de combinatie van recordkoersen en een recordgoedkope yen.

Wat betekent dit voor beleggers

De les voor beleggers is helder. Met het kopen van de Japanse yen tegen de dollar valt structureel weinig te verdienen. De munt is op koopkrachtbasis spotgoedkoop, maar goedkoop kan jaren goedkoper worden zolang het renteverschil zo groot blijft en de eigen overheid geen sterke munt wil. Reken hooguit op korte, felle opwaartse correcties rond interventies, en dat is speculatie, geen belegging. Voor Japanse aandelen blijft het beeld juist gunstig: de goedkope yen, de stijgende lonen en de investeringsgolf in kunstmatige intelligentie stutten de winsten. Dek als eurobelegger eventueel het valutarisico af, of accepteer het bewust, want het verschil tussen rendement in yen en rendement in euro kan enorm zijn. En houd op de obligatiemarkt de lange Japanse rente in de gaten: het investeringsprogramma van Takaichi moet ergens van betaald worden. Japan heeft de goedkope yen nodig zoals een patiënt zijn medicijn. Er wordt hardop over afbouwen gesproken, maar het kastje blijft nog jaren op slot.

Han Dieperink, Chief Investment Officer 

 

Disclaimer

Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief 

Gerelateerde artikelen

Een verrassende eerste ronde

Brazilië draait na Argentinië naar rechts. Wat betekent de verkiezingsuitslag voor Zuid-Amerika en voor beleggen in Brazilië?

Meer lezen

De winst doet het werk

Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.

Meer lezen

Financiële steun voor topsporters

Talent alleen wint geen medailles. Zonder financiële steun voor topsporters blijft zelfs het grootste talent vaak gewoon onbenut.

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.