Op dinsdag 16 september 2025 is het weer zover: Prinsjesdag. Een dag die traditioneel wordt gekenmerkt door het rijtuig van de koning, de Troonrede en natuurlijk het Belastingplan. Maar dit jaar is anders. Het demissionaire kabinet presenteert zijn fiscale plannen voor 2026 in een politiek vacuüm, waarbij de definitieve beslissingen aan een nieuwe regering worden overgelaten. Voor burgers en ondernemers betekent dit een periode van onzekerheid, maar ook van mogelijkheden om zich voor te bereiden op ingrijpende veranderingen.
Een demissionair kabinet met ambitie
Het is opmerkelijk dat een demissionair kabinet nog altijd substantiële fiscale voorstellen durft te presenteren. Hoewel het kabinet zich formeel beperkt tot lopende zaken, bevat het Belastingplan 2026 toch een aantal ingrijpende maatregelen. Dit roept de vraag op: wat is nog ‘lopende zaken’ en wat zijn nieuwe politieke keuzes? De grens lijkt dit jaar bewust opgerekt te worden.
De behandeling van het Belastingplan verloopt dan ook anders dan gewoonlijk. De schriftelijke behandeling vindt nog plaats onder de huidige Tweede Kamer, maar de cruciale plenaire behandeling en stemming worden doorgeschoven naar de nieuwe Tweede Kamer die medio november wordt geïnstalleerd. Dit betekent dat ondernemers en particulieren zich moeten voorbereiden op plannen waarvan de uitkomst nog volledig onzeker is.
Box 3: de pijn wordt groter
Voor vermogende particulieren staat er waarschijnlijk de meeste pijn te wachten in box 3. Het forfaitair rendement voor overige bezittingen – denk aan beleggingen, crypto en tweede woningen – stijgt fors van 5,88% in 2025 naar 7,78% in 2026 en 2027. Tegelijkertijd daalt het heffingsvrije vermogen van €57.684 naar €51.396.
Deze dubbele beweging raakt veel mensen hard. Een belastingplichtige met €200.000 aan beleggingen betaalde in 2025 over €142.316 vermogen 31% belasting over 5,88% rendement, ofwel circa €2.596. In 2026 wordt dat over €148.604 vermogen 31% belasting over 7,78% rendement, ongeveer €3.590 – een stijging van ruim 38%.
Gelukkig bestaat er sinds de invoering van de tegenbewijsregeling de mogelijkheid om het werkelijke rendement aan te tonen als dit lager is. Maar ook hier liggen valkuilen. Het kabinet wil het belastinglek bij obligaties met aangegroeide rente aanpakken door de vrijstelling voor kortlopende termijnen niet meer toe te passen, behalve voor banktegoeden. Deze maatregel werkt zelfs terug tot 25 augustus 2025, wat opnieuw laat zien hoe snel fiscale regels kunnen wijzigen.
Huwelijksgoederengemeenschap: het einde van een tijdperk
Een van de meest ingrijpende voorstellen betreft de aanpak van ongelijke verdelingen bij huwelijksgoederengemeenschappen. Na een arrest van de Hoge Raad waarbij een verdeling van 90%-10% werd toegestaan zonder heffing van schenk- of erfbelasting, vindt het kabinet ingrijpen noodzakelijk.
Het voorstel gaat echter veel verder dan de oorspronkelijke ‘constructie’ die het kabinet wilde bestrijden. Voortaan wordt er bij élke ontbinding van een huwelijksgoederengemeenschap – of dat nu door overlijden, scheiding of anderszins is – schenk- of erfbelasting geheven zodra de verdeling afwijkt van 50/50. Dit raakt ook volkomen legitieme situaties waar geen sprake is van belastingontwijking.
Denk bijvoorbeeld aan een ondernemer wiens echtgenote nooit heeft gewerkt, maar die bewust meer dan de helft van het vermogen naar haar heeft toegeschoven voor pensioenopbouw. Of aan stellen die hun verdeling hebben aangepast vanwege een verschillende risicohouding bij beleggen. Al deze situaties worden vanaf 2026 fiscaal bemoeilijkt.
Gelukkig geldt er overgangsrecht: ongelijke verdelingen die vóór 18 april 2025 zijn overeengekomen, worden gerespecteerd. Dit benadrukt het belang van tijdige fiscale planning.
Erfbelasting: meer tijd, minder gedoe
Niet alles is kommer en kwel. De verlenging van de aangiftetermijn voor erfbelasting van acht naar twintig maanden is een welkome verlichting voor nabestaanden. In de praktijk bleek acht maanden vaak te kort om alle administratieve zaken rondom een overlijden af te wikkelen, wat leidde tot stress en onnodige belastingrente.
Ook wordt de 180-dagenregeling vereenvoudigd. Schenkingen binnen 180 dagen vóór overlijden hoeven niet meer apart als schenking te worden aangegeven, maar worden direct als erfenis behandeld. Dit scheelt administratieve rompslomp, al is de vraag of dit veel praktische voordelen biedt als het overlijden niet wordt voorzien.
Ondernemers: kosten stijgen, voordelen verdwijnen
Voor ondernemers brengt Prinsjesdag 2025 vooral slecht nieuws. De stakingsaftrek – een belastingvoordeel bij het beëindigen van een onderneming – wordt drastisch verlaagd van €3.630 naar €908 in 2026 en verdwijnt volledig in 2030. Ook de meewerkaftrek voor ondernemers van wie de partner in de zaak meewerkt, wordt vanaf 2027 met 75% verminderd en eveneens per 2030 afgeschaft.
Daarbovenop wordt de jaarlijkse inflatiecorrectie op belastingschijven en heffingskortingen beperkt van 51% naar 46,2%. Dit betekent dat bij aanhoudende inflatie de belastingdruk relatief toeneemt – een sluipende belastingverhoging.
Voor werkgevers komt er vanaf 2027 mogelijk een forse kostenpost bij in de vorm van een 52% pseudo-eindheffing op auto’s van de zaak met CO2-uitstoot die privé gebruikt mogen worden. Dit moet werkgevers stimuleren om volledig over te stappen op elektrische auto’s, maar brengt wel aanzienlijke kosten met zich mee voor wie nog niet zover is.
Ook rondom het minimumloon staan er kostenverhogingen aan te komen. Het minimumjeugdloon stijgt fors – voor een 19-jarige bijvoorbeeld van 60% naar 75% van het volwassen minimumloon.
Internationale ontwikkelingen: de storm trekt op
Hoewel het niet direct onderdeel is van het Belastingplan 2026, groeit internationaal de aandacht voor het zwaarder belasten van zeer vermogende particulieren. Het EU Tax Observatory heeft voorgesteld een minimumbelastingheffing van 2% in te voeren op het vermogen van ‘high net worth individuals’ boven een bepaalde grens.
Deze ontwikkeling past in een bredere internationale trend waarbij vermogensbelasting weer serieus wordt overwogen. Voor Nederland, met zijn relatief hoge vermogensbelasting in box 3, kan dit betekenen dat de druk om deze belasting te verhogen of uit te breiden alleen maar zal toenemen.
De kunst van het anticiperen
In deze tijd van politieke onzekerheid is het voor burgers en ondernemers cruciaal om vooruit te denken. Hoewel we niet weten welke maatregelen uiteindelijk worden aangenomen, kunnen we wel anticiperen op de mogelijke scenario’s.
Voor vermogenden betekent dit mogelijk het overwegen van de tegenbewijsregeling in box 3 of het heroverwegen van de vermogensstructuur. Voor ondernemers kan het betekenen dat investeringen in elektrische auto’s voor de zaak versneld moeten worden, of dat fiscale voordelen zoals de stakingsaftrek nog dit jaar benut kunnen worden.
Wat huwelijksgoederengemeenschappen betreft: wie overweegt een ongelijke verdeling maar dit nog niet heeft geregeld, heeft waarschijnlijk de boot gemist. Het overgangsrecht geldt alleen voor afspraken van vóór 18 april 2025.
Conclusie: onzekerheid als enige zekerheid
Prinsjesdag 2025 belooft een bijzondere te worden. Een demissionair kabinet presenteert vergaande fiscale plannen in een politiek vacuüm, waarbij de uiteindelijke beslissing aan anderen wordt overgelaten. Voor burgers en ondernemers betekent dit een periode van onzekerheid, maar ook van kansen voor wie alert blijft.
De voorgestelde maatregelen laten een duidelijke trend zien: hogere belastingen, minder fiscale voordelen en meer administratieve verplichtingen. Of deze plannen uiteindelijk werkelijkheid worden, hangt af van de nieuwe politieke verhoudingen na de verkiezingen.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief