De wereld kijkt met spanning naar het Midden-Oosten. De crisis rondom Iran zorgt voor onrust op de oliemarkten en voor hogere energieprijzen. Toch is er ook een andere kant aan dit verhaal. Juist door deze geopolitieke spanningen krijgt de energietransitie een extra impuls. Landen willen minder afhankelijk zijn van olie en gas uit instabiele regio’s. Eigen, schone energie wordt daardoor steeds aantrekkelijker.
Geopolitiek als aanjager van de energietransitie
Elke keer dat er onrust ontstaat in een olieproducerende regio, voelen consumenten dat direct in hun portemonnee. De benzineprijs stijgt, energierekeningen lopen op en bedrijven krijgen te maken met hogere kosten. Dit patroon herhaalt zich al decennialang. De crisis rondom Iran is daarvan het meest recente voorbeeld.
Voor overheden is dit een belangrijk signaal. Afhankelijkheid van olie en gas uit het buitenland maakt een land kwetsbaar. Niet alleen economisch, maar ook politiek. Wie zijn energie grotendeels importeert, staat zwakker in internationale onderhandelingen. Daarom versnellen veel landen nu hun investeringen in eigen, duurzame energie. Zonne-energie, windenergie en een modern elektriciteitsnet zijn niet langer alleen een keuze voor het klimaat. Ze zijn ook een kwestie van veiligheid en onafhankelijkheid geworden.
Deze ontwikkeling maakt de energietransitie minder gevoelig voor de waan van de dag. De vraag wordt namelijk niet alleen gedreven door duurzaamheid, maar ook door strategische belangen. Dat geeft het thema een stevige basis voor de lange termijn.
Waarom wij niet beleggen in wapens en defensie
In tijden van oorlog en conflict kijken veel beleggers automatisch naar defensiebedrijven. Toch kiezen wij daar bewust niet voor. Daar hebben wij twee belangrijke redenen voor.
Allereerst is oorlog cyclisch van aard. Conflicten komen en gaan, en daarmee ook de vraag naar wapens. Wanneer spanningen oplopen, stijgen de koersen van defensiebedrijven vaak hard, maar zodra een conflict afkoelt, kan die vraag net zo snel weer wegvallen. Dat maakt de sector grillig en moeilijk voorspelbaar. Bovendien wordt die vraag niet bepaald door een vrije markt, maar door overheidsbudgetten, en die staan onder druk van hoge schulden, lage groei en concurrerende uitgaven. Eén geloofwaardig vredesakkoord of één diplomatieke ommezwaai is genoeg om de aanname van permanente herbewapening, die in de huidige hoge waarderingen besloten ligt, te ondergraven. Daar komt nog het risico van technologische veroudering bij: dure, langlopende wapenprogramma’s bouwen voort op de vorige oorlog, terwijl overwinningen juist worden behaald met onvoorspelbare innovatie op het gebied van bijvoorbeeld drones of cyberwarfare, waardoor kostbare productielijnen plotseling aan waarde kunnen inboeten.
Daarnaast is de waardering van veel wapenproducenten inmiddels te hoog opgelopen. De koersen zijn de afgelopen jaren sterk gestegen, mede door de oorlog in Oekraïne en de oplopende spanningen elders in de wereld. Daardoor blijft er weinig ruimte over voor verdere groei tegen een aantrekkelijke prijs. Wie nu instapt, betaalt vaak een hoge prijs voor toekomstige winsten die nog onzeker zijn.
Bovendien is er een beter alternatief. Een sector die profiteert van dezelfde geopolitieke ontwikkelingen, maar met een structureel groeiverhaal in plaats van een cyclisch verhaal. Dat alternatief is te vinden in de energietransitie.
Elektrificatie als motor achter de transitie
De wereld stapt steeds meer over op elektriciteit. Denk aan elektrische auto’s, warmtepompen en de snelgroeiende vraag vanuit datacenters en kunstmatige intelligentie. Al deze ontwikkelingen vragen om veel meer stroom dan we tot nu toe gewend waren.
Vooral de opkomst van kunstmatige intelligentie speelt hierbij een grote rol. De datacenters die deze technologie mogelijk maken, verbruiken enorme hoeveelheden energie. De verwachting is dat de vraag naar stroom hierdoor de komende jaren fors blijft stijgen. Dat zet het bestaande elektriciteitsnet flink onder druk.
Het probleem is namelijk dat het stroomnet in veel landen verouderd is en niet gebouwd voor deze nieuwe vraag. Er moet dus fors geïnvesteerd worden in het verzwaren en verslimmen van het net. Dit noemen we ook wel het smart grid. Een slim elektriciteitsnet kan vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen, storingen sneller opvangen en duurzame energie efficiënter verdelen. Bedrijven die hieraan werken, hebben jarenlang uitzicht op groei. De crisis rondom Iran versnelt deze beweging alleen maar, omdat eigen en duurzame energie nog belangrijker wordt.
Twee nieuwe namen in de individuele portefeuille
In de individuele aandelenportefeuille hebben wij recent twee bedrijven opgenomen die volop profiteren van deze trend: Orsted en GE Vernova.