Van Plaza naar Mar-a-Lago

04 augustus 2026

Vrijdag 31 juli kocht Washington samen met Tokio yen om de Japanse munt te steunen. Achter de operatie stond Scott Bessent, oud-handelaar bij Soros, die zijn naam maakte door te speculeren tegen pond sterling in 1992 en tegen de yen in 2013. Op een kladblok tijdens een kabinetsvergadering stond zijn boodschappenlijstje: koop voor vijf tot tien miljard dollar aan yen. De munt veerde op van bijna 164 per dollar, het zwakste niveau sinds 1986, naar ongeveer 157. Speculanten zijn even gewaarschuwd.

Waarom Washington ingrijpt

De officiële lezing luidt vriendschap, maar het echte belang van Washington loopt via de eigen obligatiemarkt. Japan is de grootste buitenlandse eigenaar van Amerikaans schuldpapier, met ruim 1.100 miljard dollar. Wie zijn munt verdedigt, verkoopt reserves en die reserves bestaan bij Japan vooral uit Amerikaanse Treasuries. Een langdurige verdediging op de klassieke manier zou dus betekenen dat Tokio Amerikaanse staatsobligaties dumpt, precies op het moment dat de rente op de dertigjarige staatslening het hoogste niveau sinds 2007 bereikt. De redenering achter de actie is even elegant als opportunistisch: de Amerikaanse rente is hoog omdat de Japanse rente hoog is, dus wie de yen steunt, drukt de Japanse rente en daarmee ook de Amerikaanse. Zo werd een reddingsactie voor de yen tegelijk een reddingsactie voor de Treasury-markt.

Slim geconstrueerd

De uitvoering verraadt de hand van een handelaar. In plaats van dollars te verkopen, werden euro’s ingezet om yen te kopen. De dollar hoefde er niet zwakker van te worden, wat een regering die klaagt over een te sterke munt goed uitkomt. Belangrijker nog is dat Tokio voortaan gebruikmaakt van een obscure kredietfaciliteit van de Fed, ooit bedoeld voor de dollarschaarste in 2020. Via die faciliteit kan Japan dollars lenen met zijn Treasuries als onderpand, zonder ze te hoeven verkopen. Er zit alleen een limiet van zestig miljard dollar per tegenpartij op, en laat Bessent nu net publiekelijk oproepen die limiet te verhogen. De eigen noodkas van de Treasury van zo’n tweehonderd miljard dollar zou hetzelfde kunnen, maar dat is zichtbaarder en eindiger. Een faciliteit van de Fed oogt onuitputtelijk, en dat maakt het duurder om tegen de yen te speculeren.

De onafhankelijkheid van de Fed

Het verzoek om de limiet te verhogen ligt bij de Fed. Die grens tussen centrale bank en regering is delicaat sinds Kevin Warsh er de leiding heeft. Warsh schreef eerder dat de Fed het meest onafhankelijk is bij het rentebeleid en minder daarbuiten, en dit valt nadrukkelijk daarbuiten. Een publieke oproep via sociale media is bovendien geen toevallige woordkeuze, maar druk op de rest van het rentecomité. Het is precies het soort vermenging van monetair beleid met begrotings- en buitenlandpolitiek waar een centrale bank huiverig voor hoort te zijn. Voor wie Warsh volgt, is dit de eerste echte test van waar hij de streep trekt.

Van Plaza tot Mar-a-Lago

De ingreep staat niet op zichzelf. Ze past in een bredere doctrine die dit Witte Huis omarmt: valuta-activisme. De intellectuele onderbouwing komt van Stephen Miran, die de overwaardering van de dollar aanwijst als de kern van de Amerikaanse de-industrialisatie, en die de reservestatus van de munt niet als voorrecht maar als last ziet.  Een last die je met invoerheffingen en veiligheidsgaranties als drukmiddel kunt ombuigen tot onderhandelingskaart. In de wandelgangen heet dat het Mar-a-Lago-akkoord, een bewuste echo van het Plaza-akkoord van 1985, toen de VS, Japan, West-Duitsland, Frankrijk en het VK samen de dollar omlaag praatten. Wie de yen koopt, verzwakt immers de dollar. Precies wat deze regering wil.

 

Maar het verleden is een waarschuwing, geen sjabloon. Het Plaza-akkoord “werkte”: de dollar daalde en de yen verdubbelde. De prijs was een recessie die de Bank of Japan tot extreem lage rentes dwong, wat de dubbele zeepbel van eind jaren tachtig in Japanse aandelen en vastgoed opblies. Toen die uiteenspatte, volgden de verloren decennia van deflatie. De laatste keer dat de wereld de yen omhoog duwde, eindigde het in een Japanse ramp. De wrange twist is dat Japan nu juist een zwakke yen nodig heeft om aan diezelfde deflatie te ontsnappen. Washingtons activisme werkt zo tegen de genezing die Tokio zoekt.

Waarom het tijdelijk is

Interventies zonder onderliggende beleidswijziging kopen weken, hooguit maanden. De geschiedenis is onverbiddelijk. Zelfs de gecoördineerde G7-interventie na de aardbeving van Tōhoku in 2011 (met de Amerikaanse Treasury en de Fed aan boord) kon de yen niet blijvend sturen. Binnen enkele maanden stond de munt op een nieuw record. En aan de fundamenten is nu niets veranderd. De Japanse staatsschuld bedraagt 230 procent van het bbp, premier Takaichi loodste een recordbegroting van 122,3 biljoen yen door het parlement en legde daar nog energiesubsidies bovenop. De beleidsrente van de Bank of Japan staat op één procent, na inflatie diep negatief, terwijl de bank maandelijks voor 2,5 biljoen yen aan obligaties blijft opkopen. Zolang de centrale bank de andere kant op roeit, verandert een interventie niets aan het aanbod van yen. Een mogelijke Amerikaanse renteverhoging dit jaar zou het renteverschil zelfs vergroten en speculanten opnieuw uitnodigen. Grote akkoorden en gecoördineerde interventies leveren krantenkoppen en tijd op, geen nieuwe fundamenten.

De les voor de belegger

Wie ooit het pond brak, weet als geen ander dat je een munt niet blijvend tegen de zwaartekracht in kunt verdedigen. De echte last ligt bij de Bank of Japan en bij het Japanse begrotingsbeleid, niet bij een handige constructie met de Fed of een nieuw akkoord met een klinkende naam. Een zwakke yen is bovendien geen ongeluk maar een noodzaak: het is Japans belangrijkste wapen tegen deflatie en tegen een spaaroverschot dat de economie verstikt. De verleiding om nu op de yen te wedden omdat Washington een bodem lijkt te leggen, is groot en verkeerd. Speculanten komen terug zodra het stof is neergedaald. Koop geen interventie; koop de hervorming die er nog niet is. En zolang die uitblijft, kan geen enkel akkoord ter wereld de yen redden.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer 

 

Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief 

Gerelateerde artikelen

De magische 4%

Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen

Meer lezen

De semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij

Chipaandelen corrigeren hard, maar de semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij. Kunstmatige intelligentie en robots stuwen de vraag.

Meer lezen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.