Van importheffingen naar exportheffingen

13 augustus 2025

van importheffingen naar exportheffingen

De Amerikaanse president Donald Trump heeft weer eens bewezen dat hij de kunst van de deal tot in de perfectie beheerst, althans zo lijkt het. Deze keer echter niet aan de onderhandelingstafel, maar door simpelweg 15 procent van de omzet van Nvidia en AMD uit Chinese chipverkopen op te eisen. “Ik wilde 20 procent,” vertelde Trump nonchalant tijdens een persconferentie, “maar hij vroeg of het 15 procent mocht worden. Dus onderhandelden we een dealtje.”

 

Dit ‘dealtje’ markeert een opmerkelijke ontwikkeling in de Amerikaanse handel. Het is bizar in vele opzichten en verontrustend omdat het Congres hier niets over te zeggen had. Export-controles, traditioneel bedoeld om nationale veiligheid te beschermen, worden nu gebruikt als inkomstenbron. Maar Trumps triomfantelijke deal kreeg al snel een koude douche uit Peking. China ontmoedigt inmiddels bedrijven actief Nvidia’s H20-chips te gebruiken, vooral voor overheidswerk. Chinese autoriteiten stuurden waarschuwingsbrieven naar bedrijven met vragen als: waarom kopen jullie Nvidia H20-chips in plaats van lokale versies? Is dat wel nodig gezien de binnenlandse opties?

Juridische grensoverschrijding

De Amerikaanse Grondwet verbiedt exportbelastingen categorisch. Bovendien verbiedt federale wetgeving 50 USC 4815(c) expliciet het heffen van kosten voor exportlicenties. Dit is geen technisch detail – het raakt de kern van hoe Amerika handeldrijft. Of deze 15 procent technisch gezien een exportbelasting vormt, is juridisch onduidelijk, omdat het erop lijkt dat bedrijven er simpelweg voor kozen deze betaling te doen om hun zaken te bevorderen.

 

Voor Nvidia en AMD is dit een kostbare toegangsprijs voor een krimpende markt. Na maandenlang lobbyen door CEO Jensen Huang – die vorige week nog persoonlijk met Trump overlegde – krijgen ze eindelijk weer toegang tot de Chinese markt, geschat op 100 miljard dollar dit jaar. Nu dreigt die markt alsnog weg te vallen. Chinese bedrijven verminderen hun Nvidia-orders al als reactie op Pekings waarschuwingen.

Het cynisme compleet

Het cynisme wordt compleet omdat deze chips grotendeels worden geproduceerd door het Taiwanese TSMC. Amerikaanse bedrijven betalen dus de Amerikaanse regering voor het privilege om chips geproduceerd in een afvallige provincie van China te verkopen aan de volksrepubliek China, die dat daarna actief ontmoedigt.

 

China’s bezwaren zijn tweeërlei: Peking vreest dat Nvidia-chips locatietracking en externe uitschakelmogelijkheden hebben (wat Nvidia ontkent), en wil tegelijkertijd de binnenlandse chipindustrie beschermen. Trump-functionarissen onderzoeken daadwerkelijk of locatietracking kan helpen bij het tegengaan van smokkelen van beperkte componenten naar China – wat Peking paranoia alleen maar voedt.

 

De precedentwerking is verontrustend. Als de regering 15 procent kan afromen van chipverkopen, waarom dan niet van Apple’s iPhone-verkopen (die China al beperkt in overheidsinstellingen), Tesla’s auto-export, of de diensten van Meta in China? Trump’s transactionele benadering van buitenlandse handel transformeert nationale veiligheid van principe naar wisselgeld.

De Chinese kaart

Peking speelt het spel slim. Door bedrijven te ontmoedigen Amerikaanse chips te kopen, creëert China ruimte voor Huawei om zijn eigen halfgeleiders af te zetten, terwijl het tegelijkertijd Trump’s “deal” ondergraaft. Chinese staatsmedia twijfelen openlijk aan de veiligheid van H20-processors – een narratief dat perfect past bij de bredere tech-oorlog.

 

Trump beweerde deze week dat de H20 “nog steeds een markt heeft” in China, ondanks zijn eerdere bewering dat de chip “achterhaald” is. Maar als China’s waarschuwingen effect hebben, blijft er van die markt weinig over. Voor Chinese bedrijven wordt het een onmogelijke keuze: Amerikaanse chips kopen betekent Pekings woede riskeren, terwijl lokale alternatieven nog niet voldoende zijn voor geavanceerde AI-toepassingen.

De rekening

Voor aandeelhouders betekent deze soap een dubbele klap. Niet alleen wordt 15 procent van Chinese omzet afgeroomd door Washington, nu dreigt die omzet ook nog eens weg te vallen door Pekings tegenreactie. Het lijkt op een vorm van aandeelhoudersbelasting via de achterdeur – één die bovendien de concurrentiepositie van Amerikaanse bedrijven ten opzichte van Chinese alternatieven zoals Huawei verzwakt.

 

De Amerikaanse buitenlandse economische politiek wordt niet langer gestuurd door strategische overwegingen of vrije marktprincipes, maar door de vraag “wat levert het ons op?” Geopolitiek heeft een prijs, en die betalen dit keer de aandeelhouders. Beleid is te koop.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

 

Disclaimer

 

Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief 

Voor tussentijdse updates, volg Auréus op Linkedin

Gerelateerde artikelen

Een verrassende eerste ronde

Brazilië draait na Argentinië naar rechts. Wat betekent de verkiezingsuitslag voor Zuid-Amerika en voor beleggen in Brazilië?

Meer lezen

De winst doet het werk

Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.

Meer lezen

Financiële steun voor topsporters

Talent alleen wint geen medailles. Zonder financiële steun voor topsporters blijft zelfs het grootste talent vaak gewoon onbenut.

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.