Software 2.0

08 maart 2026

Software 2.0

De angst dat AI softwarebedrijven overbodig maakt, beheerst de beurs. Sinds begin 2026 zijn beursgenoteerde softwarebedrijven gemiddeld dertig procent in waarde gedaald. De directe aanleiding was opvallend concreet: een journaliste zonder technische kennis opende een AI-tool, beschreef in gewone taal de projectmanagementtool die ze wilde hebben, en anderhalf uur later draaide er een werkend programma op haar laptop. Gekoppeld aan haar agenda en e-mail. Totale kosten: twintig dollar. De markt trok hieruit de conclusie dat er geen ruimte meer is voor dure softwareabonnementen als iedereen zelf software kan bouwen. Het einde van Software-as-a-Service zou nabij zijn. Het is echte niet het eind, maar het begin van Software 2.0.

Jevons-paradox

De Engelse econoom William Stanley Jevons beschreef die al in 1865 dat efficiënter verbruik van grondstoffen zorgt voor meer vraag. Toen de stoommachine drastisch efficiënter werd, verwachtten zijn tijdgenoten dat het kolenverbruik zou dalen. Jevons betoogde het tegenovergestelde. Efficiëntere machines maken kolen goedkoper in gebruik, waardoor meer mensen ze gaan inzetten, voor meer doeleinden en op grotere schaal. Het totale verbruik neemt niet af, maar explodeert juist. Dit staat sindsdien bekend als de Jevons-paradox: maak iets goedkoper en de totale vraag neemt toe. De beurs stelt in 2026 dan ook de verkeerde vraag. De focus ligt op wat er gebeurt als software goedkoper wordt om te maken. Maar de relevante vraag is wat er met de vraag naar software gebeurt. Het antwoord is helder: die vraag explodeert. Markten die eerder te klein waren om te bedienen, worden plotseling interessant. Werkprocessen die te duur waren om te automatiseren, worden haalbaar. Ideeën die jarenlang in de la bleven liggen omdat de ontwikkeling te complex of te kostbaar was, komen tot leven. Goedkopere software leidt niet tot minder software, maar tot een veelvoud ervan.

De lessen uit de muziekindustrie

De geschiedenis laat weinig ruimte voor twijfel. In 1972 kostte het opnemen van een album miljoenen dollars. Studiohuur, technici en distributie via grote platenmaatschappijen vormden een duur en gesloten systeem. Vandaag kan iedereen een album opnemen op een laptop, vrijwel gratis. De muziekindustrie implodeerde aanvankelijk: van veertien miljard dollar omzet in 1999 naar minder dan zeven miljard tien jaar later. Maar in 2024 haalde diezelfde industrie zeventien miljard dollar op, het hoogste bedrag ooit. Liveconcerten genereerden daar bovenop nog eens drieëntwintig miljard. De muziek stierf niet. Het volume nam toe en de verdeling van waarde verschoof volledig. Niet de platenmaatschappijen wonnen, maar de platforms die de distributie controleerden, en de artiesten die iets leverden wat niet te digitaliseren valt. Fotografie, drukwerk en uitgeverij doorliepen precies hetzelfde patroon. Telkens als de kosten van maken instorten, explodeert het volume en verschuift de waarde naar wie de distributie beheerst en wat niemand kan kopiëren.

Welke softwarebedrijven verliezen

Voor de software-industrie vertaalt dit zich in een scherpe tweedeling. Aan de ene kant staan bedrijven die jarenlang leefden van de schaarste van code. Zij rekenden honderden euro’s per maand voor functionaliteit die nu voor twintig dollar is na te bouwen. Hun enige echte bescherming was een hoge overstapdrempel. Workday rekent per gebruiker voor HR- en financiële software die weinig onderscheidend is van wat AI-alternatieven inmiddels voor een fractie van de prijs kunnen leveren. Oracle verkoopt soortgelijke ERP-functionaliteit en kon decennialang rekenen op het feit dat niemand vrijwillig migreert. Maar die muur brokkelt af zodra AI de migratiekosten drastisch verlaagt. Adobe is het meest complexe geval. Het bedrijf heeft met Firefly een eigen AI-model gebouwd op gelicenseerde content en beschikt over een diepgeworteld ecosysteem van creatieve professionals. Tegelijkertijd staat de kern van zijn waarde onder directe druk: de overstapdrempel voor Creative Cloud was altijd dat Photoshop en Illustrator jarenlange ervaring vereisten. Generatieve AI maakt die vaardigheidsdrempel grotendeels overbodig. Wie vroeger een ontwerper nodig had voor een campagnebeeld, genereert dat nu zelf. HubSpot biedt gestandaardiseerde tools voor e-mailmarketing en CRM, precies het soort functionaliteit waarvoor AI-agents moeiteloos alternatieven vinden. En ook cybersecuritybedrijven als CrowdStrike zien hun positie wankelen nu AI zowel de aanval als de verdediging automatiseert. Voor al deze bedrijven werkt de Jevons-paradox als een sloophamer. AI-agents voelen geen overstapdrempel. Ze kiezen de snelste en goedkoopste optie en schakelen direct over zodra er iets beters is.

Welke softwarebedrijven winnen

Aan de andere kant staan bedrijven waarvan de waarde nooit in de code zat, maar in wat zij weten en beheren. Wolters Kluwer beschikt over decennialang opgebouwde juridische, fiscale en medische kennisbanken, diep geïntegreerd in de werkprocessen van accountants, juristen en zorgverleners wereldwijd. Die kennis is niet te kopiëren, maar wordt met AI juist sneller doorzoekbaar en daardoor waardevoller. Salesforce verkoopt niet zozeer een CRM-systeem als wel een ecosysteem waarop duizenden koppelingen, specialisten en bedrijfsprocessen zijn gebouwd. ServiceNow zit zo diep verweven in de IT-processen van grote ondernemingen dat migratie jarenlang duurt, ongeacht wat er met de kosten van code gebeurt. Microsoft bezit met Azure, Teams en de integratie van Copilot in Office een infrastructuurlaag waarop het overgrote deel van het mondiale bedrijfsleven draait. Accenture profiteert als geen ander van de complexiteit van de overgang zelf: hoe meer bedrijven hun softwarestack moeten herbouwen, hoe groter de vraag naar implementatiediensten. Apple controleert met zijn App Store het distributiepunt voor miljarden gebruikers. Synopsys levert de chipontwerpsoftware die aan de basis ligt van iedere geavanceerde processor. En Uber beschikt over een vraagvoorspellingsmodel dat is opgebouwd uit miljarden ritten in honderden steden. Voor al deze bedrijven geldt hetzelfde: hun waarde groeit met elke transactie, elk document en elke gebruiker, en AI versterkt die voorsprong in plaats van hem uit te wissen.

Groter, maar anders verdeeld

De software-industrie van 2035 zal bijna zeker groter zijn dan die van vandaag, om precies dezelfde reden dat de muziekindustrie van 2024 groter is dan die van 1999. De Jevons-paradox garandeert een explosie in het gebruik van software zodra de productiekosten dalen. De relevante vraag voor beleggers is niet of de sector krimpt, maar wie de vruchten van die groei plukt. Dat zijn niet de bedrijven die hun prijs rechtvaardigden met de complexiteit van hun code. Het zijn de bedrijven die iets bezitten wat niet voor twintig dollar is na te bouwen: een netwerk, een dataset of een proces dat diep in de haarvaten van een organisatie is doorgedrongen. Software 2.0 is geen ondergang voor de software-industrie als geheel. Het is een herordening die al lang had moeten komen, en die genadeloos onderscheid maakt tussen bedrijven die echte waarde leveren en bedrijven die jarenlang hebben geleefd van de schaarste van code.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

 

Disclaimer

Abonneer op deze nieuwsbrief via

www.aureus.eu/nieuwsbrief

 

Gerelateerde artikelen

Nog even en we worden allemaal Frans

Frankrijk zit door zijn staatsschuld klem in een vicieuze cirkel; de rest van de eurozone betaalt de rekening.

Meer lezen

Een verrassende eerste ronde

Brazilië draait na Argentinië naar rechts. Wat betekent de verkiezingsuitslag voor Zuid-Amerika en voor beleggen in Brazilië?

Meer lezen

De winst doet het werk

Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.