Zoals verwacht won Labour overtuigend de verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk. De Conservatieven werden niet alleen verslagen, ze behaalden zelfs het laagste aantal zetels in hun 200-jarig bestaan. Dat kwam ook doordat Reform UK zo’n 14 procent van de stemmen wist te behalen, vooral ten koste van de Conservatieven (24 procent stemmen). Met slechts 34 procent heeft Labour in het Britse districtenstelsel daarom nu 63 procent van de zetels. Tijdens de vorige verkiezingen kreeg Labour 32 procent (een verschil van minder dan 2 procentpunt) van de stemmen, maar dat zorgt in dit geval voor een verschil van 200 zetels.
Geen economische omwenteling
In het verleden zou een overgang van Conservatieven naar Labour ook een grote economische omwenteling betekenen in het Verenigd Koninkrijk, maar dit keer draait het de kiezer vooral om stabiliteit (wat ze niet vonden bij de Conservatieven) en dat is waar Labour tijdens de verkiezingen ook op had ingezet. Na het drama met Liz Truss kan ook Labour niet anders dan zorgen voor een solide begroting.
Dat betekent wel dat het niet eenvoudig is om de andere beloftes van Labour over de huizenmarkt, de gezondheidszorg, onderwijs, de uitkeringen, het milieu en zelfs defensie waar te maken. Die kosten allemaal geld. Daar is simpelweg geen ruimte voor op de Britse begroting. Dat kan op termijn voor onrust zorgen, maar voorlopig krijgt de nieuwe regering het voordeel van de twijfel. Dat betekent ook een herstel in het consumentenvertrouwen in het Verenigd Koninkrijk, zoals na elke verkiezingen in het VK. Op korte termijn kan de Britse economie daarvan profiteren, op langere termijn ligt een nieuwe economische en politieke crisis in het verschiet.
Betere relatie met Europa
Wel zal Labour aansturen op een betere relatie met de Europese Unie dan de Conservatieven. Sinds de Brexit in 2016 valt het op verschillende gebieden tegen qua economische groei. De nieuwe Britse premier, Keir Starmer, heeft toetreding tot de Europese douane-unie of de Europese markt uitgesloten. Daarmee loopt Starmer wel het risico op onrust binnen Labour, aangezien een deel wel aansluiting wil bij de EU. Bovendien wil maar liefst 78 procent van de Labour-kiezers wel aansluiten bij de EU. Labour wil wel samenwerken met Europa, maar over het vrij verkeer van personen (de kern van Brexit) kan wat betreft Starmer niet worden onderhandeld.
Relatie met China
Eén van de prestaties van de Conservatieven na Brexit was een vrijhandelsverdrag met China. Door de strijd om de macht tussen China en de Verenigde Staten, werden de Britten gedwongen om te kiezen voor de Amerikanen en ook hier gaat de nieuwe regering geen verandering brengen. Starmer heeft een full audit over de Britse relaties met China beloofd in de komende 100 dagen. Ook omdat de relatie met China onder de Conservatieven zo onduidelijk was geworden.
Ondanks de eerdere toenadering tussen China en het VK moest vorig jaar een chipsfabriek van Nexperia (de Nederlandse dochter van het Chinese Wingtech Technology), de grootste chipsfabriek in het VK worden verkocht aan de Amerikanen. Eerder werd het VK al onderdeel van Aukus, het veiligheidspact tussen de VS, Australië en het VK. Mogelijk dat de nieuwe handelspolitiek van Trump (hogere importtarieven voor alle landen, inclusief Europese landen) het VK en China weer nader tot elkaar kunnen brengen. Daarnaast blijft er natuurlijk nog de kwestie over de voormalige Britse kroonkolonie Hong Kong.
Conclusie
Door de ‘ruk naar links’ in het Verenigd Koninkrijk lijkt het land zich te onderscheiden van de ‘ruk naar rechts’ op het Europese continent. Maar deze uitkomst is veel meer een gevolg van de chaos binnen de Conservatieven en de stemmenwinst van de rechtse Reform UK van Nigel Farage (die na zeven eerdere pogingen voor het eerste in het Britse lagerhuis is verkozen). Het Britse districtenstelsel speelt hierbij een belangrijke rol. Mogelijk dat Labour er wel in slaagt om dit systeem deels te veranderen. Verder zal de nieuwe Britse regering voor opmerkelijk weinig verandering zorgen het VK. De Britse politiek zal nog vele jaren worden bepaald door het Liz Truss-trauma, vergelijkbaar met de begrotingspoblemen van 1981 of de Suez Crisis van 1956. Het zal enige tijd duren voordat kiezers (en ook beleggers) weer vertrouwen krijgen in de Britse politiek.
Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.