Rentehysterie: waarom een hogere rente geen crisis is

06 september 2026

De lange rente stijgt, en dat maakt beleggers nerveus. In de Verenigde Staten liep de rente op dertigjarige staatsleningen op tot boven de 5 procent, het hoogste niveau sinds 2001. In Duitsland staat de tienjaarsrente rond 3,3 procent, het hoogste punt in vijftien jaar. De Franse tienjaarsrente is met ruim 4 procent terug op het niveau van vóór de kredietcrisis. Overal klinkt hetzelfde verhaal: de schulden zijn te hoog geworden en beleggers zouden hun vertrouwen in westerse staatsobligaties verliezen. Dat beeld klopt niet. Wat we nu zien is geen crisis, maar een normalisatie. De rente keert simpelweg terug naar een niveau dat vroeger heel gewoon was. Het is verleidelijk om mee te gaan in de onrust, want niets verkoopt zo goed als een naderende crisis.

Twintig jaar kunstmatig lage rente

Twee decennia lang was de rente kunstmatig laag. Na de kredietcrisis van 2008 had de wereld te maken met te veel spaargeld, te weinig groei en een dalende inflatie. Centrale banken hielden de rente rond nul en kochten voor duizenden miljarden aan obligaties op. Op het hoogtepunt handelde een enorme berg obligaties zelfs tegen een negatieve rente. Beleggers betaalden dus geld om hun eigen geld te mogen uitlenen.

 

Een hoge staatsschuld leidt niet automatisch tot een hoge rente. Neem Japan, het land met de hoogste schuld ter wereld. Juist daar is de rente al decennialang laag. Ook in de Verenigde Staten liep de schuld sinds de jaren tachtig flink op, terwijl de reële rente juist daalde. Over lange periodes bewegen schuld en rente vaker tegengesteld dan gelijk op. Het idee dat veel schuld vanzelf een hoge rente betekent, houdt geen stand.

Beleggers halen twee dingen door elkaar. Het eerste is het fiscale risico, oftewel de kans dat een land zijn schuld niet terugbetaalt. Voor een land dat leent in de eigen munt en een centrale bank achter zich heeft, is die kans vrijwel nul. De centrale bank kan immers altijd als de ultieme koper optreden.

 

Het tweede is de termijnpremie. Dat is de extra vergoeding die beleggers vragen omdat ze niet zeker weten hoe hoog de inflatie en de herfinancieringskosten in de toekomst worden. Die premie is inderdaad gestegen, maar staat met ongeveer 1 procent op het niveau van rond het jaar 2000. Dat is veel lager dan in de jaren tachtig en negentig. Van een paniekpremie is dus geen sprake.

De rente afzetten tegen de groei

Een rente zegt bovendien weinig zolang je hem niet vergelijkt met de groei van de economie. De Amerikaanse economie groeit nominaal met ongeveer 6,5 procent, terwijl de tienjaarsrente rond 4,6 procent ligt. Zolang de rente lager is dan de groei, groeit een land als het ware uit zijn schuld. Dat is precies het tegenovergestelde van een crisis, en reflatie (effectief ligt zowel de korte en de lange rente structureel beneden de nominale groeivoet van de economie) is een oplossing waar in de vorige eeuw regelmatig gebruik van werd gemaakt. Wie na de Tweede Wereldoorlog in Nederlandse staatsobligaties belegde, was begin jaren tachtig tweederde van zijn koopkracht kwijt, inclusief alle rente-inkomsten. In Amerika ging het niet veel anders. Inflatie en groei losten de schuld langzaam op. Dat is niet prettig voor de belegger, maar het is iets heel anders dan wanbetaling.

Frankrijk is de echte zwakke plek

Toch is niet alles hetzelfde. In Europa is er één land waar het verhaal wél serieuzer is: Frankrijk. Een euroland kan de eigen munt niet bijdrukken, en dat maakt een groot verschil. De Franse staatsschuld is opgelopen tot ruim boven de 110 procent van het bruto binnenlands product. Het parlement is verdeeld, de jaarlijkse begroting is een uitputtingsslag geworden en in mei 2027 zijn er presidentsverkiezingen.

 

Dat zie je terug in de markt. Het renteverschil tussen Franse en Duitse staatsleningen liep op tot 87 basispunten. Dat is veel hoger dan gemiddeld. In augustus gebeurde zelfs iets opvallends: Italië, met een nog zwaardere schuldenlast, kon zich even goedkoper financieren dan Frankrijk. Dat maakt Italiaans papier niet veilig, maar het laat wel zien dat beleggers het Franse politieke risico opnieuw inprijzen. Daar komt bij dat meer dan zestig procent van de Franse schuld in buitenlandse handen is, tegen ongeveer een derde van de Italiaanse. Buitenlandse beleggers zijn doorgaans schrikachtiger, waardoor de Franse rente gevoelig is voor de stemming van het moment.

 

De Duitse rente stijgt trouwens om een heel andere reden. Niet uit angst, maar door hogere overheidsuitgaven, een recordaanbod aan nieuwe leningen en terugkerende inflatie. Twee keer een stijgende rente dus, maar met twee volstrekt verschillende oorzaken.

Een wereldwijd verschijnsel

Dat de rente overal tegelijk stijgt, ontkracht het idee van een puur Amerikaans schuldenprobleem. Dit jaar daalden Japanse, Britse en Duitse staatsobligaties zelfs harder dan Amerikaanse. Een probleem dat overal tegelijk opduikt, is geen nationale begrotingskwestie. Het is een structurele verschuiving: het einde van de nulrente, centrale banken die zich terugtrekken als grote koper, en inflatierisico dat terugkeert in de prijs van geld.

 

Voor de belegger is dat goed nieuws. Na ruim tien jaar van bijna niets leveren obligaties opnieuw een fatsoenlijk rendement op. De Japanse dertigjarige lening rendeert inmiddels 4,1 procent, terwijl de economie op termijn eerder richting 1 à 2 procent groeit. Zo’n rente is eerder te hoog dan te laag. Ook Amerikaanse staatsobligaties ogen na de recente stijging eerder goedkoop dan duur, zeker als de inflatie verder afkoelt.

 

Een rente die normaliseert is geen bedreiging, maar een zegen. Ze herstelt het ankerpunt van elke belegging en maakt obligaties eindelijk weer een categorie die de moeite waard is om te bezitten. Hysterie is zelden een goede raadgever. De fundamenten geven op dit moment weinig reden tot zorg.

 

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer 

 

Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief 

Gerelateerde artikelen

De magische 4%

Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen

Meer lezen

De semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij

Chipaandelen corrigeren hard, maar de semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij. Kunstmatige intelligentie en robots stuwen de vraag.

Meer lezen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.