Productiviteit = kunstmatige intelligentie + energie

14 augustus 2025

vierde industriële revolutie

De belofte van kunstmatige intelligentie klinkt verleidelijk: een productiviteitssprong die de economische groei voor decennia kan stuwen. Goldman Sachs en PwC voorspellen dat AI de groei met respectievelijk 15% en 20% kan verhogen over de komende tien jaar. Maar net zoals de Tweede Industriële Revolutie afhankelijk was van één cruciale enabler – elektriciteit – staat de huidige AI-revolutie voor een vergelijkbare energetische uitdaging die mogelijk beslissender is dan de technologie zelf.

Lessen uit de Tweede Industriële Revolutie

De periode tussen 1870 en 1914 laat zien dat de uitvinding van de elektriciteit niet onmiddellijk leidde tot explosieve economische groei. Decennialang bleven fabrieken werken met stoommachines en mechanische transmissiesystemen. Pas toen de volledige infrastructuur voor elektriciteit was uitgerold – centrales, distributienetwerken, nieuwe machines – ontstond er een ware productiviteitsexplosie.

 

Deze revolutie creëerde een lawine van nieuwe industrieën die een generatie eerder ondenkbaar waren. De farmaceutische industrie, massaproductie van consumptiegoederen, de auto-industrie, huishoudelijke apparaten, radio’s en grammofoons – allemaal mogelijk gemaakt door de beschikbaarheid van elektriciteit. Deze nieuwe industrieën vervingen niet alleen bestaande arbeid, maar creëerden geheel nieuwe vormen van werk.

 

Veel kinderen die in 1880 naar school gingen, zouden uiteindelijk beroepen uitoefenen die toen nog niet bestonden: radio-technici, automonteurs, elektriciens, operators van nieuwe productielijnen. De menselijke behoefte bleek inderdaad onverzadigbaar – zodra nieuwe mogelijkheden ontstonden, volgde de vraag.

De geschiedenis herhaalt zich

Kunstmatige intelligentie bevindt zich mogelijk in een vergelijkbare fase als elektriciteit rond 1880. We hebben de basistechnologie, maar de infrastructurele voorwaarden voor massale implementatie zijn nog niet vervuld. Net zoals fabrieken decennia nodig hadden om volledig over te stappen van stoom naar elektriciteit, vereist AI een fundamentele herinrichting van onze energiesystemen.

 

De cijfers zijn onverbiddelijk: wereldwijd is de energieproductie de afgelopen tien jaar slechts met 13% gegroeid. Voor AI om de voorspelde groei van 15-20% te realiseren, zou een dramatische opschaling van energie-investeringen nodig zijn. Datacenters in de VS groeiden al met 29% jaar-op-jaar, terwijl andere sectoren krimpen – een teken dat we de grenzen van onze huidige energiecapaciteit naderen.

 Onzichtbare nieuwe industrieën

Het feit dat we nog niet kunnen benoemen welke goederen en diensten AI zal mogelijk maken, is geen argument tegen een productiviteitssprong – het is juist het bewijs ervoor. In 1880 kon niemand zich een wereld voorstellen waarin huishoudens beschikten over koelkasten, stofzuigers, radio’s en auto’s. De menselijke verbeelding is beperkt, maar menselijke behoeften zijn dat niet.

 

AI zal waarschijnlijk nieuwe industrieën creëren rond nanotechnologie, geavanceerde materiaalwetenschappen, gepersonaliseerde geneeskunde, en wetenschappen die we nu nog niet kunnen bevatten. Net zoals elektriciteit leidde tot de entertainmentindustrie (film, radio, later televisie), zal AI nieuwe sectoren mogelijk maken die nu onvoorstelbaar zijn.

 

De vraag is niet óf deze nieuwe industrieën zullen ontstaan – de onverzadigbare aard van menselijke behoeften garandeert dat vrijwel. De vraag is wanneer, en de daarmee samenhangede productiviteitssprong hangt af van de energetische infrastructuur.

Van fossiel naar kernenergie?

De Tweede Industriële Revolutie vereiste niet alleen nieuwe machines, maar een geheel nieuw energiesysteem. Stoomkracht was lokaal en beperkt; elektriciteit maakte centralisatie en distributie mogelijk op ongekende schaal. Vandaag staat AI voor een vergelijkbare transitie.

 

Terwijl er wordt gesproken over investeringen in kernsplitsing en kernfusie die eindelijk volwassenheid lijkt te naderen, hebben we nog geen energiebron gevonden die kan voldoen aan AI’s exponentiële vraag. Net zoals de elektrificatie decennia vergde, kan de energetische infrastructuur voor AI een langere voorbereidingstijd vereisen dan technologie-optimisten verwachten.

Het vervangingsrisico

Hier schuilt het werkelijke risico. In tegenstelling tot de geleidelijke transitie van stoom naar elektriciteit, dreigt AI sneller werknemers te vervangen dan nieuwe energetische infrastructuur nieuwe industrieën kan ondersteunen. JP Morgan en het IMF voorspellen dat AI tegen 2034 de helft van de Amerikaanse banen kan wegvagen – een tempo dat de historische overgangen ver overtreft.

 

De Tweede Industriële Revolutie slaagde omdat de timing klopte: nieuwe energiebronnen maakten nieuwe industrieën mogelijk voordat oude banen massaal verdwenen. Als AI sneller evolueert dan onze energetische capaciteit om nieuwe sectoren te ondersteunen, ontstaat er een gevaarlijke kloof waarin vervangen werknemers geen nieuwe productieve rollen kunnen vinden.

De infrastructuuruitdaging

Net zoals elektriciteit meer vereiste dan alleen gloeilampen – distributienetten, centrales, nieuwe machines, opgeleide technici – vraagt AI om een complete ecosysteemtransformatie. Dit omvat niet alleen energieproductie, maar ook distributie, opslag, koeling en nieuwe vormen van menselijk kapitaal om deze systemen te beheren.

 

De geschiedenis leert ons dat infrastructuurrevoluties tijd kosten. Het duurde bijna een halve eeuw voordat elektriciteit zijn volledige economische impact had. AI zou sneller kunnen gaan, maar alleen als we de energetische bottleneck kunnen doorbreken.

Energie als de grote gelijkmaker

De belofte van AI is reëel, net zoals de belofte van elektriciteit reëel was in 1880. Onze kinderen zullen inderdaad beroepen uitoefenen die nu nog niet bestaan, gedreven door onze onverzadigbare behoeften en AI’s mogelijkheden om nieuwe oplossingen te creëren.

 

Maar de geschiedenis waarschuwt ons: technologische revoluties slagen of falen op basis van hun infrastructurele fundamenten. Voor elektriciteit was dat de opbouw van het elektriciteitsnet. Voor AI is dat de beschikbaarheid van voldoende, betaalbare energie.

 

De markt wedt momenteel op AI’s technologische superieuriteit. De geschiedenis suggereert dat we in plaats daarvan zouden moeten wedden op energiebedrijven, infrastructuurontwikkelaars en de sectoren die de fysieke basis leggen voor AI’s digitale belofte. Want net zoals de Tweede Industriële Revolutie uiteindelijk een elektriciteitsverhaal was, is de AI-revolutie fundamenteel een energieverhaal.

 

Tot we die energetische puzzel oplossen, blijft zelfs de meest geavanceerde kunstmatige intelligentie beperkt door de meest menselijke van alle beperkingen: de wetten van de fysica.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

 

Disclaimer

 

Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief 

Voor tussentijdse updates, volg Auréus op Linkedin

 

Gerelateerde artikelen

De magische 4%

Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen

Meer lezen

De semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij

Chipaandelen corrigeren hard, maar de semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij. Kunstmatige intelligentie en robots stuwen de vraag.

Meer lezen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.