Onzichtbare nieuwe industrieën
Het feit dat we nog niet kunnen benoemen welke goederen en diensten AI zal mogelijk maken, is geen argument tegen een productiviteitssprong – het is juist het bewijs ervoor. In 1880 kon niemand zich een wereld voorstellen waarin huishoudens beschikten over koelkasten, stofzuigers, radio’s en auto’s. De menselijke verbeelding is beperkt, maar menselijke behoeften zijn dat niet.
AI zal waarschijnlijk nieuwe industrieën creëren rond nanotechnologie, geavanceerde materiaalwetenschappen, gepersonaliseerde geneeskunde, en wetenschappen die we nu nog niet kunnen bevatten. Net zoals elektriciteit leidde tot de entertainmentindustrie (film, radio, later televisie), zal AI nieuwe sectoren mogelijk maken die nu onvoorstelbaar zijn.
De vraag is niet óf deze nieuwe industrieën zullen ontstaan – de onverzadigbare aard van menselijke behoeften garandeert dat vrijwel. De vraag is wanneer, en de daarmee samenhangede productiviteitssprong hangt af van de energetische infrastructuur.
Van fossiel naar kernenergie?
De Tweede Industriële Revolutie vereiste niet alleen nieuwe machines, maar een geheel nieuw energiesysteem. Stoomkracht was lokaal en beperkt; elektriciteit maakte centralisatie en distributie mogelijk op ongekende schaal. Vandaag staat AI voor een vergelijkbare transitie.
Terwijl er wordt gesproken over investeringen in kernsplitsing en kernfusie die eindelijk volwassenheid lijkt te naderen, hebben we nog geen energiebron gevonden die kan voldoen aan AI’s exponentiële vraag. Net zoals de elektrificatie decennia vergde, kan de energetische infrastructuur voor AI een langere voorbereidingstijd vereisen dan technologie-optimisten verwachten.
Het vervangingsrisico
Hier schuilt het werkelijke risico. In tegenstelling tot de geleidelijke transitie van stoom naar elektriciteit, dreigt AI sneller werknemers te vervangen dan nieuwe energetische infrastructuur nieuwe industrieën kan ondersteunen. JP Morgan en het IMF voorspellen dat AI tegen 2034 de helft van de Amerikaanse banen kan wegvagen – een tempo dat de historische overgangen ver overtreft.
De Tweede Industriële Revolutie slaagde omdat de timing klopte: nieuwe energiebronnen maakten nieuwe industrieën mogelijk voordat oude banen massaal verdwenen. Als AI sneller evolueert dan onze energetische capaciteit om nieuwe sectoren te ondersteunen, ontstaat er een gevaarlijke kloof waarin vervangen werknemers geen nieuwe productieve rollen kunnen vinden.
De infrastructuuruitdaging
Net zoals elektriciteit meer vereiste dan alleen gloeilampen – distributienetten, centrales, nieuwe machines, opgeleide technici – vraagt AI om een complete ecosysteemtransformatie. Dit omvat niet alleen energieproductie, maar ook distributie, opslag, koeling en nieuwe vormen van menselijk kapitaal om deze systemen te beheren.
De geschiedenis leert ons dat infrastructuurrevoluties tijd kosten. Het duurde bijna een halve eeuw voordat elektriciteit zijn volledige economische impact had. AI zou sneller kunnen gaan, maar alleen als we de energetische bottleneck kunnen doorbreken.
Energie als de grote gelijkmaker
De belofte van AI is reëel, net zoals de belofte van elektriciteit reëel was in 1880. Onze kinderen zullen inderdaad beroepen uitoefenen die nu nog niet bestaan, gedreven door onze onverzadigbare behoeften en AI’s mogelijkheden om nieuwe oplossingen te creëren.
Maar de geschiedenis waarschuwt ons: technologische revoluties slagen of falen op basis van hun infrastructurele fundamenten. Voor elektriciteit was dat de opbouw van het elektriciteitsnet. Voor AI is dat de beschikbaarheid van voldoende, betaalbare energie.
De markt wedt momenteel op AI’s technologische superieuriteit. De geschiedenis suggereert dat we in plaats daarvan zouden moeten wedden op energiebedrijven, infrastructuurontwikkelaars en de sectoren die de fysieke basis leggen voor AI’s digitale belofte. Want net zoals de Tweede Industriële Revolutie uiteindelijk een elektriciteitsverhaal was, is de AI-revolutie fundamenteel een energieverhaal.
Tot we die energetische puzzel oplossen, blijft zelfs de meest geavanceerde kunstmatige intelligentie beperkt door de meest menselijke van alle beperkingen: de wetten van de fysica.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief
Voor tussentijdse updates, volg Auréus op Linkedin