Volgens de markt gaat de Amerikaanse centrale bank dit jaar niet meer de rente verlagen. Dat terwijl begin dit jaar de markt nog rekende op maar liefst zeven renteverlagingen. In december gaf de Federal Reserve via de dotplot impliciet aan dat er dit jaar drie renteverlagingen zouden volgen, maar door sterkere economische groeicijfers en licht tegenvallende inflatiecijfers zijn die geleidelijk uit beeld verdwenen. Nu zit de Fed vast. De rente gaat niet omhoog, maar voorlopig ook niet omlaag.
Tegelijkertijd blijft de Fed data-dependent, wat wil zeggen dat ze eigenlijk alleen reageert op gerealiseerde cijfers met betrekking tot de inflatie en werkgelegenheid. Dit zijn twee ‘lagging’ indicators. Die kijken dus vooral terug en niet vooruit. Zowel voor wat betreft inflatie als werkgelegenheid zijn er volop signalen dat ze de goede kant op gaan in de tweede jaarhelft. De goede kant in dit geval is omlaag.
Geen recessie, toch?
De kans bestaat dat in de Verenigde Staten de obligatiemarkt nog een keer het 5 procentsniveau gaat testen, maar die kans is afgenomen na de werkgelegenheidscijfers van vrijdag. Maar de rentecurve is nog steeds invers en omdat met die meevallende groeicijfers de kans op een recessie op de korte termijn is afgenomen, lijkt daar weinig reden toe. Daarbij spelen de presidentsverkiezingen nog wel een rol. In aanloop naar de verkiezingen in december wordt de Amerikaanse economie volop gestimuleerd, getuige de tekorten op de Amerikaanse begroting. Na de verkiezingen valt die impuls waarschijnlijk weg en als dan de rente langer hoog is dan noodzakelijk zou de economie volgend jaar kunnen verzwakken. Het is overigens normaal dat de curve gaat versteilen, vlak voor aanvang van de recessie.
Als die recessie er komt is dat meer een periode van vlakkere groei. Zoveel excessen waren er ook weer niet, bijna integendeel. Onzekere factor zijn wel de investeringen (onder andere op het gebied van kunstmatige intelligentie) die voor een belangrijk deel gefinancierd worden uit de bestaande kasstroom uit bedrijven. Verder trekt de groei in Europa en China aan en hoewel de Amerikaanse economie relatief gesloten is, kunnen Amerikaanse bedrijven (vooral de grote techbedrijven) daarvan profiteren.
Prima resultaten
Wat ook langer hoog is, zijn de bedrijfsresultaten over het eerste kwartaal. In de VS is 60 procent van de bedrijven met de resultaten gekomen en dit was de grootste positieve verrassing sinds 2021. Tech gaat aan de leiding met een positieve winstverrassing van maar liefst 10 procent (vooral dankzij de Magnificent Seven), waarmee grotendeels de hooggespannen verwachtingen werden waargemaakt. Zelfs Apple presteerde afgelopen week beter dan verwacht en kwam zelfs met het grootste inkoopprogramma ooit (110 miljard dollar). Op 10 juni start het WWDC van Apple, een conferentie voor ontwikkelaars van software. Mogelijk dat daar nieuwe AI-toepassingen gepresenteerd. Als die alleen beschikbaar zijn voor de iPhone 15 en hoger, start later dit jaar een nieuwe iPhone-cyclus. Voor dit jaar zullen de Amerikaanse winsten met een procent of 12 groeien, waarbij de marges geholpen worden door kunstmatige intelligente assistenten.
Parallel tweede helft jaren negentig
Uiteindelijk gaat het beleggers om de stijging van de winst per aandeel. Dat zorgt er voor dat de markt relatief immuun is voor een stijgende rente. Dezelfde situatie zagen we ook in de tweede helft van de jaren negentig. Voortdurend was er de dreiging dat inflatie zou oplopen, maar productiviteitswinsten hielden uiteindelijk de inflatie onder controle. Gevolg was toen wel dat na de zachte landing van 1995 zowel de Federal Reserve als de Bundesbank de rente langer hoog hielden. Hans Tietmeyer verstond zelfs de kunst om lange tijd te dreigen met een renteverhoging, eentje die er nooit kwam. In diezelfde tijd dreigde Greenspan met zijn irrational exuberance speech dat het allemaal in een tranendal zou eindigen. Dat klopte inderdaad, maar eerst steeg de Nasdaq nog wel in drie jaar tijd van 1.300 punten tot boven de 5.000 punten.
Het vervolg
Het meest waarschijnlijke scenario is dat de aandelenmarkt in de rest van het jaar een afspiegeling is van de winstontwikkeling en het goede nieuws wat dat betreft is dat die winstontwikkeling in de komende kwartalen kan versnellen. Bovendien zorgt de verbreding van de markt voor mogelijk positieve uitschieters buiten de optimaal presterende Big Techbedrijven. Pas als de desinflatie in de twee jaarhelft doorzet, is er weer ruimte voor k/w expansie.
Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.