Economen hebben moeite om een recessie te voorspellen, hoewel er volgens diezelfde economen voldoende indicatoren zijn die wijzen op een recessie. Er is op veel dan die voorheen zogenaamd betrouwbare indicatoren het nodige aan te merken. Kennelijk werken deze indicatoren ook bij een zachte landing en dat is nog altijd het basisscenario. Een recessie is onderdeel van een normale economische cyclus, dus eigenlijk zou eerst de vraag gesteld moeten worden waar we zitten in die economische cyclus. Nu zijn er sinds de Grote Financiële Crisis veel maatregelen genomen die de cyclus frustreren. Onderdeel van een normale recessie is dat er voorafgaand aan die recessie excessief is geïnvesteerd. De functie van zo’n recessie is dan om de excessen weg te werken. Gelet op de tekorten aan miljoenen huizen en ook andere infrastructuur, lijkt het er vooral op dat er jarenlang onvoldoende is geïnvesteerd. Als er een recessie komt dat zal die dus niet zo diep zijn.
De rentecurve
Een bekende recessie-indicator is de omgekeerde of inverse rentecurve. Die is nu al meer dan twee jaar invers, maar bij een gebrek aan een recessie lijkt het sterke trackrecord van deze indicator te zijn doorbroken. De gebruikelijke reden waarom de curve invers is, is omdat de kapitaalmarkten geloven dat centrale banken de beleidsrente voldoende hebben verhoogd om de inflatie te bedwingen. Wat dat betreft heeft deze indicator het goed gezien. De inflatie is vrijwel genormaliseerd, alleen zonder recessie. Vergeleken met vroeger zijn er andere zaken die een rol spelen die invloed hebben op de rentecurve. Zo zijn centrale banken zelf via het opkoopbeleid ook zeer actief aan het lange eind van de curve (het zijn zelfs de grootste kopers). Ook pensioenfondsen zijn in het kader van ALM-studies veel actiever aan de lange kant, een fenomeen dat tot voor kort nog versterkt werd met leverage LDI-oplossingen. Alleen dat is sinds de problemen onder Lizz Truss wel verleden tijd. Het met geleend geld kopen van langlopende staatsobligaties op het dieptepunt van de rente vereist een gedachtekronkel die zelfs kwantitatief niet valt te verklaren.
Ontwikkeling van de geldhoeveelheid
De Bundesbank keek voorheen wat betreft de ontwikkeling van de inflatie en de kans op een recessie vooral naar de groei van de geldhoeveelheid, in het geval van de Bundesbank de M3. Het idee is als de geldhoeveelheid krimpt dit onvermijdelijk moet leiden tot een recessie. Nu steeg de geldhoeveelheid ongekend sterk gedurende Corona, maar was de geldgroei eind 2022 sterk negatief. Anderhalf jaar later is er weer sprake van een positieve geldgroei, zonder dat we in de tussentijd een recessie hebben gezien.
Inkoopmanagers
De ISM index heeft een sterk track record over meerdere cycli voor wat betreft het voorspellen van een recessie. Alleen dit keer was het 19 van de 20 maanden negatief en kwam er geen recessie. Wederom is een deel van de oorzaak de uitzonderlijke ontwikkeling van deze cyclus die nogal verstoord is door de coronacrisis en met name door de reactie daarop. Als er al een recessie was dan was die in 2022 van relatief korte duur, vooral vanwege fiscale en monetaire impulsen op dat moment en in de jaren daaraan voorafgaand. Verder was er post-Corona wel degelijk sprake van krimp en zelfs deflatie aan de productiekant van de economie, maar bepaald niet aan de dienstenkant. De recessie is al geweest, alleen niet voor de totale economie.
De Sahm-indicator
Dan is er de minder bekende Sahm-indicator, vernoemd naar een econoom (Claudia Sahm) die vroeger voor de Federal Reserve werkte. Elke keer dat het driemaand voortschrijdend gemiddelde van de Amerikaanse werkloosheid 0,5 procentpunt hoger kwam te liggen dan het laagste werkloosheidspercentage in de 12 maanden ervoor, volgde er geheid een recessie. Op zich is dat logisch want op het moment dat er personeel wordt ontslagen is dat niet goed voor de totale consumptie en de consumptie is normaal gesproken het belangrijkste deel van de economie. Nu was de werkloosheid in de VS vorig jaar 3,4 procent op het dieptepunt en die is inmiddels gestegen naar 4,1 procent. Nu loopt de vraag naar arbeid wel terug, maar voor wat betreft het totaal aan ontslagen valt het wel mee. De belangrijkste reden voor het hogere werkloosheidscijfer is dat er meer aanbod is, onder andere door immigratie. Bovendien is een werkloosheid van 4,1 procent ook in historisch perspectief erg laag. Het gaat niet altijd om de verandering, maar soms ook om het niveau. Exit Sahm.
Wal-mart-indicator
Op het moment dat een recessie nadert worden consumenten prijsbewust en kiezen ze vaker voor Wal-Mart. Door de koersontwikkeling van Wal-Mart af te zetten tegen de ontwikkeling van aandelen van producenten van luxegoederen, zou daarmee een recessie zijn te voorspellen. De Wal-Mart-indicator zit er ook wel eens naast (in 2015 en 2016), maar na 2019 volgde inderdaad een recessie. Alleen werd die veroorzaakt door het Coronavirus en het feit dat de beurskoers van Wal-Mart de komst van het coronavirus kan voorspellen is natuurlijk absurd. Zoals zo vaak is correlatie nog geen causaliteit. Consument zijn nu prijsbewuster, niet vanwege de aanstaande recessie, maar door het cumulatieve effect van hoge inflatie.
Zachte landing
Midden jaren negentig werd er ook een recessie voorspeld, maar ook toen volgde een zachte landing. Er was sprake van een vlakke rentecurve, de geldgroei viel stil en de ISM index stond beneden de 50. Als je maar lang genoeg wacht, volgt er uiteindelijk (meer dan vijf jaar later) een recessie. Toch probeert kennelijk elke econoom weer opnieuw om de recessie te voorspellen in de hoop onsterfelijk te worden. Dit keer zou ik echter eerder inzetten op vijf extra jaren van expansie. Als er al excessen waren dan zijn die in 2022 weggewerkt. We zitten daarmee feitelijk nog aan het begin van de cyclus. Bovendien, als er een recessie komt is die veel minder diep dan vorig grote recessies deze eeuw. Die werden veroorzaakt door deflatie, dan moet de centrale bank veel dieper gaan om de economie te stabiliseren. Een recessie veroorzaakt door inflatie is minder diep, mits centrale banken op tijd de rente verlagen.