De geschiedenis herhaalt zich, zeggen ze, maar zelden zo letterlijk als nu. Net als eind jaren negentig spreken we over een Goldilocks-economie, alles precies goed, zelf nog iets beter. Net als elk kwartaal overtreffen bedrijfswinsten opnieuw de verwachtingen met verbluffende marges. En net als bij elke technologische revolutie ontvangen beleggers astronomische investeringen in nieuwe infrastructuur met diepe scepsis. Of het nu glasvezelnetwerken, datacenters of AI-chips betreft, het patroon blijft hetzelfde: enthousiasme bij bedrijven, twijfel bij beleggers.
Het sprookje herhaalt zich
Eind jaren negentig sprak iedereen over de Goldilocks-economie. Net als in het sprookje van Goudhaartje was alles precies goed: niet te warm, niet te koud. De economie groeide stevig, maar de inflatie bleef onder controle. Centrale banken hoefden niet in te grijpen met renteverhogingen. Het was een zeldzame combinatie van omstandigheden die beleggers een gouden tijdperk bezorgde. Nu, ruim 25 jaar later, tekent zich een vergelijkbaar scenario af. Maar dit keer zijn de vooruitzichten mogelijk nog beter.
De komende jaren zal kunstmatige intelligentie een grotere impact hebben dan de komst van het internet destijds. Elke nieuwe technologie wordt bovendien sneller geïmplementeerd dan zijn voorganger. De eerste productiviteitsindicaties van AI zijn overweldigend. Bedrijven kunnen meer produceren met minder middelen, processen worden geautomatiseerd en de efficiency neemt exponentieel toe. Deze forse groei van de aanbodzijde zorgt voor een unieke situatie: als de vraagzijde niet meegroeit, dreigt er zelfs deflatie. Daarbij komt dat kunstmatige intelligentie de eerste technologie lijkt te zijn waarbij er niet meer banen bijkomen, maar juist worden vernietigd. Waar de komst van het internet juist voor vele nieuwe functies en banen heeft gezorgd, verdwijnen die door kunstmatige intelligentie.
Gelukkig hebben centrale banken instrumenten om deflatie te voorkomen. Door de rente te verlagen kunnen ze de vraagzijde stimuleren en zo de balans bewaren. Goed nieuws voor beleggers. In tegenstelling tot de jaren negentig, toen de Amerikaanse overheid een begrotingsoverschot had, is er nu sprake van stevige fiscale stimulering. Het Amerikaanse begrotingstekort is aanzienlijk en stijgende, maar dat geldt ook voor Europa en China. Overheden over de hele wereld zetten fiscaal beleid in om de economie te ondersteunen.
Deze combinatie van factoren rechtvaardigt de term uber-Goldilocks. We staan voor een economie die niet alleen in balans is, maar daadwerkelijk sterker groeit dan eind jaren negentig, terwijl de inflatie waarschijnlijk nog dit jaar onder de 2% duikt. De productiviteitswinst van AI zorgt ervoor dat groei niet automatisch leidt tot oververhitting. Tegelijkertijd zorgen lage rentes en fiscale stimulering ervoor dat de vraag op peil blijft.
Winsten opnieuw beter dan verwacht
Het vierde kwartaal van 2025 was opnieuw een kwartaal waarin bedrijven hun winstprognoses overtreffen. In de VS eindigt het rapportageseizoen over het laatste kwartaal van 2024 met een aangename verrassing: waar analisten 9% winstgroei verwachtten, koersen we af op 16%.
We leven in een K-vormige economie. Terwijl de ene tak van de K – de welgestelden – floreren en consumeren alsof er geen crisis bestaat, zakt de andere tak steeds dieper weg in zorgen over boodschappenprijzen, energierekeningen en hypotheeklasten. Tien procent van de consumenten is tegenwoordig verantwoordelijk voor vijftig procent van alle consumentenbestedingen. Dat kleine segment koopt luxegoederen, boekt vakanties, upgradet zijn auto en investeert in premium diensten. De overige negentig procent klaagt over bestaanszekerheid, schrapt abonnementen en koopt merkloze producten bij de discounter.
Die kloof raakt de winstontwikkeling van beursgenoteerde bedrijven niet. Sterker nog, veel bedrijven profiteren juist van deze tweedeling. Luxemerken floreren, technologiebedrijven verhogen hun prijzen zonder klantenverlies, en zelfs retailketens ontdekken dat premium segmenten veel winstgevender zijn dan de massaconsument. Maar hoe lang kan deze divergentie blijven bestaan? Wanneer de spanning tussen de twee takken van de K te groot wordt, volgen er politieke consequenties. Populisme gedijt in ongelijkheid.
Twijfel over IT: De eeuwige scepsis
Dit patroon herhaalt zich met voorspelbare regelmaat. Een groot technologiebedrijf presenteert sterke kwartaalcijfers, kondigt miljarden aan AI-investeringen aan, en prompt duikt het aandeel. Beleggers applaudisseren niet, ze vertrekken. Dit kwartaal was geen uitzondering. Terwijl de techgiganten hun AI-budgetten verhogen, sommigen spreken over investeringen die door het dak gaan, groeit de onrust op de beursvloer. Wanneer gaan die astronomische bedragen zich terugverdienen? Waar blijft het rendement?
Het is een herkenbaar proces. Bij elke technologische revolutie speelt hetzelfde scenario. In de jaren negentig investeerden telecombedrijven miljarden in glasvezelnetwerken. Analisten twijfelden aan de business case. Achteraf bleek de infrastructuur de basis voor het moderne internet, overigens zonder dat telecombedrijven daar veel aan verdienden. Begin deze eeuw bouwden techbedrijven enorme datacenters. “Overcapaciteit!” riepen critici, maar die datacenters maakten cloud computing mogelijk. Nu is het AI. De investeringen zijn gigantisch: nog grotere datacenters, nieuwe chips, uitbreiding van rekencapaciteit, energie-infrastructuur, koeling. Bedrijven als Microsoft, Google en Amazon investeren vanaf dit jaar elk honderden miljarden per jaar. En telkens opnieuw ontvangen beleggers deze aankondigingen met scepsis, ondanks beter dan verwachte resultaten.
Bijzonder opvallend is de twijfel rond SaaS-bedrijven (Software as a Service). Juist deze sector zou logischerwijs enorm moeten profiteren van AI-integratie. Efficiëntere software, betere gebruikerservaringen, hogere marges. Toch blijven koersen achter bij verwachtingen. Beleggers vrezen dat AI-tools de noodzaak voor gespecialiseerde SaaS-producten ondergraaft, of dat de investeringen in AI de winstmarges te lang onder druk zetten.
Deze twijfel zelf is ook waardevol. Wanneer iedereen enthousiast is, zijn waarderingen hoog en neerwaartse risico’s groot. Wanneer scepsis heerst terwijl fundamenten sterk zijn, ontstaan kansen. De geschiedenis leert dat bedrijven die verstandig investeren in toekomstige infrastructuur uiteindelijk de winnaars zijn. Maar net als bij de telecominvesteringen verdient niet elke AI-investering zich terug. Niet elk bedrijf dat miljarden uitgeeft, bouwt duurzame concurrentievoordelen. Het verschil tussen visie en verspilling is soms pas achteraf zichtbaar. Kijk dus verder dan het huidige kwartaal. Onderzoek welke bedrijven daadwerkelijk schaalvoordelen opbouwen, welke ecosystemen creëren waar klanten niet meer uit kunnen, welke propriëtaire data en modellen ontwikkelen die concurrenten niet kunnen repliceren. Bij elke technologische golf klinkt dezelfde scepsis. Maar uiteindelijk winnen de bedrijven die durven investeren terwijl anderen twijfelen. Mits ze investeren met strategie, niet uit wanhoop.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via
www.aureus.eu/nieuwsbrief