Een Amerikaans ISM-cijfer van de producerende industrie kwam aan het begin van de week opnieuw uit onder de 50 punten en daardoor stond meteen ookde aandelenmarkt onder druk. Financiële media zijn vaak serieel monogaam. In plaats van het beschreven van een complex aan factoren om iets te verklaren, is één enkele oorzaak meteen een volledige verklaring voor het gevolg. Nu is dat iets anders dan de vaak gemaakte vergissing om correlatie gelijk te stellen aan causaliteit. Dat is op zich nog wel begrijpelijk. Het is meer een soort zoektocht naar een zondebok. Een ultieme verklaring waarom beurzen dalen.
Of het is puur gemak, omdat men na de eerste de beste verklaring niet verder wil zoeken. Het kan ook een vorm van cognitieve dissonantie zijn, wat vaak leidt tot een tunnelvisie waardoor men geneigd is te zoeken naar dingen die het verhaal bevestigen. Er is sprake van een confirmation bias wat leidt tot een vertekende uitkomst en onjuiste conclusies. Begin vorige week was aanvankelijk de grote boosdoener de inkoopmanagersindex van de industrie in de Verenigde Staten.
ISM productie index
Aandelenmarkten waren afgelopen week snel bekoeld van het enthousiasme van de week daarvoor. De Amerikaanse ISM index krijgt de schuld, maar dat meet slechts het sentiment onder inkoopmanagers in de industrie. Bij sentiment spelen vele zaken een rol, waaronder de laatste tijd ook de sancties over en weer in de strijd tussen China en de VS en natuurlijk ook de verkiezingsstrijd in de VS. Nu Harris terrein heeft gewonnen, zal het bedrijfsleven weinig enthousiast zijn over de voorgestelde belastingverhogingen onder Harrris.
Ondanks het feit dat ISM eigenlijk zowel vorig jaar als dit jaar wijst op krimp in de industrie, is de industriële productie in de VS nu hoger dan aan het begin van het jaar. Er is dus nog geen sprake van een recessie. Productie is belangrijk want dienstverlening is vaak het gevolg van de verkoop van een product en productie zit daardoor per definitie meer vooraan in de cyclus, Dienstverlening is wel een veel groter deel van de economie en dat cijfer is veel optimistischer. De productie is nog maar 8 procent van de Amerikaanse economie.
Pavlov-reactie
Dit keer kwam het ISM- productiecijfer uit op 47,2. Vaak wordt 50 gezien als het omslagpunt tussen groei en krimp, maar de praktijk leert dat dit omslagpunt lager ligt dan 50. Maar een ISM-index die meerdere maanden onder de 50 staat is natuurlijk geen goed nieuws (behalve voor de inflatie, maar we zitten niet langer in de wereld waarin slecht nieuws feitelijk goed nieuws is). Bovendien is het belang van het ISM-cijfer voor de beurs toegenomen omdat een maand geleden het ISM-cijfer van toen 46,8 werd gezien als een voorbode van een recessie. Wie nog wat verder kijkt naar de verschillende onderdelen van het cijfer ziet dat de ordercomponent dit keer met bijna drie punten daalde tot 44,6. Daarmee werd een herhaling van de beurscorrectie een maand geleden onvermijdelijk, zeker nu de beurs daar weer zo voortvarend van is hersteld.
Verrassend weinig nieuws in ISM productie cijfer
Het ironische is dat de ISM-indexcijfers over juli en augustus weinig nieuw nieuws bevatten. De ordercomponent is weliswaar op het laagste punt in meerdere jaren aangekomen, maar dat is slechts één maandcijfer en de huidige ‘soft patch’ is nog geen recessie. Bovendien ging het deze week op de beurs vooral om Nvidia en dat had weinig met de ontwikkeling in de industrie te maken. Dat het ISM-cijfer zo zwak is, kan ook worden verklaard doordat de Amerikaanse industrie relatief veel zaken doet met het buitenland.
De dienstenkant van de Amerikaanse economie is niet alleen veel groter, maar zegt ook meer over de ontwikkeling van de Amerikaanse economie, daar waar het productiecijfer meer iets zegt over de wereldeconomie. Wat men mogelijk dus terugziet in dit indexcijfer zijn de tegenvallende ontwikkelingen in China en Europa. Daarnaast is, zoals eerder gesteld, een sentimentsindex zoals de ISM gevoelig voor politieke ontwikkelingen, in het bijzonder de relatie VS-China, de Amerikaanse presidentsverkiezingen en mogelijk ook de onzekerheid over het tempo van de renteverlagingen.
Industrie groeit
Wie de ontwikkeling van de ISM-index afzet tegen de ontwikkelingen in de industrie zelf, ziet bij veel bedrijven een verrassend positieve ontwikkeling. De industriële productie groeit dit jaar. De industrie komt juist uit eigen recessie post-Corona, omdat iedereen massaal gebruik ging maken van diensten, vooral horeca en toerisme. De voorraden in de industrie zijn laag en moeten omhoog om aan de vraag te voldoen. Lagere rentes zullen zorgen voor hogere investeringen. De komende verkiezingen hebben een hoog ‘bezit zaak, einde vermaak’ gehalte. Over een jaar heeft niemand het er meer over. Bovendien wordt de industrie op dit moment doodgeknuffeld met de ene subsidie na de andere.
ISM diensten
Eigenlijk is de inkoopmanagers voor de dienstensector veel belangrijker gezien de omvang van dit deel van de economie. Aan de andere kant is een typische recessie meestal veel beter en eerder zichtbaar in het producerende deel van de economie. Voorafgaand aan een recessie wordt er vaak te veel geïnvesteerd, waardoor bijvoorbeeld voorraden oplopen. Nu hebben producerende bedrijven voorraden en alhoelwel er een voorradencomponent zit in de ISM diensten, kan ik mij er weinig bij voorstellen. Omdat productie in de VS slechts 8 procent omvat van de totale economie en de rest bestaat uit dienstensector is deze veel belangrijker. Deze cyclus is er wel wat bijzonders aan de hand.
Tijdens de pandemie was er sprake van een recessie in de diensteneconomie, maar juist niet in het producerende deel. Er werden tijden meer corona veel spullen gekocht en ook opvallend veel verbouwd. Post-Corona ging het budget naar vakanties en de horeca en was er sprake van een recessie in de industrie. Daar leek verbetering in te komen maar de huidige soft patch, mede veroorzaakt door orkaan Beryl, bosbranden in California en een hittegolf in Texas zet daar een rem op. Deze soft patch is voldoende om de Fed de rente laten verlagen, maar de gecombineerde ISM-cijfers duiden niet op een recessie.
Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.