Afgelopen donderdag was ik moderator bij een rondetafel over infrastructure debt. Beleggen in infrastructuur combineert rendement met impact.
Ik mocht die rondetafel leiden voor Financial Investigator, een Nederlands vakblad en platform voor institutionele beleggers zoals pensioenfondsen, verzekeraars en vermogensbeheerders. Met een groep deskundigen spraken we over infrastructure debt: leningen aan projecten zoals windparken, glasvezelnetwerken en waterzuiveringen. Het gesprek zette me aan het denken over een bredere vraag. Waarom is infrastructuur voor beleggers zo aantrekkelijk, en waarom past het zo goed bij de wens om met geld iets goeds te doen?
Wie ’s ochtends het licht aandoet, de kraan opendraait of een bericht verstuurt, gebruikt infrastructuur. We staan er zelden bij stil. Toch vormen stroomnetten, waterleidingen, glasvezel, havens en spoorlijnen de ruggengraat van onze economie. Juist daarom verdienen ze een vaste plek in de portefeuille. Beleggen in infrastructuur combineert namelijk twee doelen die vaak als tegenpolen worden gezien: een goed rendement na inflatie en echte, zichtbare impact.
Een wereld die opnieuw moet bouwen
De vraag naar nieuwe infrastructuur is groter dan ooit. Veel netwerken in Europa en de Verenigde Staten zijn tientallen jaren oud en aan vervanging toe. Tegelijkertijd vraagt de energietransitie om een volledig nieuw energiesysteem. Windparken en zonneparken moeten worden aangesloten, en stroom moet worden opgeslagen voor momenten zonder wind of zon.
Nederland laat zien hoe urgent dit is. Door netcongestie moeten bedrijven soms jaren wachten op een aansluiting. Nieuwe woonwijken kunnen niet altijd worden aangesloten. Daarnaast groeit het stroomverbruik door elektrische auto’s, warmtepompen en datacenters die kunstmatige intelligentie mogelijk maken. Internationale schattingen gaan uit van een tekort aan infrastructuurinvesteringen van ruim 15 biljoen dollar tot 2040. Overheden kunnen dat niet alleen betalen. Daardoor is privékapitaal nodig, en dat biedt beleggers kansen.
Waarom het rendement standhoudt na inflatie
Een goed rendement is pas echt goed als het meer is dan de inflatie. Veel beleggingen verliezen juist in tijden van stijgende prijzen aan koopkracht. Infrastructuur heeft hier een belangrijk voordeel. Veel tarieven zijn namelijk direct of indirect gekoppeld aan de inflatie. Tolwegen, netbeheerders, waterbedrijven en zendmasten werken vaak met contracten of gereguleerde tarieven die jaarlijks met de prijsstijging meebewegen. Stijgen de kosten, dan stijgen de inkomsten mee.
Bovendien hebben infrastructuurbedrijven vaak een sterke marktpositie. Niemand legt een tweede waterleiding naast de eerste. Die natuurlijke monopoliepositie zorgt voor voorspelbare kasstromen. Mensen blijven hun energierekening betalen en blijven water gebruiken, ook in een recessie. Hierdoor is infrastructuur minder gevoelig voor de conjunctuur dan veel andere sectoren.
Over lange periodes heeft infrastructuur daardoor een rendement laten zien dat vergelijkbaar is met dat van aandelen, maar met minder schommelingen. Een deel van dat rendement komt uit dividend of rente, en dat maakt het aantrekkelijk voor beleggers die een stabiel inkomen zoeken.
Infrastructuur is gevoelig voor de rente. Toen de rente in 2022 snel steeg, daalden de waarderingen, omdat toekomstige kasstromen minder waard werden. Toch is dat vooral een effect op de korte termijn. Voor een belegger met een lange horizon wegen de inflatiekoppeling en de stabiele inkomsten zwaarder. Nu de rente op een hoger maar normaler niveau ligt, is de uitgangspositie bovendien gezonder dan in de jaren van nulrente.
Impact die je kunt zien en meten
Veel beleggers willen met hun geld iets goeds doen. Vaak kiezen ze dan voor uitsluiting: ze beleggen niet in bedrijven die schade veroorzaken. Dat is begrijpelijk, maar het effect is beperkt. Als jij een aandeel verkoopt, koopt een ander het. Er verandert in de echte wereld weinig.
Infrastructuur werkt anders. Hier gaat het niet om wat je vermijdt, maar om wat je bouwt. Een nieuw windpark levert extra schone stroom. Een nieuwe waterzuivering geeft duizenden mensen toegang tot schoon drinkwater. Een glasvezelnetwerk verbindt dorpen met de digitale economie. Een batterijpark maakt het stroomnet stabieler. Dit heet additionaliteit: zonder het geïnvesteerde kapitaal was deze capaciteit er niet gekomen.
Daarnaast is de impact van infrastructuur goed meetbaar. Je kunt tellen hoeveel megawatt schone energie er is bijgekomen, hoeveel ton CO2 wordt bespaard, hoeveel kubieke meter water wordt gezuiverd en hoeveel huishoudens een snelle internetverbinding krijgen. Dat maakt de impact concreet en controleerbaar. Het verkleint ook het risico op greenwashing, omdat mooie woorden plaatsmaken voor harde cijfers.
Infrastructuur sluit bovendien direct aan bij verschillende duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, zoals schoon water, betaalbare en duurzame energie, en veerkrachtige infrastructuur. Weinig beleggingscategorieën raken zoveel maatschappelijke doelen tegelijk.
Geen keuze tussen rendement en impact
Het belangrijkste argument is misschien wel dit: bij infrastructuur hoeft een belegger niet te kiezen tussen rendement en impact. Bij veel impactbeleggingen accepteren beleggers een lager rendement voor een beter geweten. Bij infrastructuur is dat niet nodig. De maatschappelijke behoefte is juist de bron van het rendement. Omdat de wereld deze netwerken hard nodig heeft, is er vraag, en waar vraag is, is een stabiel verdienmodel.
Daarom noem ik infrastructuur een optimale manier om impact te maken. De belangen van de belegger en de samenleving lopen hier gelijk op. Hoe meer schone energie, water en verbindingen er komen, hoe sterker de kasstromen voor de belegger.
Hoe beleggen in infrastructuur in de praktijk werkt
Er zijn verschillende manieren om in infrastructuur te beleggen. De eenvoudigste route loopt via beursgenoteerde infrastructuurbedrijven, zoals netbeheerders, zendmastbedrijven en exploitanten van havens of tolwegen. Deze aandelen zijn dagelijks verhandelbaar en daardoor goed te gebruiken in een gespreide portefeuille. Groene obligaties bieden een tweede route, waarbij de opbrengst verplicht naar duurzame projecten gaat. Daarnaast bestaan er niet-beursgenoteerde infrastructuurfondsen, die direct in projecten investeren. Die bieden vaak de meest directe impact, maar het geld staat dan wel voor langere tijd vast.
Selectie blijft belangrijk. Let op de kwaliteit van de regelgeving, de looptijd van de contracten, de mate waarin tarieven met de inflatie meebewegen en de hoogte van de schuld. Een project met veel geleend geld is kwetsbaarder als de rente stijgt. Spreiding over sectoren en regio’s verkleint het risico verder.
Bouwen aan rendement en aan de toekomst
De komende decennia moet de wereld haar energiesysteem, waternetwerken en digitale verbindingen vernieuwen. Dat is een enorme opgave, maar ook een enorme kans. Beleggen in infrastructuur geeft beleggers de mogelijkheid om daaraan bij te dragen en er tegelijk een solide rendement na inflatie mee te verdienen.
Wie impact wil maken, moet niet alleen kijken naar wat hij uitsluit, maar vooral naar wat hij mogelijk maakt. Infrastructuur is daarvan het meest tastbare voorbeeld. Je belegt niet in een belofte, maar in stroom, water en verbindingen waar elke dag miljoenen mensen op vertrouwen.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief