De optimale omvang van de overheid is een probleem dat al tientallen jaren de aandacht van onderzoekers trekt. Arthur Laffer illustreerde dat er een belastingtarief is dat de belastinginkomsten maximaliseert, en op een vergelijkbare manier zijn er andere publicaties waarin de schrijvers proberen het aandeel van de overheid in het BBP te bepalen dat de groei van het BBP maximaliseert. De totale overheidsuitgaven als percentage van het BBP zijn in de 20e eeuw voortdurend gestegen en bereikte vlak voor de coronapandemie 41% voor de OESO-landen. De economische groei heeft geleden onder de toename van belastingen en overheidsuitgaven die in de meeste landen boven het optimale niveau lagen.
De overheid en de markt
De overheid wordt vaak gezien als een corrigerende factor op de tekortkomingen en excessen van de markt. De overheid levert de publieke goederen die de markt niet kan leveren en verwijdert de verstoringen in de toewijzing van middelen als gevolg van externaliteiten. Maar de overheidsmacht wordt ook gebruikt voor eigen (politieke) doeleinden. Het maakt niet zoveel uit of er sprake van een democratie met elke vier jaar nieuwe beloftes voor de kiezers of een dictatuur die met lage energie- en voedselprijzen de bevolking tevreden probeert te houden. Verstoringen als gevolg van politieke besluitvorming kunnen opwegen tegen de voordelen van overheidsactiviteiten, waardoor de sociale welvaart afneemt. Wanneer dit gebeurt, is de omvang van de overheid niet langer een oplossing maar een probleem. Het is waarschijnlijk dat beide hypothesen in verschillende omstandigheden juist zijn.
Een kleinere overheid?
Empirisch bewijs voor de meeste landen pleit voor een kleinere overheid en lagere overheidsuitgaven. Er zijn economen die beweren dat een grotere overheid de economische groei zal versnellen door publieke goederen te leveren en marktfalen te corrigeren. Volgens deze school zal overheidsconsumptie ook de investeringen en werkgelegenheid doen toenemen via multipliereffecten op de totale vraag. Bovendien suggereert de Wet van Wagner (maatschappij wordt steeds ingewikkelder en vraagt om meer regulering en infrastructuur) een meer dan evenredige stijging van de overheidsuitgaven wanneer de economische groei versnelt, omdat er een behoefte zal zijn aan meer administratieve en beschermende functies van de staat, een behoefte aan meer sociale en culturele goederen en diensten, en een toenemende behoefte aan goede administratieve en bureaucratische controles om de goede werking van de marktkrachten te garanderen.
Minder investeringen en minder welvaartscreatie
Tegenover al deze complexiteit en regeldruk zorgt een grotere overheid voor hogere belastingen met als gevolg een ontmoedigend effect voor particuliere investeringen. Die particuliere investeringen worden ook verdrongen door overheidsinvesteringen. De opbrengst daarvan neemt af naarmate overheden activiteiten ondernemen waarvoor ze niet geschikt zijn. Tot slot zorgt een grotere overheid voor minder welvaartscreatie, omdat overheden niet zo goed zijn in het aanpassen aan veranderde omstandigheden (voortschrijdend inzicht) en veel minder innovatief zijn in verhogen van de waarde.
Sterke banengroei bij de overheid
Sinds de pandemie is de overheid sterk gegroeid. Aan de ene kant moest er geld vrijgemaakt worden om de economie te ondersteunen. Aan de andere kant zorgt de snelle groei van de schulden in combinatie met een oplopende rente dat een steeds groter deel van de groei opgaat aan rentelasten. Bovendien zijn er steeds grotere overheidsprogramma’s als compensatie voor de pandemie, voor de energietransitie, voor infrastructuur, voor deglobalisering (semiconductors) etc. Die investeringen dreigen de particuliere investeringen te verdringen. Door het oplopende begrotingstekort wordt de overheid ook steeds groter op de kapitaalmarkten. Ook op de arbeidsmarkt groeit de rol van de overheid. Er mag zelfs gesproken worden van de overheid als een heuse banenmachine. Helaas niet in het onderwijs of in de zorg, maar vooral in consultants die de verschillende investeringsprogramma’s moeten begeleiden. Dat terwijl er een grote krapte heerst op de arbeidsmarkt. De overheid wordt groter, ten koste van de private sector.
Ideale omvang overheid
De overheid moet optreden daar waar de markt faalt, zeker als dit zorgt voor een optimalisering van het economisch groeipotentieel. Goede gezondheidszorg en goed onderwijs voor iedereen horen daarbij, maar dan gaan de overheidsuitgaven – naast alle andere taken – al snel richting de 45 procent. Dat terwijl historisch een overheidsomvang van circa 25 procent vaak als ideaal wordt gezien, als het gaat om het groeipotentieel op kortere termijn. Zo’n grotere rol voor de overheid zorgt tegelijkertijd ook voor meer stabiliteit, maar drukt de arbeidsproductiviteit. Dit drukkende effect op de arbeidsproductiviteit wordt tegenwoordig gecompenseerd door de positieve effecten van kunstmatige intelligentie, in theorie een technologie die ideaal is voor het beheersen van al die regeldruk
Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.