Het vredesdividend dat altijd terugkomt

24 april 2026

Combineer dividend met kwaliteit

Europa herbewapent. NAVO-lidstaten hebben zich op de top in Den Haag gecommitteerd aan 3,5 procent van het bbp aan defensie, Duitsland heeft de grondwettelijke schuldenrem opgeschort voor militaire uitgaven boven 1 procent van het bbp en overal op het continent worden defensiebudgetten opgeschroefd. Voor beleggers is de verleiding groot om hierop in te spelen. Defensieaandelen behoren tot de best presterende sectoren van de afgelopen twee jaar en de orderboeken van Rheinmetall, BAE Systems en Leonardo puilen uit. De vraag die zelden wordt gesteld is hoe duurzaam deze groei werkelijk is.

 

De geschiedenis biedt op dat punt een ontnuchterend perspectief. Defensiebestedingen zijn van nature cyclisch. Na elke oorlog, koud of warm, volgt onherroepelijk een periode waarin overheden het mes zetten in militaire budgetten. Het patroon is zo consistent dat economen er een naam voor hebben bedacht: het vredesdividend. Na de Tweede Wereldoorlog daalde het Amerikaanse defensiebudget van 41 procent van het bbp naar circa 10 procent. Na Vietnam zakte het van bijna 10 naar 4,5 procent. Na de Koreaanse Oorlog, na elke piek in de Koude Oorlog, steeds weer dezelfde beweging omlaag.

Het meest dramatische voorbeeld speelde zich af na de val van de Berlijnse Muur. Wereldwijd halveerde de militaire besteding als percentage van het bbp tussen 1990 en 2008 ten opzichte van de Koude Oorlog-periode. In de Verenigde Staten daalde het defensiebudget van 6,8 procent van het bbp op het hoogtepunt van de Reagan-opbouw naar 3 procent in 1999. Het aantal legerdivisies werd gehalveerd van achttien naar tien, de vloot kromp van 546 naar 357 schepen en het aantal tactische gevechtsvleugelgroepen ging van 24 naar dertien. In Europa was de daling nog forser. Europese NAVO-landen gingen van gemiddeld 4 procent van het bbp in 1989 naar 1,5 procent in 2014. Duitsland, dat tijdens de Koude Oorlog over 7.000 tanks beschikte, hield er tweehonderd over.

 

Voor beleggers in defensieaandelen was de les pijnlijk. De bedrijven die in de jaren tachtig floreerden op de Reagan-opbouw zagen hun omzetten in de jaren negentig slinken. De sector consolideerde gedwongen, met fusies als Lockheed Martin en de opname van McDonnell Douglas door Boeing als directe gevolgen. Northrop zag de omzet met 5 procent dalen, maar moest 27 procent van het personeelsbestand schrappen. McDonnell Douglas verloor 2 procent omzet en 49 procent van de werknemers. Wie in 1987 op het hoogtepunt van de defensiecyclus was ingestapt, moest jarenlang wachten op herstel.

Het patroon herhaalde zich na de War on Terror. Tussen 2010 en 2018 daalde het Amerikaanse defensiebudget opnieuw, van 5,7 procent van het bbp naar 4,2 procent. Het is de aard van defensiebestedingen: ze zijn een functie van geopolitieke dreiging, niet van economische fundamenten. Zodra de dreiging afneemt, of zelfs maar de perceptie ervan, grijpen politici de gelegenheid aan om middelen te herbestemmen naar populairdere bestedingscategorieën als zorg, onderwijs en infrastructuur. Dat is geen kwestie van politieke kleur, het is een universeel patroon dat zich in democratieën onvermijdelijk voordoet.

 

De huidige opbouwfase kent bovendien een complicerend element dat beleggers niet mogen negeren. Het economische rendement van defensiebestedingen is beperkt. Het IMF concludeert in de meest recente World Economic Outlook dat de multiplier van defensie-uitgaven dicht bij 1 ligt: elke uitgegeven dollar expandeert de economie met ruwweg een dollar. Andere schattingen komen uit op de helft daarvan, of zelfs op nul. De Europese Commissie raamt de korte-termijn multiplier voor de EU op 0,7 tot 0,8 voor generieke overheidsuitgaven, waarbij defensie aan de onderkant zit wanneer een groot deel van het materieel wordt geïmporteerd. Dat is precies het probleem voor Europa: historisch gezien betekende meer defensie vooral meer import uit de Verenigde Staten. Een eigen defensie-industrie laat zich niet van de ene op de andere dag opbouwen.

 

Vergelijk dat met investeringen in elektriciteitsinfrastructuur, een sector die te kampen heeft met een vergelijkbare urgentie maar een fundamenteel ander rendementsprofiel biedt. Het elektriciteitsnet is de binding constraint aan het worden voor economische groei. De elektrificatie-supercyclus gedreven door AI, decarbonisatie en industriële reshoring drijft de vraag naar elektriciteit omhoog, terwijl de infrastructuur veroudert en de wachtrij voor netaansluitingen in de Verenigde Staten inmiddels meer dan twee keer de totale netcapaciteit bedraagt. In Noord-Virginia, de grootste datacentermarkt ter wereld, lopen wachttijden voor nieuwe aansluitingen op tot zeven jaar.

 

Het verschil met defensie is dat investeringen in de grid structureel productief zijn. Ze verhogen de productiecapaciteit van de economie, verlagen energiekosten op termijn, faciliteren de energietransitie en genereren doorlopende rendementen zolang er stroom door de kabels loopt. Een virtual power plant, een softwarematige coördinatie van gedistribueerde energiebronnen als thuisbatterijen, zonnepanelen en elektrische auto’s, kan binnen zes tot twaalf maanden worden uitgerold tegen een fractie van de kosten van een gascentrale. Con Edison in New York stelde in 2014 een geplande upgrade van een onderstation ter waarde van 1,2 miljard dollar uit door 200 miljoen dollar te investeren in gedistribueerde energiebronnen. Dat is een multiplier die defensiebestedingen zelden kunnen evenaren.

Voor beleggers ontstaat hier een relevant onderscheid. Defensieaandelen bieden exposure aan een cyclische opbouwfase die politiek gedreven is en historisch gezien eindig. De huidige golf van herbewapening is reëel, maar ook de huidige golf zal op enig moment afvlakken. Zodra er een staakt-het-vuren komt in Oekraïne, zodra de spanningen in het Midden-Oosten afnemen, of zelfs zodra begrotingsdruk het politieke draagvlak ondermijnt, keert het vredesdividend terug. Europa kampt nu al met begrotingstekorten en stijgende schuldquota, en de financiering van hogere defensie-uitgaven gaat onvermijdelijk ten koste van andere prioriteiten.

 

Elektriciteitsinfrastructuur daarentegen kent geen cyclisch eindpunt. De vraag naar stroom groeit structureel, de veroudering van het net is een gegeven en de elektrificatie van transport, industrie en dataverwerking is onomkeerbaar. Waar defensie een verzekeringspremie is tegen geopolitiek risico, is het elektriciteitsnet de ruggengraat van economische groei. De ene investering beschermt tegen het ergste scenario, de andere faciliteert het beste.

 

Dat wil niet zeggen dat defensieaandelen op korte termijn geen aantrekkelijk rendement kunnen bieden. De orderboeken zijn gevuld, de marges stijgen en de politieke wind blaast in de rug. Maar de belegger die vandaag defensie koopt, moet zich realiseren dat hij een positie inneemt in wat historisch gezien een van de meest cyclische segmenten van de markt is. Het vredesdividend is geen relic uit de jaren negentig. Het is een structureel kenmerk van democratische samenlevingen die, zodra de directe dreiging wijkt, hun middelen liever besteden aan welvaart dan aan wapens. Wie op zoek is naar duurzame groei doet er goed aan te investeren in de infrastructuur die die welvaart mogelijk maakt.

 

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

 

Disclaimer

Abonneer op deze nieuwsbrief via

www.aureus.eu/nieuwsbrief

 

Gerelateerde artikelen

De magische 4%

Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen

Meer lezen

De semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij

Chipaandelen corrigeren hard, maar de semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij. Kunstmatige intelligentie en robots stuwen de vraag.

Meer lezen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.