Het Chinese raadsel
Tegelijk zien we aan de andere kant van de wereld een fascinerend contrast. In China, inmiddels de tweede economie ter wereld en in termen van koopkracht zelfs veruit de grootste, staat de rente juist op een historisch dieptepunt. Maar de oorzaken zijn heel anders dan vaak wordt gedacht, en zeker niet te vergelijken met de Japanse malaise van de jaren negentig.
China’s lage rente is vooral het gevolg van overvloedig kapitaal. De enorme exportoverschotten pompen jaar na jaar gigantische hoeveelheden geld het land in. Tegelijkertijd heeft president Xi Jinping de vastgoedmarkt aan banden gelegd met zijn doctrine dat huizen er zijn om in te wonen, niet om mee te speculeren. Voorheen ging tot maar liefst tachtig procent van alle Chinese besparingen naar de huizenmarkt. Nu dat niet meer kan, zoeken Chinese spaarders alternatieven. Lange tijd was dat goud, later steeds meer de aandelenmarkt.
Maar een groot deel van het spaargeld stroomt gewoon naar spaarrekeningen bij Chinese banken. En die banken? Die kunnen met al die liquiditeit weinig anders dan Chinese staatsobligaties kopen. Die enorme vraag drukt de rente omlaag. Bovendien is de inflatie in China bijzonder laag, wat ook bijdraagt aan lage nominale rentes. Het is dus geen crisis van te veel schulden in een stagnerende economie, maar juist het probleem van te veel kapitaal dat een bestemming zoekt in een nog steeds groeiende economie.
Gezonde discipline keert terug
Natuurlijk, hogere rentes betekenen dat lenen duurder wordt. Huizenkopers moeten meer betalen voor hun hypotheek, bedrijven meer voor hun investeringen. Maar dat is niet per se slecht. Kunstmatig lage rentes leidden tot verkeerde investeringen, tot zombie-bedrijven die alleen overleefden omdat geld lenen niets kostte, tot huizenprijzen die geen enkel verband meer hadden met de werkelijke waarde. Een beetje rentediscipline is heilzaam. Het zorgt ervoor dat geld naar de beste bestemmingen gaat, naar de bedrijven en projecten die echt waardevol zijn.
We moeten oppassen dat we niet blijven denken in het referentiekader van de afgelopen vijftien jaar. Nul procent rente was niet normaal. Drie procent rente op staatsleningen is historisch gezien juist heel normaal, zelfs aan de lage kant. Als we naar de decennia voor de crisis kijken, waren dit soort renteniveaus volkomen gebruikelijk in gezonde, groeiende economieën. We keren gewoon terug naar normaliteit, na een lange omweg door abnormaal gebied.
Voorzichtig optimisme
Het verhaal van stijgende rentes is dus eigenlijk het verhaal van economisch herstel en toenemend vertrouwen. Het betekent dat we eindelijk uit de schaduw van 2008 stappen, dat de economie weer vitaal genoeg is om zonder permanente intensive care van centrale banken te functioneren. Dat is geen reden tot somberheid, maar tot voorzichtig optimisme. De lange dip is voorbij. We zijn weer wakker geworden. En ja, dat brengt uitdagingen met zich mee. Maar het is beter om met een gezonde economie voor uitdagingen te staan, dan met een zieke economie steeds verder weg te zakken. De stijgende rente is geen waarschuwingssignaal. Het is een teken van leven.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief