Het goede nieuws achter de stijgende rente

11 december 2025

stijgende rente

De koppen zijn alarmistisch. Kapitaalmarktrentes wereldwijd op een zestienjaars hoogtepunt, Nederlandse tienjarige staatsobligaties voor het eerst dit jaar weer boven de drie procent. De toon is bezorgd, de implicatie duidelijk: hogere rentes, duurdere leningen, economische tegenwind. Maar wat als we dit verhaal eens helemaal anders zouden lezen? Wat als de stijgende rente juist het beste nieuws is dat we in jaren hebben gehoord?

Terug van weggeweest

Want laten we eerlijk zijn over wat er de afgelopen 17 jaar is gebeurd. Sinds de crisis van 2008 hebben we geleefd in een bizarre economische realiteit. Centrale banken drukten de rente naar nul, of zelfs daaronder. Overheden konden voor bijna niets geld lenen. Spaarders zagen hun spaargeld verdampen. We noemden het het ‘nieuwe normaal’, alsof permanent kunstmatig lage rentes een duurzame toestand zouden zijn. Maar dat nieuwe normaal was helemaal niet normaal. Het was een noodmaatregel die veel te lang duurde.

 

De stijgende kapitaalmarktrente vertelt een ander verhaal dan de krantenkoppen suggereren. Het is het verhaal van een economie die eindelijk weer gezond wordt. Een belangrijk deel van de rentestijging komt voort uit een hogere reële rente, en dat is precies waar we op moesten hopen. Een hogere reële rente betekent namelijk dat het economische groeipotentieel weer toeneemt. Bedrijven zien weer kansen, investeren weer, innoveren weer. De productiviteitsgroei komt terug.

De neutrale rente stijgt weer

Economen noemen het R-star, de neutrale rente waarbij de economie noch oververhit noch afkoelt. En die R-star stijgt eindelijk weer. Dat we dit decennialang niet hebben gezien, zegt alles over hoe diep we in de put zaten. Na de crisis van 2008 belandden we in een vreemde lethargie. Lage groei, lage inflatie, lage verwachtingen. Het was alsof de economie geen energie meer had, alsof we collectief waren vergeten hoe vooruitgang eruitziet. Centrale banken probeerden met steeds extremere maatregelen de boel op gang te krijgen, maar creëerden vooral zeepbellen en scheefgroei. De echte economie bleef achter.

 

De stijging van R-star is een teken dat de onderliggende groeikracht van de economie weer sterker wordt. Nieuwe technologieën beginnen door te breken, de arbeidsmarkt is dynamischer, investeringen leveren weer meer op. Dit is het soort structurele verbetering waar beleidsmakers jaren op hebben gehoopt. Het betekent dat de economie weer op eigen kracht kan groeien, zonder de permanente ondersteuning van extreem lage rentes.

Japan ontwaakt na verloren decennia

Kijk ook naar Japan, dat eindelijk zijn rente normaliseert na decennia van deflatie en stagnatie. Die verloren decennia waren een waarschuwing voor de rest van de wereld. Een economie kan in een neerwaartse spiraal terechtkomen waaruit ontsnappen bijna onmogelijk lijkt. Dalende prijzen leiden tot uitstelgedrag van consumenten, wat weer tot meer prijsdalingen leidt. Bedrijven investeren niet, omdat ze geen winstgroei verwachten. Banken durven niet te lenen.

 

Dat Japan nu weer rentes verhoogt, is geen teken van problemen maar van herstel. Het is het bewijs dat zelfs de meest hardnekkige economische malaise te overwinnen is. Na meer dan dertig jaar van nulrente durft de Bank of Japan eindelijk weer voorzichtig aan de knoppen te draaien. Dat is een keerpunt van historische betekenis. Het land dat symbool stond voor economische stagnatie, laat zien dat herstel mogelijk is.

Het Chinese raadsel

Tegelijk zien we aan de andere kant van de wereld een fascinerend contrast. In China, inmiddels de tweede economie ter wereld en in termen van koopkracht zelfs veruit de grootste, staat de rente juist op een historisch dieptepunt. Maar de oorzaken zijn heel anders dan vaak wordt gedacht, en zeker niet te vergelijken met de Japanse malaise van de jaren negentig.

 

China’s lage rente is vooral het gevolg van overvloedig kapitaal. De enorme exportoverschotten pompen jaar na jaar gigantische hoeveelheden geld het land in. Tegelijkertijd heeft president Xi Jinping de vastgoedmarkt aan banden gelegd met zijn doctrine dat huizen er zijn om in te wonen, niet om mee te speculeren. Voorheen ging tot maar liefst tachtig procent van alle Chinese besparingen naar de huizenmarkt. Nu dat niet meer kan, zoeken Chinese spaarders alternatieven. Lange tijd was dat goud, later steeds meer de aandelenmarkt.

 

Maar een groot deel van het spaargeld stroomt gewoon naar spaarrekeningen bij Chinese banken. En die banken? Die kunnen met al die liquiditeit weinig anders dan Chinese staatsobligaties kopen. Die enorme vraag drukt de rente omlaag. Bovendien is de inflatie in China bijzonder laag, wat ook bijdraagt aan lage nominale rentes. Het is dus geen crisis van te veel schulden in een stagnerende economie, maar juist het probleem van te veel kapitaal dat een bestemming zoekt in een nog steeds groeiende economie.

Gezonde discipline keert terug

Natuurlijk, hogere rentes betekenen dat lenen duurder wordt. Huizenkopers moeten meer betalen voor hun hypotheek, bedrijven meer voor hun investeringen. Maar dat is niet per se slecht. Kunstmatig lage rentes leidden tot verkeerde investeringen, tot zombie-bedrijven die alleen overleefden omdat geld lenen niets kostte, tot huizenprijzen die geen enkel verband meer hadden met de werkelijke waarde. Een beetje rentediscipline is heilzaam. Het zorgt ervoor dat geld naar de beste bestemmingen gaat, naar de bedrijven en projecten die echt waardevol zijn.

 

We moeten oppassen dat we niet blijven denken in het referentiekader van de afgelopen vijftien jaar. Nul procent rente was niet normaal. Drie procent rente op staatsleningen is historisch gezien juist heel normaal, zelfs aan de lage kant. Als we naar de decennia voor de crisis kijken, waren dit soort renteniveaus volkomen gebruikelijk in gezonde, groeiende economieën. We keren gewoon terug naar normaliteit, na een lange omweg door abnormaal gebied.

Voorzichtig optimisme

Het verhaal van stijgende rentes is dus eigenlijk het verhaal van economisch herstel en toenemend vertrouwen. Het betekent dat we eindelijk uit de schaduw van 2008 stappen, dat de economie weer vitaal genoeg is om zonder permanente intensive care van centrale banken te functioneren. Dat is geen reden tot somberheid, maar tot voorzichtig optimisme. De lange dip is voorbij. We zijn weer wakker geworden. En ja, dat brengt uitdagingen met zich mee. Maar het is beter om met een gezonde economie voor uitdagingen te staan, dan met een zieke economie steeds verder weg te zakken. De stijgende rente is geen waarschuwingssignaal. Het is een teken van leven.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer 

 

Disclaimer

 

Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief 

 

 

Gerelateerde artikelen

De magische 4%

Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen

Meer lezen

De semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij

Chipaandelen corrigeren hard, maar de semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij. Kunstmatige intelligentie en robots stuwen de vraag.

Meer lezen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.