Het eerste saluut

03 juli 2026

Het moet een broeierige middag zijn geweest, die zestiende november 1776. Op de rede van Sint-Eustatius, het kleine vulkanische eiland dat de kooplieden eerbiedig de Golden Rock noemden, gleed een vreemd schip de haven binnen. De Andrew Doria, een Amerikaanse oorlogsbrik, met in top een vlag die vrijwel niemand nog had gezien: dertien strepen, rood en wit, het teken van een land dat pas enkele maanden bestond en waarvan hoogst onzeker was of het het jaar zou halen.

 

Op Fort Oranje stond gouverneur Johannes de Graaff. Wat er precies door hem heen ging weten we niet, maar hij moet hebben aangevoeld dat zijn antwoord ertoe deed. Hij liet de kanonnen laden en het saluut beantwoorden, schot na schot, tot boven het water even de kruitdamp bleef hangen. En daarmee was, zonder dat iemand het zo had bedoeld, iets onherroepelijks gebeurd: voor het eerst eerde een buitenlandse mogendheid de vlag van de Verenigde Staten. In Londen was men buiten zichzelf. Barbara Tuchman zou er tweehonderd jaar later de titel van haar boek aan ontlenen, The First Salute.

 

Statia was in die jaren geen idylle maar een wapenmarkt, een draaischijf van buskruit en musketten, waar de winsten soms opliepen tot honderd procent. De eerste investeerders in de Amerikaanse zaak, zo bezien, spraken Nederlands.

Een ruige jonge markt

Wie vandaag terugkijkt, ziet al gauw het machtige Amerika van later. Maar de reiziger die rond 1780 aan wal stapte, trof iets heel anders aan. Gordon Wood beschrijft het in Empire of Liberty: een onrustig, haveloos land, tot over de oren in de schulden, met een ingestorte munt, zwakke instellingen en burgers die van geen belasting wilden weten. Het leek, met een moderne blik, sprekend op een ruige opkomende markt.

 

En toch. In 1810 was zeventig procent van de bevolking jonger dan vijfentwintig. Achter alle wanorde school een ongekende energie. Het land werd niet groot doordat het zijn crises ontweek, maar doordat het ze, keer op keer, wist om te buigen tot kracht.

 

Waar het vooral om vroeg, was kapitaal. Wegen, kanalen, land, een overheid die nog moest worden uitgevonden, alles vroeg om krediet, en krediet was er nooit genoeg. Alexander Hamilton begreep als geen ander waar het om draaide: om vertrouwen. Schulden moesten worden betaald, beloften nagekomen. Alleen zo overtuig je een geldschieter dat een land dat uit een revolutie was geboren en door oorlog bijna bankroet ging, het waard is om op te wedden.

Amsterdams geld

En wie waagde die weddenschap? Opnieuw de Nederlander.

 

In 1780 reisde John Adams naar de Republiek, op zoek naar erkenning en, vooral, naar geld. Het werd een taai karwei. Pas op 19 april 1782 erkenden de Staten-Generaal in Den Haag de jonge republiek, na Frankrijk, dat in 1778 was voorgegaan, als tweede land ter wereld. Adams kocht een huis aan de Fluwelen Burgwal. Dat gewone grachtenpand werd de eerste Amerikaanse ambassade ter wereld. Je kunt er nog altijd langslopen.

 

De Amsterdamse bankiers Van Staphorst en Willink verstrekten een lening van vijf miljoen gulden. Er zouden er meer volgen, tot 1794 elf in totaal, samen zo’n negenentwintig miljoen. Het was, met een glimlach gezegd, een soort omgekeerd Marshallplan: de gevestigde financiële macht van dat moment, met Amsterdam nog als middelpunt van de wereld, stak de hand uit naar de onzekere nieuwkomer. Precies wat Hamilton bedoelde toen hij zei dat goed krediet de grondslag is van onafhankelijkheid.

Verwante republieken

De band ging verder dan geld. Er was ook iets van herkenning. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was een van de weinige republieken op aarde, en voor de founding fathers gold zij als voorbeeld. Adams wees erop hoezeer beide naties elkaar leken in hun liefde voor vrijheid van denken en geweten. Sommige historici, Stephen Lucas voorop, menen dat zelfs het Plakkaat van Verlatinghe uit 1581, waarmee de Nederlanden hun trouw aan Filips II opzegden, heeft meegeklonken in de Declaration of Independence. Het bewijs is indirect, en er is over getwist. Maar de gelijkenis blijft treffend: dezelfde lange lijst van grieven, dezelfde slotsom, namelijk dat een vorst die zijn volk niet beschermt zijn recht om te heersen verspeelt. De pelgrims die eerder onderdak hadden gevonden in Leiden, namen zulke gedachten mee over het water.

 

En het klinkt door tot in de taal. Langs de Hudson noemden Nederlandse kolonisten hun Engelse buren spottend Janke, of Jan Kees. Daaruit groeide, zo wil de gangbaarste verklaring, het woord Yankee, dat later voor elke Amerikaan zou staan. Ook het Nederlandse cookie, boss en Santa Claus staken de oceaan over. Kleine verstekelingen uit een verdwenen wereld.

Wat blijft

Dat is misschien de bruikbaarste gedachte, nu het land tweehonderdvijftig jaar bestaat. Een opkomende markt wordt geen volwassen markt doordat de crises ophouden, maar doordat er, crisis na crisis, vertrouwen wordt opgebouwd. Beweeglijkheid is dus geen teken van onvolwassenheid; ze hoort erbij.

 

En daarin schuilt tegelijk een waarschuwing, tegen de schijnzekerheid van nu. De rust, de concentratie en de hoge waardering van de grote Amerikaanse beursfondsen zijn geen garantie voor blijvende veiligheid. Tweehonderdvijftig jaar geleden zette het Nederlandse geld niet in op het stabiele imperium, maar op de rommelige, onzekere nieuwkomer. Wie destijds op Statia stond en de kruitdamp zag optrekken, kon nog niet vermoeden wat daaruit zou groeien.

 

De kunst van beleggen is om die beweging vroeg te herkennen, toen en ook nu weer, waar zij zich vandaag ook mag ophouden.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer 

 

Disclaimer

Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief 

 

Gerelateerde artikelen

De winst doet het werk

Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.

Meer lezen

Financiële steun voor topsporters

Talent alleen wint geen medailles. Zonder financiële steun voor topsporters blijft zelfs het grootste talent vaak gewoon onbenut.

Meer lezen

De Straat van Hormuz weer open.

De Straat van Hormuz gaat weer open, maar niet voor Iraanse olie. Wat betekent dit voor de olieprijs, inflatie, de Fed en beleggers?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.