De Chinese economische groei wist over het eerste kwartaal aan de bovenkant te verrassen door de sterke productiviteitsgroei. Dat is het antwoord van de Chinese overheid op de zwakke economische ontwikkeling post-Corona. De door de Peking veroorzaakte problemen op de huizenmarkt moeten in de tussentijd worden opgelost, liefst zonder agressieve fiscale stimuleringsmaatregelen. De overheid vreest dat anders China te veel op Japan gaat lijken. De maatregelen om de productiviteit te bevorderen, waaronder het controversiële d’, hebben als doel om meer producten te maken met een hogere toegevoegde waarde, dus vooral aan de aanbodkant van de economie. Het succes in korte tijd is enorm, gelet op de in korte tijd sterk toegenomen concurrentiekracht in verschillende sectoren. Tegelijkertijd is dit succes ook opmerkelijk, het is namelijk niet zo eenvoudig om de productiviteit te sturen.
Meer aanbod, zonder vraag
Wel mag China meer doen om de vraag te stimuleren. Extra productiviteit zorgt voor meer producten, maar zonder aantrekkende vraag zorgt dat alleen maar voor meer concurrentie en prijzenoorlogen. Daardoor kan het zo zijn dat China opnieuw de deflatiemotor is van de wereld. Of het nu is via Temu, Shein of simpelweg via Alibaba, China blijft deflatie exporteren. De exportprijzen van zonnecellen, batterijen en zelfs semiconductors dalen in snel tempo. Er is al een BYD voor minder dan 10.000 dollar, nog even en de prijs van een auto is gelijk aan de prijs van een fiets. Dankzij de ‘nieuwe productieve krachten’ dalen prijzen zo snel dat verschillende landen importtarieven verhogen.
Economische hervormingen Derde Plenum
Van 15 tot 18 juli wordt het Derde Plenum van het Centraal Comité van de Communistische Partij gehouden. Op de agenda staan verschillende hervormingen die de marktwerking moeten bevorderen met als doel om de ‘animal spirits’ weer tot leven te wekken. Dat is met name goed voor de Chinese internetbedrijven, die werden de laatste jaren juist geconfronteerd met veel nieuwe regels. Die maatregelen doen echter niets om de vraag te bevorderen. Daardoor blijft het risico bestaan dat de Chinese economie beneden potentieel groeit en dat de deflatoire druk blijft. Uiteindelijk dreigen dan alsnog Japanse toestanden, al zijn de excessen in China veel minder groot dan destijds in Japan. Daarom zijn dit keer alle ogen gericht op de mogelijke maatregelen vanuit het Derde Plenum om ook de vraag te stimuleren.
Afschaffing Hukou-systeem
Een mogelijke maatregel om de vraag te stimuleren is door het hukou-systeem af te schaffen of te versimpelen. Hukou is het systeem van persoonsregistratie in China. Het systeem bestaat al sinds de 14e eeuw en komt er tegenwoordig op neer dat je alleen maar recht hebt op onderwijs, gezondheidszorg en pensioen als je ook een hukou hebt van het desbetreffende gebied (vaak een stad). Het is enigszins vergelijkbaar met het Indiase kastenstelsel. Door de gestegen welvaart zijn veel boeren naar de stad getrokken. Daar kregen ze wel een tijdelijke woonvergunning, maar niet de sociale voorzieningen. Ze hebben minder rechten en krijgen zo’n 40 procent minder betaald. Er zijn in China circa 200 miljoen mensen die niet wonen waar ze volgens het hukou-systeem staan geregistreerd. Afschaffing van het systeem zal zorgen voor een urbanisatiegolf met sterk stijgende inkomens, verder stijgende productiviteit en natuurlijk meer vraag naar huizen. De belangrijkste argumentatie voor het hukou-systeem was dat er anders een te grote speculatiegolf op de huizenmarkt zou ontstaan, dat is niet langer een probleem (eerder een oplossing).
Bestaanszekerheid omhoog
De reden waarom er onvoldoende vraag is vanuit Chinese consumenten, is dat er zoveel wordt gespaard. In de communistische heilstaat moet de bevolking opvallend veel zelf regelen. Er zijn onvoldoende sociale voorzieningen. Dat zorgt er voor dat in onzekere economische tijden de bestedingen omlaag gaan, omdat er meer wordt gespaard. Ook in China is het onderwerp bestaanszekerheid populair. Zelfs Xi ziet dat de inspanningen op het gebied van werkgelegenheid, inkomen, opleiding, gezondheidszorg en de zorg voor kinderen en bejaarden voor verbetering vatbaar is. Om dit daadwerkelijk te verbeteren moeten tegenover deze uitgaven natuurlijk ook inkomsten of sociale premies staan om deze te bekostigen. Uiteindelijk zal die ‘zekerheid’ moeten zorgen voor hogere bestedingen en minder besparingen.
Animal spirits
De Chinese overheid heeft enkele jaren geleden ingegrepen in de huizenmarkt onder het motto dat ‘huizen zijn om te wonen en niet om mee te speculeren’, maar de overheid greep ook in bij private bedrijven. Hoewel de door China ingestelde regels over het algemeen veel milder zijn dat vergelijkbare regels in West-Europa en de Verenigde Staten, vrezen veel beleggers een terugkeer naar een staatsgeleide economie, waardoor het ‘ondernemen’ wordt ontmoedigd. Inmiddels is er op dat gebied wel enige verbetering zichtbaar. Er is een grotere focus op eigendomsrechten en op de rechten van ondernemers. Ook wil de overheid niet ingrijpen bij bedrijven die zich aan de wet houden.
Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.