Deze week verschijnt eindelijk het Amerikaanse banenrapport over september – met bijna twee maanden vertraging vanwege de government shutdown. De verwachting is somber: slechts 50.000 nieuwe banen, terwijl het werkloosheidspercentage op 4,3% blijft hangen. Het rapport onderstreept een verontrustende trend die we eerder zagen, maar in een nieuw jasje: baanloze groei is terug.
Voor wie de jaren tachtig heeft meegemaakt, voelt het huidige economische landschap griezelig bekend. Toen zagen we fabrieken sluiten terwijl bedrijfswinsten stegen – de productie verhuisde naar Azië waar arbeiders voor een fractie van westerse lonen werkten. Nu zien we kantoren leeglopen terwijl techgiganten recordwinsten boeken – alleen is de concurrent deze keer geen Chinese fabrieksarbeider, maar een algoritme.
De grote uittocht van de jaren tachtig
In de jaren tachtig voltrok zich een stille revolutie. Amerikaanse en Europese multinationals ontdekten dat ze hun productiekosten drastisch konden verlagen door fabrieken te verplaatsen naar Mexico, China en andere lagelonenlanden. General Electric, dat ooit de trots van het Amerikaanse industriële hart vormde, sloot fabriek na fabriek in het Midwesten. Philips deed hetzelfde in Eindhoven en verplaatste productie naar Azië.
De cijfers waren vernietigend: tussen 1979 en 1985 verloor de Amerikaanse industrie 2,4 miljoen banen. Complete regio’s – van Detroit tot het Ruhrgebied – transformeerden in spooksteden. Maar op de beurs gebeurde iets merkwaardigs: de koersen stegen. Bedrijven rapporteerden hogere winstmarges door lagere arbeidskosten. De koppeling tussen bedrijfssucces en lokale werkgelegenheid was definitief verbroken.
Politici beloofden dat de diensteneconomie het gat zou vullen. Fabrieksarbeiders konden callcentermedewerkers, programmeurs of consultants worden. Het klonk logisch: Amerika en Europa zouden het denkwerk doen, Azië het handwerk. Maar die belofte bleek voor velen een illusie. Een 50-jarige staalarbeider werd geen software-ingenieur.
AI als banenvernietiger
Vandaag zien we een herhaling, maar dan versneld en breder. Waar offshoring vooral fabriekswerk raakte, raakt AI nu juist de kenniswerkers die in de jaren tachtig als veilig werden beschouwd. Amazon ontsloeg dit jaar 30.000 mensen, grotendeels kantoorpersoneel. Meta volgde met 21.000 ontslagen, Salesforce met 10.000. Het opmerkelijke: deze bedrijven boeken tegelijkertijd recordwinsten.
De parallel met de jaren tachtig is frappant. Toen kon één Chinese fabriek het werk van tien Amerikaanse fabrieken overnemen tegen een fractie van de kosten. Nu kan één AI-systeem het werk van honderden analisten, programmeurs of klantenservicemedewerkers overnemen – niet tegen lage kosten, maar tegen vrijwel geen marginale kosten.
Goldman Sachs schat dat AI binnen tien jaar 300 miljoen banen wereldwijd kan automatiseren. Dat is geen science fiction meer. ChatGPT kan juridische documenten opstellen, midjourney vervangt grafisch ontwerpers, en GitHub Copilot schrijft 40% van de code bij sommige bedrijven. De productiviteit per werknemer in de techsector is sinds 2020 verdubbeld – een ongekende versnelling.
Geen vlucht meer mogelijk
Er is echter een cruciaal verschil met de jaren tachtig. Toen konden westerse economieën nog vluchten naar de dienstensector. Nu is er geen veilige haven meer. AI bedreigt juist die beroepen die als veilige haven golden: accountants, journalisten, marketeers, zelfs artsen en advocaten. Een radioloog die röntgenfoto’s beoordeelt concurreert niet met een goedkopere collega in India, maar met een algoritme dat 24/7 kan werken zonder salaris.
Bovendien verloopt de transitie nu veel sneller. Waar het verplaatsen van fabrieken jaren duurde, kan AI-implementatie in maanden gebeuren. Klarna, het Zweedse betaalbedrijf, verving 700 klantenservicemedewerkers door AI in slechts vier weken. De chatbot handelt nu 2,3 miljoen gesprekken per maand af.
De demografische reddingsboei
Waarom zien we dan geen massawerkloosheid? Het antwoord ligt in een toevallige samenloop van omstandigheden. De babyboomers gaan massaal met pensioen – in Amerika alleen al 10.000 per dag. Tegelijk is de arbeidsparticipatie sinds corona nooit hersteld. Strengere immigratieregels beperken de instroom van nieuwe werkers. Het resultaat: een krimpende beroepsbevolking die toevallig synchroon loopt met het krimpende aantal banen.
Dit demografische toeval maskeert de onderliggende verschuiving. In de jaren tachtig leidde baanloze groei tot oplopende werkloosheid en sociale onrust. Nu zien we een stabiele werkloosheid, maar achter die cijfers schuilt dezelfde fundamentele breuk tussen economische groei en werkgelegenheid.
De nieuwe economische realiteit
Voor beleggers en bedrijfseigenaren is dit een gouden tijd. De S&P 500 bereikt record na record, gevoed door bedrijven die meer produceren met minder mensen. Anders dan de dotcom-bubbel zijn deze winsten reëel – ze komen voort uit drastisch lagere kosten en hogere productiviteit.
Maar voor werknemers tekent zich een ander beeld af. De oude zekerheid dat economische groei automatisch tot banengroei leidt, is verdwenen. Een bloeiende economie kan perfect samengaan met krimpende werkgelegenheid. De vraag is niet meer óf je baan wordt geautomatiseerd, maar wannéér.
Lessen uit het verleden, vragen voor de toekomst
De jaren tachtig leerden ons dat economische transities pijnlijk zijn. Detroit herstelde nooit volledig van de teloorgang van de auto-industrie. Hele generaties arbeiders verloren niet alleen hun baan, maar hun identiteit en waardigheid. De opkomst van populisme en protectionisme in de jaren die volgden was geen toeval.
Nu staan we voor een vergelijkbare uitdaging, maar dan groter. Als AI niet alleen fabrieksarbeiders maar ook kenniswerkers overbodig maakt, wat blijft er dan over? De oude oplossing – omscholing naar de dienstensector – werkt niet als AI ook daar de scepter zwaait.
Misschien moeten we radicaler denken. Een universeel basisinkomen, dat in de jaren tachtig nog als utopisch gold, wordt nu serieus besproken in Silicon Valley. Werkweken van 30 of zelfs 20 uur kunnen productiviteitswinsten vertalen naar meer vrije tijd in plaats van meer werkloosheid. Of we accepteren dat een klein deel van de bevolking werkt terwijl de rest van andere inkomstenbronnen moet leven.
Het septemberapport dat deze week verschijnt, is meer dan een momentopname. Het is een waarschuwing dat we aan de vooravond staan van een economische revolutie die even ingrijpend kan zijn als de industriële revolutie. Het verschil is dat we deze keer de les van de jaren tachtig kennen: baanloze groei zonder sociaal vangnet leidt tot een verscheurde samenleving. De vraag is of we deze keer beter voorbereid zijn.
Baanloze groei is geen toekomstmuziek meer, het is onze nieuwe realiteit. De vraag is niet of we dit kunnen tegenhouden, maar hoe we ermee omgaan. De geschiedenis leert ons dat technologische revoluties uiteindelijk tot vooruitgang leiden, maar de overgang kan pijnlijk zijn. Het is aan ons om die pijn te verzachten en ervoor te zorgen dat iedereen meedeelt in de welvaart van morgen.
Han Dieperink, Chief Investment Officer