Het casino is niet het probleem

20 april 2026

casino

Afgelopen weekend besprak het NRC het nieuwe boek van politiek econoom Ann Pettifor: The Global Casino. How Wall Street Gambles with People and the Planet. Pettifor, directeur van de Britse denktank PRIME, trekt daarin een alarmerend beeld van het wereldwijde financiële systeem. Ze beschrijft het als een privaat, aan weinig regels gebonden stelsel dat direct ingrijpt op pensioenen, de prijs van brood, energie en huisvesting, en dat het nationale overheden lastig maakt om sociaal beleid te voeren. De titel verwijst naar Casino Capitalism van Susan Strange uit 1986, en de boodschap is in essentie dezelfde: financiële markten zijn een gokpaleis geworden waarin de samenleving verliest. Pettifor pleit voor een terugkeer naar de International Clearing Union die Keynes in 1943 ontwierp: een gereguleerd internationaal betalingssysteem dat kapitaalstromen aan banden legt en de dominantie van de dollar doorbreekt. Meer overheidscontrole, strakkere regulering, minder vrijheid voor kapitaal. Het is een aantrekkelijk narratief, zeker na de crisis van 2008, maar het miskent een aantal fundamentele inzichten die al decennia standhouden.

 

De vergelijking met een casino is retorisch effectief maar intellectueel oneerlijk. In een casino is het spel per definitie een nulsomspel met een negatieve verwachtingswaarde voor de speler. Financiële markten daarentegen zijn een mechanisme voor prijsvorming en kapitaalallocatie dat, ondanks al zijn imperfecties, welvaart heeft gecreëerd op een schaal die geen enkele planbureau ooit heeft gerepliceerd. Benjamin Graham begreep dat al in de jaren dertig: de markt is op korte termijn een stemmachine, op lange termijn een weegmachine. Die weegmachine werkt niet perfect, niet altijd snel genoeg, maar structureel beter dan welk alternatief ook.

 

Pettifor gebruikt SoftBank als schrikbeeld van speculatieve excessen. Masayoshi Son is onmiskenbaar een visionair, hij zag eerder dan vrijwel iedereen het potentieel van Yahoo,  het mobiele internet en investeerde in Alibaba toen dat nog een start-up was. Dat zijn latere Vision Fund te groot, te snel en met te veel hefboom opereerde, doet aan dat visionair vermogen niets af. Maar het illustreert wel waar Pettifor de verkeerde conclusie trekt. Want wat zij onvermeld laat, is dat de markt zelf dit corrigeerde. De koers van SoftBank daalde dramatisch, investeerders leden verliezen, en het fonds moest zijn strategie fundamenteel herzien. Dat ís de tucht van de vrije markt. Het systeem bevat zijn eigen correctiemechanisme, mits overheden dat mechanisme laten werken in plaats van verliezen te socialiseren via bail-outs.

Daar zit de werkelijke ironie in Pettifors betoog. De excessen die zij aanwijst (de hefboomconstructies, de morele risico’s, de te nauwe verwevenheid tussen banken en hedgefondsen) zijn niet het gevolg van te weinig regulering, maar grotendeels van verkeerde regulering. Centrale banken die jarenlang de rente kunstmatig laag hielden, hebben de zoektocht naar rendement via hefboom en speculatie juist aangewakkerd. Neem bijvoorbeeld het feit dat commerciële banken voor staatspapier uit de Europese Economische Ruimte geen eigen vermogen aan hoefden aan te houden. Zo kon een betrekkelijk klein Grieks probleem ontaarden in de eurocrisis. De impliciete garantie dat systeembanken niet mogen falen heeft moreel risico gecreëerd op industriële schaal. Het is de overheid die het casino in stand houdt door de gevolgen van verlies weg te nemen.

Het voorstel om terug te grijpen naar Keynes’ International Clearing Union uit 1943 is nostalgisch maar naïef. Het veronderstelt dat een supranationaal orgaan beter in staat is kapitaalstromen te sturen dan miljoenen marktparticipanten die dagelijks prijssignalen verwerken. De geschiedenis van kapitaalcontroles (van het Bretton Woods-systeem tot de wisselkoerscrises in Azië en Latijns-Amerika) leert dat overheden die prijzen proberen te dicteren uiteindelijk worden ingehaald door de realiteit. Kapitaal stroomt als water: het vindt altijd een weg, en de pogingen het tegen te houden creëren doorgaans meer schade dan het probleem dat ze beogen op te lossen.

 

Dat betekent niet dat markten geen kader nodig hebben. Transparantie-eisen, deugdelijke boekhoudregels, kapitaalbuffers voor banken en het beëindigen van impliciete overheidsgaranties, dat zijn zinvolle maatregelen die het marktmechanisme versterken in plaats van vervangen. Goed beleid creëert de voorwaarden waaronder prijsvorming eerlijk kan plaatsvinden, slecht beleid probeert de uitkomsten van die prijsvorming te overschrijven.

 

Pettifor stelt de juiste diagnose. Er zijn excessen in het financiële systeem, maar schrijft het verkeerde recept voor. Meer overheidscontrole over kapitaalstromen is niet het antwoord op problemen die grotendeels door overheidsbeleid zijn veroorzaakt. De oplossing ligt niet in het sluiten van het casino, maar in het afschaffen van de subsidie op gokken.

 

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

 

Disclaimer

Abonneer op deze nieuwsbrief via

www.aureus.eu/nieuwsbrief

Gerelateerde artikelen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Stijgende rente is een teken van kracht

De stijgende rente zorgt voor onrust, maar vertelt een verhaal van kracht: van groei, winst en eerlijk rendement.

Meer lezen

Deglobalisering of reglobalisering? 

Deglobalisering lijkt onvermijdelijk, maar de cijfers vertellen een ander verhaal: de wereldhandel verandert van vorm, niet van richting.

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.