Het beste en het slechtste pensioenstelsel ter wereld

11 september 2026

Nederland heeft het beste pensioenstelsel ter wereld. En misschien ook wel het slechtste. Dat klinkt tegenstrijdig, maar allebei valt te verdedigen, afhankelijk van waar je naar kijkt. Op papier staat ons stelsel al jaren bovenaan de internationale ranglijsten. Kijk je naar wat gepensioneerden de afgelopen jaren echt in hun portemonnee merkten, dan is het beeld een stuk minder fraai. Die kloof tussen reputatie en beleving is het echte verhaal.

Waarom Nederland het beste pensioenstelsel ter wereld heeft

In de belangrijkste internationale vergelijking van pensioenstelsels staat Nederland al jaren op de eerste plaats, met het hoogste oordeel dat er te behalen valt. De reden is het ontwerp. We sparen verplicht, we doen het collectief, en we hebben een enorm vermogen opgebouwd van rond de 1.500 miljard euro. Daarmee behoren we tot de best gefinancierde stelsels ter wereld. De toezichthouder is streng, de regels zijn helder en vrijwel iedereen doet mee. Voor een land van deze omvang is dat een prestatie waar veel andere landen jaloers op zijn.

 

Op de onderdelen die het zwaarst wegen (de hoogte van de uitkering, de houdbaarheid op de lange termijn en de betrouwbaarheid van het systeem) scoren we telkens in de top. Als je een pensioenstelsel op een tekentafel zou ontwerpen, zou het er ongeveer zo uitzien als het Nederlandse.

Waarom het tegelijk het slechtste kan voelen

En toch. Het rendement dat onze grote fondsen met beleggen maken, valt tegen. Dat komt vooral door één keuze: de vaste blik op de verplichtingen. Een pensioenfonds moet over dertig, veertig jaar nog kunnen uitkeren. Om dat risico te beheersen, dekken fondsen de rente af, vaak met langlopende renteswaps (feitelijk obligaties). Rente afdekken terwijl de rente daalt, pakt geweldig uit. Maar dek je de rente af en gaat de rente juist omhoog, dan is dat een ramp, behalve dan dat de verplichtingen ook dalen. De rente loopt nu op, maar door het staren op de verplichtingen hadden we niet in de gaten dat de rente flink opliep, met als gevolg dat we jarenlang vastzitten aan afspraken met een rendement van bijna nul.

 

De cijfers laten zien wat dat kost. Over twintig jaar behaalde het grootste fonds, het ABP, gemiddeld 5,3% rendement per jaar. Een doodeenvoudige wereldwijde portefeuille van 60% aandelen en 40% obligaties, in te vullen met twee indexfondsen, deed in dezelfde periode 6,2%. De renteafdekking alleen al kostte de afgelopen vijf jaar, samen met de obligaties, ongeveer honderd miljard euro. Zonder die afdekking zou het rendement in die vijf jaar geen 1,4% maar 5,0% zijn geweest. In internationale vergelijkingen van beleggingsresultaten bungelen onze grootste fondsen dan ook onderaan. En dan is ABP nog een van de fondsen die in durft te gaan tegen de wensen van de toezichthouder, waarmee ze op veel langere termijn goede rendementen hebben behaald.

 

Achter die keuze om de rente te hedgen zit een drijfveer die zelden hardop wordt genoemd. De strakke focus op de nominale verplichtingen en de eisen aan een gezonde dekkingsgraad hebben veel carrièrerisico gecreëerd voor pensioenbestuurders en toezichthouders. Wie de dekkingsgraad liet wegzakken, kreeg de wind van voren; wie hem keurig bewaakte, zat goed. Dat risico werd afgedekt met obligaties. En zo kochten veel fondsen langlopende obligaties op een moment dat de rente op een dieptepunt van vierhonderd jaar stond. Niet laag kopen en hoog verkopen, maar precies andersom. De dekkingsgraad bleef daardoor bewaakt, maar er bleef weinig ruimte over voor waar het uiteindelijk om draait: de ambitie om de pensioenen mee te laten groeien met de inflatie.

De andere kant van het verhaal

Eerlijk is eerlijk: er is ook een verdediging. Doordat de rente steeg, daalde de waarde van de verplichtingen fors, bij het ABP met zo’n 240 miljard euro in vijf jaar. Daardoor steeg de dekkingsgraad (de verhouding tussen vermogen en verplichtingen) van 93,5% eind 2020 naar 123,5% eind 2025. In diezelfde jaren is bovendien flink geïndexeerd, opgeteld ruim 23%, en voor 2026 kwam daar nog eens 2,84% bij. Op de dekkingsgraad ziet het er dus juist goed uit.

 

Je kunt met rekenrentes en dekkingsgraden veel goedpraten, het verandert niets aan een simpel feit: met een beter beleggingsrendement had er méér geïndexeerd kunnen worden. En voor de deelnemer telt uiteindelijk maar één ding, namelijk of zijn pensioen zijn koopkracht behoudt. Ondanks de goede jaren bleef de indexatie achter bij de inflatie, en de achterstand van de jaren daarvoor is nog niet ingelopen. Dat is zuur.

 

Dat raakt aan een hardnekkig misverstand over risico. Bij beleggen wordt risico vaak uitgedrukt in volatiliteit, in de mate waarin koersen op en neer bewegen. Maar het echte risico is die beweeglijkheid niet, het is blijvend verlies van vermogen. En bij pensioen gaat het daarbij nooit om het nominale bedrag, maar om koopkracht. Elke belegging wordt uiteindelijk aangewend voor consumptie; wat je later kunt kopen, is het enige dat telt. Een pensioen dat keurig binnen de dekkingsgraad blijft maar ondertussen koopkracht verliest, is dus niet veilig, het is stilletjes armer geworden. Door zich blind te staren op de nominale verplichtingen bewaakten de fondsen precies het verkeerde risico.

Complexiteit die weinig opleverde

Een tweede oorzaak is de ingewikkeldheid van de portefeuille. In de jacht op spreiding is jarenlang belegd in van alles: grondstoffen, veel vastgoed, een stevige overweging van opkomende markten en actief beheerde aandelen. Stuk voor stuk klonk dat verstandig, maar het rendement bleef achter bij een simpele wereldwijde aandelenindex. Sinds 2008 bleef het ABP daardoor ongeveer 1,8% per jaar achter op diezelfde eenvoudige 60/40-portefeuille. In euro’s is dat een gemiste winst van rond de 180 miljard. De les is ontnuchterend: al die complexiteit heeft, vanuit rendement én risico bekeken, weinig opgeleverd. Eenvoud won.

Het nieuwe pensioenstelsel: een kans om terug te keren naar gezond verstand

Precies nu verandert het stelsel ingrijpend. Onder de Wet toekomst pensioenen krijgt iedereen straks een persoonlijk pensioenvermogen in plaats van een aanspraak in een gezamenlijke pot. Begin 2026 stapten al zo’n vierentwintig fondsen over, waaronder drie van de vijf grootste, samen goed voor ongeveer de helft van al het pensioengeld. Het ABP volgt naar verwachting per 1 januari 2027. Opvallend: de fondsen die al zijn ingevaren, konden de pensioenen gemiddeld verhogen.

 

Dat is meer dan een technische verbouwing. Het is een kans om terug te keren naar gezond verstand. Minder star matchen als de rente laag is en meer als de rente hoog is, in plaats van blind naar de verplichtingen te blijven staren. Survival of the fittest betekent de bakens verzetten als het getij verloopt. Tegelijk schuilt hier een risico. De ambitie om nog verder in illiquide en actief beheerde beleggingen te stappen, wijst de verkeerde kant op. Als het nieuwe stelsel opnieuw dichtslibt met complexiteit en hoge kosten, hebben we van de fout niets geleerd.

De echte les

Het beste en het slechtste pensioenstelsel ter wereld kunnen dus samenvallen in één land. Het ontwerp is wereldklasse, de uitvoering aan de beleggingskant sinds het loslaten van de vaste rekenrente niet. Een uitstekend stelsel verdient een uitvoering die minstens zo goed is, en die uitvoering begint bij eenvoud, lage kosten en de moed om bij te sturen als de omstandigheden veranderen, bijvoorbeeld als centrale banken de rente manipuleren tot het nulpunt. Pensioen wordt uiteindelijk grotendeels betaald uit beleggingsrendement. Wie dat rendement laat liggen, laat het pensioen van miljoenen mensen liggen. De overstap naar het nieuwe stelsel is hét moment om die les eindelijk ter harte te nemen.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer 

 

Disclaimer

Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief 

 

Gerelateerde artikelen

De magische 4%

Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen

Meer lezen

De semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij

Chipaandelen corrigeren hard, maar de semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij. Kunstmatige intelligentie en robots stuwen de vraag.

Meer lezen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.