Volgens Kindleberger ontwikkelen zeepbellen zich in verschillende fases. Eerst komt de ‘displacement’ – de fundamentele verandering die nieuwe kansen creëert. Dan volgt een periode van groeiend optimisme, waarin slimme investeerders voorzichtig beginnen te investeren. Pas daarna komt de echte mania-fase, waarin iedereen meedoet en alle voorzichtigheid overboord wordt gegooid. Als we naar de AI-markt kijken, lijken we nog steeds in de tweede fase te zitten.
De meeste AI-investeringen komen nog steeds van professionele investeerders en grote techbedrijven, niet van gewone mensen die hun spaargeld inzetten. Er staat juist veel cash aan de zijlijn. Nvidia’s koerswinst komt voort uit echte vraag naar hun chips, niet uit speculatie. De bedrijven die in AI investeren zijn meestal dezelfde die jarenlang hebben geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Dit lijkt meer op rationele besluitvorming dan op speculatieve koorts.
Bovendien heeft AI al concrete waarde bewezen in specifieke toepassingen. Googles zoekalgoritme werd al jaren geleden verbeterd door machine learning. Netflix gebruikt AI voor zijn aanbevelingen. Banken gebruiken AI voor fraudedetectie. Deze toepassingen genereren al miljarden aan waarde, wat suggereert dat AI meer is dan hype. Het probleem is niet dat AI nutteloos is, maar dat we nog niet weten welke toepassingen het meest waardevol zullen blijken.
Kindleberger waarschuwde ook voor het gevaar van te vroeg roepen dat er een zeepbel is. Mensen die in 1995 zeiden dat internet overschat was, hadden technisch gezien gelijk over de zeepbel van 2000, maar misten vijf jaar van spectaculaire winsten. Hetzelfde gold voor degenen die in 2003 waarschuwden voor de huizenzeepbel – ze hadden gelijk over de uiteindelijke crash, maar moesten vijf jaar wachten voordat ze bevestigd werden.
Als we Kindlebergers analyse volgen, dan zijn we waarschijnlijk pas halverwege de AI-zeepbel. De echte mania-fase – waarin gewone mensen hun spaargeld inzetten, waarin bedrijven zonder AI-strategie worden gestraft door de markt, waarin irrationeel optimisme alle voorzichtigheid wegvaagt – moet nog komen. Die fase kan nog jaren duren en tot veel hogere waarderingen leiden dan we nu zien.
Dit betekent niet dat er geen risico’s zijn. Zeepbellen eindigen altijd slecht voor degenen die te laat instappen. Maar het suggereert wel dat de AI-revolutie nog maar net begonnen is. De bedrijven die nu investeren in echte AI-capaciteit – niet alleen in marketing maar in technologie – kunnen nog jaren profiteren voordat de zeepbel echt barst.
De ironie is dat door constant te waarschuwen voor een AI-zeepbel, we mogelijk het begin missen van een van de grootste technologische verschuivingen ooit. Kindleberger leerde ons dat zeepbellen ontstaan rondom echte innovaties. Als de huidige AI-hype tot speculatie leidt, betekent paradoxaal genoeg dat het waarschijnlijk echt belangrijk is. De vraag is niet of er een zeepbel komt, maar of we slim genoeg zijn om van de echte innovatie te profiteren voordat de speculatie het overneemt.
Hier is de waarschuwing van Alan Greenspan relevant. In 1996 sprak de toenmalige voorzitter van de Federal Reserve over “irrational exuberance” op de aandelenmarkten. Hij zag dat beleggers te optimistisch werden over technologieaandelen en waarschuwde voor overdreven verwachtingen. Greenspan had gelijk dat er irrationele uitbundigheid was, maar zijn timing was dramatisch verkeerd. Na zijn waarschuwing stegen de markten nog vier jaar lang, voordat de dotcom-zeepbel in 2000 barstte.
Greenspans ervaring illustreert het gevaar van te vroege waarschuwingen. Degenen die in 1996 hun techbeleggingen verkochten vanwege zijn waarschuwing, misten jaren van spectaculaire winsten. Pas in maart 2000, vier jaar later, bleek Greenspan gelijk te hebben. Tegen die tijd hadden de Nasdaq-index en veel individuele techbedrijven nog ongekende hoogtes bereikt.
De parallel met AI is treffend. Net zoals internettechnologie in de jaren negentig echt revolutionair was ondanks de overdreven verwachtingen, zo kan AI nu echt transformatief zijn ondanks de huidige hype. Greenspans “irrational exuberance” was uiteindelijk rationeler dan hij dacht – het optimisme over internet was grotendeels terecht, alleen de timing van de waardering was verkeerd.
Misschien moeten we stoppen met zoeken naar signalen van een zeepbel en beginnen met investeren in de technologie die deze zeepbel voedt. Want als Kindleberger gelijk heeft en Greenspans ervaring ons iets leert, dan staan we niet aan het einde van de AI-hype, maar aan het begin van een revolutie die nog jaren kan duren. De irrationele uitbundigheid van vandaag kan achteraf rationeler blijken dan we nu denken.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief