Handelsoorlog of grondwetscrisis? 

10 januari 2026

hooggerechtshof

Op 14 januari aanstaande wordt mogelijk een van de meest fundamentele uitspraken in de Amerikaanse rechtsgeschiedenis verwacht. Het Amerikaanse hooggerechtshof buigt zich over de rechtmatigheid van president Trumps omvangrijke importtarieven, en hoewel het op het eerste gezicht om handelsbeleid gaat, draait de kern van de zaak om iets veel fundamentelers: hoeveel macht mag een president zich toe-eigenen zonder toestemming van het Congres?

Noodtoestand als handelsbeleid

Trump riep begin april 2025 een nationale noodtoestand uit onder de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA) uit 1977, een wet bedoeld voor acute crisissituaties. Op basis daarvan legde hij ‘wederzijdse’ tarieven (importheffingen) op aan vrijwel alle handelspartners van de Verenigde Staten, met als verklaring dat handelstekorten een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. Tegen China, Canada en Mexico werden de tarieven zelfs gekoppeld aan de strijd tegen fentanylsmokkel. Lagere rechtbanken oordeelden dat de president zijn bevoegdheden te buiten ging, maar Trump ging in hoger beroep. Nu ligt de bal bij het hoogste rechtscollege van het land.

Twijfels bij conservatieve én progressieve rechters

Tijdens de hoorzitting op 5 november leken zowel conservatieve als progressieve rechters vraagtekens te plaatsen bij de rechtmatigheid van Trumps aanpak. Dat is opmerkelijk, want het Hooggerechtshof heeft de uitvoerende macht tot nu toe doorgaans veel ruimte gegeven. Toch kan een recente uitspraak in een ogenschijnlijk totaal andere zaak een voorbode zijn van een kentering. Vlak voor Kerstmis blokkeerde het Hof, met zes tegen drie stemmen, Trumps poging om de Nationale Garde van Illinois te federaliseren voor ordehandhaving in Chicago. Die beslissing lijkt technisch en ver verwijderd van handelspolitiek, maar er zijn duidelijke parallellen.

 

In beide zaken gaat het namelijk om een president die bevoegdheden claimt die eigenlijk aan andere delen van de overheid toebehoren. Bij de Nationale Garde gaat het om de verticale scheiding der machten tussen staten en federale overheid. Bij de tarieven draait het om de horizontale scheiding tussen wetgevende en uitvoerende macht. De Grondwet kent het recht om belastingen te heffen immers uitdrukkelijk toe aan het Congres, niet aan de president. Door een noodsituatie uit te roepen, kan Trump die bevoegdheid naar zich toe trekken zonder dat het Congres hem kan tegenhouden, tenzij beide Kamers met een tweederdemeerderheid tegen stemmen.

 

Het Hooggerechtshof wees de federalisering van de Nationale Garde af omdat de regering niet kon aantonen dat de reguliere strijdkrachten niet in staat waren om de wetten te handhaven, een voorwaarde die in de wet is opgenomen. Het Hof weigerde dus een uitzonderingsbevoegdheid te transformeren in een algemene politiebevoegdheid. Precies dezelfde redenering is van toepassing op de tarieven. IEEPA is een sanctiewet, geen algemene handelswet. Handelstekorten zijn niet ongewoon en nauwelijks een acute noodsituatie. Tarieven staan zelfs niet eens expliciet genoemd in de wet als middel dat ingezet mag worden.

 

Bovendien heeft het Congres al bestaande instrumenten gecreëerd om met handelsproblemen om te gaan. Er is aparte wetgeving voor betalingsbalansproblemen, voor bedreigingen van de nationale veiligheid en voor vergeldingsmaatregelen tegen oneerlijke handelspraktijken. Door IEEPA te gebruiken, loopt Trump om al die door het Congres vastgestelde kaders heen. Het is een achterdeurtje dat, als het wordt toegestaan, de deur wagenwijd openzet voor presidenten om belastingen te heffen wanneer ze maar willen, gewoon door een noodsituatie uit te roepen.

Waar ligt de grens?

De vraag die het Hooggerechtshof moet beantwoorden is fundamenteel: waar ligt de grens? Als Trump de Nationale Garde kan inzetten tegen de wil van een gouverneur in voor routinematige criminaliteitsbestrijding, wat voorkomt dan dat hij dat overal doet? Als hij tarieven kan opleggen door simpelweg een noodtoestand af te kondigen, wat weerhoudt hem dan om dat keer op keer te doen, voor welk doel dan ook? In beide gevallen dreigt een uitzonderingsbevoegdheid te verworden tot een normale werkwijze, waarbij de checks and balances tussen de verschillende machten volledig worden uitgehold.

 

Het Hooggerechtshof heeft de uitvoerende macht jarenlang royaal de ruimte gegeven. Het verleende Trump immuniteit voor criminele handelingen in functie, gaf Immigration and Customs Enforcement vrij spel bij immigratiehandhaving, en steunde presidentieel gezag in talloze andere gevallen. Maar de beslissing over de Nationale Garde suggereert dat zelfs dit conservatieve Hof grenzen ziet. Zes rechters, inclusief enkele door Trump benoemde, oordeelden dat de president zijn boekje te buiten ging. Dat kan een kentering betekenen.

Meer dan alleen handelspolitiek

Trump zelf schreef op 2 januari op sociale media dat een uitspraak tegen de tarieven een ‘verschrikkelijke klap’ voor de Verenigde Staten zou zijn. Maar de vraag is of het juist niet een verschrikkelijke klap zou zijn als het Hooggerechtshof de tarieven wél goedkeurt. Want dan ontstaat er een precedent waarbij de president vrijwel onbeperkt belastingen kan heffen door een noodtoestand uit te roepen. Dat ondermijnt niet alleen de rol van het Congres, maar ook het hele systeem van checks and balances waarop de Amerikaanse democratie is gebouwd.

Lakmoesproef voor de scheiding der machten

De zaak gaat niet alleen over handelspolitiek of over de vraag of tarieven economisch verstandig zijn. Het gaat om de vraag hoeveel macht een president mag uitoefenen zonder democratische controle. Het gaat over proportionaliteit: zijn de handelstekorten werkelijk zo’n acute bedreiging dat ze de president toestaan om de bevoegdheden van het Congres opzij te schuiven? En het gaat over de vraag of het Hooggerechtshof bereid is om die macht te beperken, ook als het om een president van hun eigen politieke voorkeur gaat.

 

De uitspraak die op 14 januari kan komen, zal veel meer zijn dan een technisch juridisch vonnis over handelswetgeving. Het wordt een lakmoesproef voor de vraag of de scheiding der machten in de Verenigde Staten nog steeds overeind staat, of dat de uitvoerende macht zo sterk is geworden dat zij de andere takken van regering naar believen opzij kan schuiven. En dat maakt deze zaak mogelijk belangrijker dan welke handelsoorlog dan ook.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer 

 

 

Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief 

Gerelateerde artikelen

De magische 4%

Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen

Meer lezen

De semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij

Chipaandelen corrigeren hard, maar de semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij. Kunstmatige intelligentie en robots stuwen de vraag.

Meer lezen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.