In het hart van Parijs verheft zich de Colonne Vendôme, gesmolten uit de kanonnen van verslagen Oostenrijkse en Russische legers na Austerlitz in 1805. In Berlijn torent de Siegessäule boven het Tiergarten uit, bekroond met de godin Victoria ter ere van Pruisische overwinningen op Denemarken, Oostenrijk en vooral op Frankrijk in 1870-71. Twee zuilen, beide bekleed met het brons van elkaars nederlagen, vertellen het verhaal van een rivaliteit die Europa bijna verscheurde – en van een verzoening die nu onder druk staat door een bittere ironie: Frankrijk moet zich wenden tot Duitsland om te overleven, terwijl Duitsland zelf nauwelijks in staat is zichzelf te redden.
Van dominantie naar vernedering
De Frans-Duitse vijandschap kent diepe wortels. Terwijl het Heilige Roomse Rijk na de Vrede van Westfalen in 1648 versnipperde, groeide Frankrijk uit tot de dominante Europese mogendheid. Napoleon Bonaparte veroverde grote delen van Duits grondgebied en reorganiseerde het tot vazalstaten. De Colonne Vendôme verbeeldt dit hoogtepunt van Franse hegemonie, met Napoleon oorspronkelijk bovenop de zuil, blik gericht naar de onderworpen gebieden in het oosten.
Deze vernedering legde de kiem voor een nieuw Duits nationalisme. De machtsverhouding keerde toen Bismarck in 1870 een oorlog met Frankrijk provoceerde. Het Franse leger werd bij Sedan verpletterd, en op 18 januari 1871 riep Wilhelm I zichzelf in de Spiegelzaal van Versailles uit tot keizer van een verenigd Duitsland. De Siegessäule kreeg een extra segment met Franse kanonnen aan de basis. De godin Victoria kijkt naar het westen – naar de verslagen aartsvijand.
Deze cyclus van overheersing en revanche culmineerde in twee wereldoorlogen die Europa in puin legden. Uit deze ruïnes groeide een radicaal inzicht: Frankrijk en Duitsland moesten samen de basis vormen voor een nieuw Europa. Schuman en Adenauer richtten in 1950 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal op. De as Parijs-Berlijn, ooit de spil van conflict, werd de motor van Europese integratie en decennia van welvaart.
De groeiende asymmetrie
Onder het oppervlak groeide echter een fundamentele asymmetrie. Duitsers leven om te werken, Fransen werken om te leven. Duitsland transformeerde zich na de hereniging tot economische locomotief van Europa, gedreven door export en fiscale discipline. Frankrijk bleef vasthouden aan een staatsgestuurde economie met genereuze sociale voorzieningen. De financiële crisis van 2008 legde deze scheuren bloot.
Vandaag bereikt de spanning een kritiek punt. President Macron benoemde zijn vijfde premier in minder dan twee jaar, maar zonder meerderheid zal hij hetzelfde probleem tegenkomen als zijn voorgangers. Fitch degradeerde Frankrijk naar A+. Frankrijk streeft naar een begrotingstekort van 4,7 procent van het BBP, terwijl het dit jaar op 5,4 procent uitkomt. Zonder akkoord dreigt het tekort volgend jaar naar 6 procent te stijgen.
Premier Lecornu stelde de Fransen gerust dat “het IMF niet voor de deur staat”, maar de Duitsers vermoeden de Fransen ervan uitgaan dat Duitsland de schulden gaan betalen. Of de ECB komt te hulp, of Duitsland zal zwichten voor de druk om een nieuw fonds op te richten dat de schulden mutualiseert. Frankrijk heeft vrijwel onbeperkte toegang hebben tot de reserves van Duitsland, en de Fransen weten dat heel goed.”
Duitslands eigen crisis
De Duitse economie is sinds 2019 niet meer gegroeid. Het Ifo Instituut verlaagde zijn groeiprognose naar slechts 0,2 procent dit jaar. De industriële productie is sinds 2017 zelfs met 15 procent gedaald. Nu daalt de export naar de VS met 7,9 procent. Amerikaanse tarieven hebben hele sectoren buitengesloten van de Amerikaanse markt. Maar Duitsland heeft ook zijn eigen problemen. De energietransitie kost volgens de Kamer van Koophandel tussen de 4,8 en 5,5 biljoen euro tot 2049. Private investeringen in energie moeten stijgen naar tussen de 113 en 316 miljard euro tegen 2035, vergeleken met 82 miljard gemiddeld tussen 2020 en 2024. Zonder energiesubsidie zal de Duitse economie de-industrialiseren. We zien dit al in de ineenstorting van de industriële productie.
Volkswagen voert sluitingen door bij twee elektrische autofabrieken vanwege zwakke vraag. Bosch plant 13.000 ontslagen. Terwijl Duitsland worstelt, stromen Chinese goederen binnen. Chinese import steeg met 10,5 procent naar 97,6 miljard euro. Koperimport uit China sprong met 91 procent, kleding met 24 procent. Deze importgolf intensiveert de prijsconcurrentie en drukt de marges. De Europese Commissie plant tarieven van 25 tot 50 procent op Chinees staal, maar Chinese represailles lijken onvermijdelijk. Peking houdt een strakke greep op de export van zeldzame aardmetalen. Minder dan een kwart van de 140 exportvergunningsaanvragen zijn goedgekeurd.
Fransen zitten vast
Frankrijk heeft inmiddels de drempel waar rentes sneller stijgen dan het nominale BBP overschreden. Deze schuldenval wordt geëvenaard door een politieke burnout: er zijn zoveel mensen afhankelijk van de staat dat er geen overeenstemming mogelijk is over bezuinigingen. Deze instabiliteit maakt het onwaarschijnlijk dat het begrotingstekort tegen 2029 naar 3 procent wordt teruggebracht.
De ECB mag alleen schulden kopen van landen die “gezond fiscaal beleid” voeren. Frankrijk faalt aan die vereisten. Électricité de France (EDF) moet tegen 2040 ongeveer 460 miljard euro ophalen voor zijn nucleaire vloot, maar heeft grote financieringsproblemen. Bijna alle 57 Franse kernreactoren zijn meer dan 30 jaar oud en vereisen uitgebreid onderhoud.
Druk op de Europese Unie
Deze ontwikkelingen stellen de Europese solidariteit op een ultieme test. De verzoening was gebaseerd op wederzijdse economische versterking. Maar wat als die verandert in eenzijdige afhankelijkheid? Kan Duitsland Frankrijk redden terwijl het zelf worstelt met deïndustrialisatie, energiecrisis en Chinese concurrentie?
Zevenenzestig procent van de Duitse bedrijven waarschuwt dat hun concurrentievermogen wordt uitgehold. In deze context is de bereidheid om Franse schulden te mutualiseren beperkt. De Europese integratie was gebaseerd op het principe dat economische vervlechting oorlog onmogelijk zou maken. Maar die vervlechting creëerde ook wederzijdse afhankelijkheden die, wanneer ze asymmetrisch worden, nieuwe spanningen genereren. Frankrijk, dat ooit triomfeerde met brons gesmolten uit vijandelijke kanonnen, moet nu naar Duitsland kijken voor redding. Duitsland, dat ooit hetzelfde deed, is nauwelijks in staat te helpen. De verzoening was gebaseerd op gelijkwaardigheid. Nu die in gevaar komt, moeten beide landen opnieuw nadenken over hun partnerschap.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief