Epic Fury

01 maart 2026

Epic Fury

Zaterdagochtend werd de wereld wakker met het nieuws dat de Verenigde Staten en Israël een grootschalige militaire operatie tegen Iran waren begonnen. Operation Epic Fury is geen chirurgische ingreep tegen een nucleaire installatie, maar een breed opgezette aanval op het hart van het Iraanse regime. Tientallen doelen werden geraakt, waaronder de compound van ayatollah Khamenei, commandocentra van de Revolutionaire Garde en luchtafweersystemen. De Iraanse staatstelevisie bevestigde dat Khamenei is omgekomen. President Trump riep het Iraanse volk op om “hun land terug te nemen”.

Het is verleidelijk om dit moment te vergelijken met de val van Bagdad in 2003 of de interventie in Libië in 2011, maar de schaal en ambitie zijn fundamenteel anders. Waar eerdere operaties zich richtten op specifieke militaire capaciteiten, lijkt het einddoel hier expliciet regime change. Dat is tegelijkertijd het meest hoopvolle én het meest riskante scenario.

Regime change: het beste en het moeilijkste

Een Iran zonder theocratisch bewind zou een zegen zijn voor het Midden-Oosten en de wereldeconomie. Een seculier, pragmatisch Iran zou de regio stabiliseren, de oliemarkten normaliseren en een enorme binnenlandse markt van negentig miljoen mensen openen voor internationale handel en investeringen. De strategische implicaties zijn immens.

 

Maar regime change van buitenaf is buitengewoon moeilijk, en de geschiedenis biedt weinig succesverhalen. Irak laat zien hoe een militaire overwinning kan verworden tot een decennium van chaos. Afghanistan toonde aan dat luchtmacht alleen geen stabiel bestuur creëert. Libië transformeerde van dictatuur naar falende staat. Het patroon is steeds hetzelfde: de bestaande machtsstructuur vernietigen is eenvoudiger dan een nieuwe opbouwen.

 

Het kernprobleem in Iran is dat de Revolutionaire Garde niet alleen een militaire organisatie is, maar een economisch imperium dat diep verweven is met de Iraanse samenleving. Deze garde controleert havens, bouwbedrijven, telecommunicatie en grote delen van de olie-industrie. Zelfs als de politieke top wordt onthoofd, blijft deze structuur grotendeels intact. De vraag is niet of de huidige leiders overleven, maar wie hen opvolgt. Het regime heeft voldoende diepte om het verlies van meerdere leiders te overleven. De enige instelling sterk genoeg om op te volgen is het leger, de Revolutionaire Garde in het bijzonder.

 

Trump zegt geen grondtroepen te zullen sturen en verwacht dat het Iraanse volk zelf het regime omverwerpt. Dat is een optimistisch scenario. De binnenlandse oppositie is gefragmenteerd en ontwapend. De recente protesten, hoe indrukwekkend ook, hebben niet geleid tot de kritische massa die nodig is voor een revolutie. Het gevaar is dat Iran in een langdurige “survival mode” belandt, een scenario dat maanden of jaren kan duren en waarbij de Straat van Hormuz het kwetsbaarste geopolitieke drukpunt ter wereld wordt.

De markten: olie, dollar en het risico-sentiment

Voor beleggers is de directe impact helder. De olieprijs, die vrijdag sloot rond 73 dollar per vat, zal maandag fors hoger openen. Analisten verwachten een sprong van vijf tot vijftien procent, afhankelijk van de doorgang door de Straat van Hormuz. Zondag lag het scheepvaartverkeer door de straat nagenoeg stil. Twee schepen werden geraakt nabij de monding, verzekeringspremies schieten omhoog en maritieme veiligheidsadviseurs raden klanten aan de straat minstens vierentwintig uur te mijden.

 

Iran produceert circa 3,3 miljoen vaten per dag, zo’n elf tot twaalf procent van de totale OPEC-productie. Maar het echte risico zit niet in de Iraanse productie alleen. Door de Straat van Hormuz stroomt dagelijks ongeveer zestien miljoen vaten olie — een vijfde van het mondiale aanbod. Het besluit van OPEC+ om de productie in april met 206.000 vaten per dag te verhogen is een druppel op een gloeiende plaat als de straat geblokkeerd raakt.

 

Bij een volledige blokkade van Hormuz zijn prijzen boven de honderd dollar per vat realistisch. Elke tien dollar per vat structureel hogere olieprijs kost tien tot twintig basispunten aan economische groei over de volgende twaalf maanden. Bij honderdtwintig dollar per vat zou zowel de Amerikaanse als de wereldeconomie een aanzienlijke klap krijgen.

 

De dollar zal naar verwachting versterken — ondanks de actieve Amerikaanse betrokkenheid bij het conflict blijft de greenback de ultieme vluchtvaluta. Aandelen zullen maandag onder druk staan, met een uitgesproken risk-off sentiment.

Paniek is zelden een goede raadgever

De geschiedenis van militaire conflicten en aandelenmarkten vertelt een opmerkelijk consistent verhaal: de initiële schok is bijna altijd erger dan het uiteindelijke effect.

 

Na de Japanse aanval op Pearl Harbor in december 1941 daalde de Dow Jones 3,5 procent op de eerste handelsdag, maar binnen een maand waren de verliezen volledig goedgemaakt. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 was de Dow meer dan vijftig procent gestegen ten opzichte van 1939. Na de Iraakse invasie van Koeweit in augustus 1990 daalde de S&P 500 met ongeveer tien procent, om vervolgens zo’n twintig procent te stijgen in het jaar daarna. De invasie van Irak in maart 2003 leidde tot een stijging van de Dow Jones van 8,4 procent in de maand na het begin van de oorlog, terwijl de S&P 500 in het eerste jaar 26,7 procent steeg. Zelfs na de Russische invasie van Oekraïne in februari 2022, toen Europese markten vier procent daalden op de eerste dag, volgde een krachtig herstel. De S&P 500 is sindsdien meer dan zestig procent gestegen.

 

De MSCI Israël Index is sinds de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 met ruim honderd procent gestegen. De MSCI Poland Index steeg 135 procent sinds de Russische invasie van Oekraïne. Dit zijn precies de markten waarvan beleggers op het moment van de schok het verst weg wilden blijven.

 

In 73 procent van alle gewapende conflicten sinds de Tweede Wereldoorlog genereerden aandelen een positief rendement in het jaar na de eerste agressiedaad. Hoe langer de beleggingshorizon, hoe groter de kans op een positief resultaat. Markten dalen doorgaans in de aanloop naar oorlog, maar vaak herstellen zodra het conflict begint. Onzekerheid veroorzaakt meer schade dan de oorlog zelf.

Geduld als strategie

De drie factoren die dit conflict anders maken dan eerdere schermutselingen zijn het logistieke risico rond Hormuz, de inflatoire druk van hogere olieprijzen en de positie van China als grootste afnemer van Iraans ruwe olie. Ruim 84 procent van de ruwe olie en het condensaat dat door Hormuz stroomt is bestemd voor Aziatische markten, met China, India, Japan en Zuid-Korea als belangrijkste bestemmingen.

 

Markten houden niet van onzekerheid, maar zodra de contouren van het nieuwe normaal zich aftekenen, begint het herstel. De kunst is om niet mee te bewegen met de emotie van het moment, maar te handelen op basis van de eigen tijdshorizon.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

 

Disclaimer

 

Abonneer op deze nieuwsbrief via

www.aureus.eu/nieuwsbrief

 

Gerelateerde artikelen

De magische 4%

Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen

Meer lezen

De semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij

Chipaandelen corrigeren hard, maar de semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij. Kunstmatige intelligentie en robots stuwen de vraag.

Meer lezen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.