Desinflatie in 2026

27 december 2025

De consensusvisie onder beleggers en beleidsmakers is dat de inflatie in de Verenigde Staten hardnekkig hoog zal blijven. Zelfs de Federal Reserve projecteert dat de kern-PCE pas in 2026 naar 2,6 procent zal dalen en in 2027 naar 2,4 procent. Deze voorspellingen zullen naar alle waarschijnlijkheid te pessimistisch blijken. De combinatie van technologische innovatie, veranderende arbeidsmarktdynamiek en dalende grondstofprijzen wijst op een scenario waarin de inflatie sneller zal afnemen dan algemeen wordt verwacht.

De onzichtbare hand van technologie

Alle positieve technologische schokken verhogen per definitie de productiviteit en zijn daarmee desinflatoir of zelfs deflatoir van aard. Kunstmatige intelligentie vormt hierop geen uitzondering en zou wel eens een sterkere desinflatoire werking kunnen hebben dan eerdere technologische doorbraken. De reden hiervoor is eenvoudig: AI verhoogt niet alleen de economische efficiëntie, maar oefent ook neerwaartse druk uit op lonen doordat de groei van werkgelegenheid stagneert.

 

We bevinden ons middenin een transformatie die zijn weerga niet kent sinds de industriële revolutie. Bedrijven implementeren in hoog tempo AI-gestuurde oplossingen die taken automatiseren, processen stroomlijnen en de output per werknemer drastisch verhogen. Deze productiviteitswinsten vertalen zich direct naar lagere kosten per eenheid product, wat op termijn onvermijdelijk doorwerkt in lagere consumentenprijzen.

De parallel met de jaren tachtig

De desinflatie sinds 2021 volgt tot nu toe opmerkelijk nauwkeurig het patroon van de jaren tachtig. Mocht dit patroon aanhouden, dan is een verdere daling van de inflatie met 60 tot 80 basispunten zeer goed mogelijk. De onderliggende inflatieschokken in beide perioden kennen namelijk een vergelijkbare oorsprong: beide kwamen voort uit verstoringen aan de aanbodzijde van de economie.

 

In 1980 was het olie-embargo en de daaruit volgende explosie van ruwe olieprijzen de katalysator. In 2021 legde de pandemie wereldwijde toeleveringsketens plat, wat leidde tot ernstige tekorten en een plotselinge sprong in het prijsniveau. Voorspelbaar genoeg verloopt het daaropvolgende desinflatoire proces in beide gevallen opmerkelijk gelijkaardig, met een daling van de kern-PCE van ruwweg 100 basispunten per jaar. Met de huidige kern-PCE die op jaarbasis met 2,8 procent stijgt, is het volkomen realistisch dat de inflatie in de loop van 2026 richting de 2 procent beweegt.

De rol van de arbeidsmarkt

Een van de meest onderschatte desinflatoire krachten is de veranderende dynamiek op de arbeidsmarkt. De loongroei koelt af, terwijl de groei van de werkgelegenheid stagneert. Dit is deels het resultaat van de adoptie van AI en automatisering, maar ook van demografische verschuivingen en veranderende arbeidspatronen post-pandemie. Bedrijven zijn terughoudender geworden met het uitbreiden van hun personeelsbestand en investeren in plaats daarvan in technologie die de arbeidsproductiviteit verhoogt.

 

De combinatie van afnemende loondruk en stijgende productiviteit creëert een krachtige desinflatoire cocktail. Wanneer bedrijven meer kunnen produceren met dezelfde of zelfs minder arbeidsinput, verdampt de noodzaak om hogere kosten door te berekenen aan consumenten. Dit mechanisme wordt versterkt door de toenemende internationale concurrentie en de bereidheid van consumenten om over te stappen naar goedkopere alternatieven.

Huisvestingskosten en energieprijzen: de stille normalisatie

Twee componenten die een buitenproportioneel grote rol speelden in de inflatiepiek van 2021-2023 zijn huisvestingskosten en energieprijzen. Beide zijn bezig met een significante normalisatie. De huizenprijzen stabiliseren of dalen in veel markten, terwijl de huurgroei vertraagt. Gezien het vertraagde effect waarmee huisvestingskosten in de Verenigde Staten worden meegenomen in de inflatiecijfers, zal deze vertraging zich pas volledig manifesteren in de officiële statistieken van 2026.

 

Op energiegebied zien we eveneens een gunstige ontwikkeling. De prijzen van ruwe olie zijn gedaald en de vooruitzichten wijzen op een verder gematigde ontwikkeling. De energietransitie en de toename van hernieuwbare energiebronnen dragen bij aan een structureel lagere kostenbasis voor energie op de langere termijn. Deze factoren gecombineerd ondersteunen het scenario van verrassend lage inflatie in 2026.

Het tariefrisico: een tijdelijke hobbel

Uiteraard zijn er ook factoren die de desinflatie kunnen vertragen. De dreiging van verhoogde importtarieven vormt een reëel risico dat de prijzen van goederen kan opdrijven. Niettemin is het belangrijk dit risico in perspectief te plaatsen. Tariefverhogingen leiden tot eenmalige prijssprongen, niet tot aanhoudende inflatie. Zodra de initiële schok is verwerkt, hervatten de onderliggende desinflatoire trends hun werk. Zie bijvoorbeeld de drie btw-verhogingen in Japan tijdens de verloren decennia.

Bovendien toont de ervaring uit eerdere handelsconflicten dat de daadwerkelijke impact op consumentenprijzen vaak kleiner is dan gevreesd. Bedrijven absorberen een deel van de kostenstijging in hun marges, consumenten substitueren naar binnenlandse alternatieven, en de sterkte van de dollar dempt de doorwerking van hogere importkosten. Het tariefrisico is reëel maar beheersbaar en zal de bredere desinflatoire trend niet fundamenteel ontwrichten.

Implicaties voor beleggers en beleidsmakers

De implicaties van een sneller dan verwachte desinflatie zijn aanzienlijk. Voor de Federal Reserve betekent dit dat er meer ruimte is voor renteverlagingen dan momenteel is ingeprijsd. Beleggers die positioneren voor aanhoudend hoge inflatie lopen het risico aan de verkeerde kant van de markt te staan. Obligaties worden aantrekkelijker naarmate het inflatierisico afneemt, terwijl sectoren die profiteren van lagere inputkosten en goedkopere financiering interessante kansen bieden.

 

Voor beleidsmakers ligt de uitdaging in het tijdig onderkennen van de veranderende inflatiedynamiek. Het risico bestaat dat de Fed te lang vasthoudt aan een restrictief beleid, waardoor onnodige economische schade wordt aangericht. De lessen uit het verleden leren ons dat centrale banken regelmatig achter de feiten aanlopen, zowel bij het bestrijden van inflatie als bij het erkennen van desinflatie.

Conclusie

De convergentie van technologische innovatie, veranderende arbeidsmarktdynamiek, dalende huisvestingskosten en gematigde energieprijzen creëert een krachtige desinflatoire omgeving. Het historische patroon van de jaren tachtig suggereert dat we nog significante ruimte hebben voor verdere inflatiedaling. Hoewel tariefrisico’s voor tijdelijke verstoringen kunnen zorgen, blijven de structurele krachten die de desinflatie aandrijven intact.

 

De waarschijnlijkheid is groot dat zowel de markten als de Federal Reserve verrast zullen worden door de snelheid waarmee de inflatie in 2026 afneemt. Voor beleggers die deze ontwikkeling vroegtijdig onderkennen, liggen hier aanzienlijke kansen.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer 

 

Disclaimer

 

Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief 

 

Gerelateerde artikelen

De magische 4%

Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen

Meer lezen

De semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij

Chipaandelen corrigeren hard, maar de semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij. Kunstmatige intelligentie en robots stuwen de vraag.

Meer lezen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.