De waardering van de Amerikaanse aandelenmarkt

07 augustus 2025

waardering aandelenmarkt

De vraag naar de juiste waardering van de Amerikaanse aandelenmarkt houdt beleggers al maanden bezig. Verschillend Wall Street-strategen voorspelt een correctie, maar is dat terecht?

 

Een reeks prominente analisten heeft recent gewaarschuwd voor een aanstaande correctie op de Amerikaanse beurs. Julian Emanuel van Evercore ISI verwacht een daling tussen 7 en 15 procent richting de herfst, gedreven door handelstarieven, zwakke arbeidsmarktdata en hoge technologie-waarderingen. Mike Wilson van Morgan Stanley ziet de recente neergang als het begin van een bescheiden terugval, terwijl Alexandra Wilson-Elizondo van Goldman Sachs wijst op de kwetsbaarheid van retailbeleggers bij verslechterende arbeidsmarktomstandigheden.

Deze zorgen zijn niet ongegrond. Parag Thatte van Deutsche Bank merkt terecht op dat de S&P 500 historisch gezien elke 1,5 tot 2 maanden een correctie van 3 procent of meer meemaakt. Het is inmiddels ruim drie maanden geleden sinds de laatste significante daling in april. Soms is het simpelweg tijd voor een adempauze. Tot slot moet wel worden opgemerkt dat al deze strategen ook broodetende profeten zijn. Ze willen allemaal onsterfelijk worden door op het juiste moment een correctie te voorspellen.

De Buffett-indicator: een misleidende vergelijking?

Een van de meest geciteerde argumenten voor hoge waarderingen is de beroemde Buffett-indicator: de totale marktkapitalisatie als percentage van het bruto binnenlands product. Deze staat inderdaad hoger dan tijdens het hoogtepunt van de dotcombubbel in 2000. Maar deze vergelijking gaat op verschillende onderdelen mank.

 

In 2000 waren de hoge waarderingen vooral het gevolg van bedrijven zonder winst en torenhoge verwachtingen. Het ging om eyeballs en clicks per minute. Nu spuit de cash er letterlijk uit bij de grootste Amerikaanse bedrijven, met recordwinstmarges als gevolg. Bovendien behaalt meer dan de helft van de Magnificent Seven hun omzet buiten de Verenigde Staten. De Buffett-indicator vergelijkt Amerikaanse marktkapitalisatie met het Amerikaans BBP, terwijl deze bedrijven inmiddels globale spelers zijn geworden.

 

Een ander cruciaal punt: buiten de Magnificent Seven is de Amerikaanse markt helemaal niet overdreven duur. De S&P 493 – de index zonder de zeven grootste technologiereuzen – handelt zelfs onder het historische gemiddelde. Ook de gelijk gewogen S&P 500 toont een meer genuanceerd beeld dan de marktkapitalisatie-gewogen variant suggereert. Bovendien is het natuurlijk vreemd om de marktkapitalisatie af te zetten tegen het BBP, veel logischer zou zijn om het winstaandeel in dat BBP te nemen. Op lange termijn volgen koersen immers de winstontwikkeling per aandeel, niet het BBP.

Structurele veranderingen rechtvaardigen hogere waarderingen

De vergelijking met 2000 gaat nog om een andere reden mank. De Amerikaanse bedrijfswereld is de afgelopen 25 jaar fundamenteel veranderd. Voor de Sarbanes-Oxley-wetgeving van 2002 was er veel minder transparantie. De informatietechnologie heeft niet alleen bedrijfsprocessen gerevolutioneerd, maar ook de snelheid waarmee informatie beschikbaar komt en wordt verwerkt.

 

Deze toegenomen transparantie en efficiëntie rechtvaardigen op zichzelf al een lagere risicopremie en dus een hogere waardering. Computers en data-analyse hebben risico’s verkleind en voorspelbaarheid vergroot. In een wereld waarin bedrijven sneller kunnen anticiperen op veranderingen, mogen beleggers bereid zijn meer te betalen voor toekomstige kasstromen.

 

Ook de economische cyclus is vervlakt. De Federal Reserve slaagde er deze keer in de inflatie onder controle te krijgen zonder recessie – een prestatie die de centrale bank de status van ‘wonderdokter’ heeft opgeleverd. In een diensteneconomie met real-time data en geavanceerde voorspelmodellen worden diepe recessies steeds zeldzamer.

 

Verder is er sprake van een structureel lage renteomgeving. Deels is dat het gevolg van demografische trends (vergrijzing) en hoge schuldratio’s. De hogere toekomstige productiviteitsgroei als gevolg van kunstmatige intelligentie zal zorgen voor een hogere reële groei en tegelijkertijd de inflatie drukken. De hogere productiviteit rechtvaardigt een hogere waardering, omdat bedrijven meer waarde kunnen creëren met dezelfde input.

 

Veel bedrijven zijn ook overgestapt naar zogenaamde platformmodellen, software-as-a-service en maken optimaal gebruik van netwerkeffecten. Deze modellen vereisen minder kapitaal, maar genereren hogere marges en schaalbaarheid, wat de hogere waarderingen ondersteunt.

Kunstmatige intelligentie als gamechanger

Misschien wel het belangrijkste verschil met 2000 is de paradigmaverschuiving door kunstmatige intelligentie. Waar de internetrevolutie destijds vooral berustte op verwachtingen die feitelijk pas werden ingelost met de komst van de iPhone in 2007, zien we nu al concrete resultaten. Bedrijven rapporteren niet alleen stijgende winstmarges ondanks handelstarieven, maar investeren ook massaal in AI-technologie die hun efficiëntie en groei kan versnellen. Dat is ook een belangrijke reden dat de markt zich zal verbreden buiten de Magnificent Seven, de zeven aandelen die kunstmatige intelligentie mogelijk maken.

 

De PEG-ratio (koers-winstverhouding gedeeld door groei) van zelfs de Magnificent Seven blijft acceptabel wanneer we de groeiverwachtingen voor deze bedrijven in ogenschouw nemen. Voor bedrijven die profiteren van een technologische revolutie van deze omvang, kunnen hogere waarderingen gerechtvaardigd zijn.

Timing is alles

Het voorspellen van correcties blijft een hachelijke onderneming. Waarderingen kijken altijd achteruit, nooit vooruit. Het gaat niet om de winsten uit het verleden, maar om toekomstige kasstromen. In tijden van technologische omwenteling kunnen traditionele waarderingsmaatstaven misleidend zijn.

 

Dat wil niet zeggen dat een correctie uitgesloten is. Markten fluctueren nu eenmaal als John Pierpont Morgan meer dan 100 jaar geleden. Maar wie daarop anticipeert loopt het risico belangrijke koersbewegingen te missen. Per saldo is er meer geld verloren gegaan met voorspellen van een correctie dan met alle correcties bij elkaar. De beurs is immers alle correcties weer te boven gekomen.

 

De geschiedenis leert dat de beste momenten om te kopen vaak samenvallen met de grootste onzekerheid. Wat dat betreft zijn er voldoende macro-economische onzekerheden en geopolitieke omstandigheden die ervoor zorgen dat de muur van angst die elke bull-markt nu eenmaal moet beklimmen, hoog is. Zolang de fundamenten sterk blijven – sterke winsten, technologische vooruitgang en een stabiele economie – lijken de huidige waarderingen meer gerechtvaardigd dan menig pessimist wil toegeven.

 

De boodschap? Waardering is zelden een goede reden om afscheid te nemen van sterke bedrijven in een groeiende economie. Correcties zijn onvermijdelijk, maar hun timing onvoorspelbaar.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

 

Disclaimer

 

Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief 

Voor tussentijdse updates, volg Auréus op Linkedin

 

 

Gerelateerde artikelen

Nog even en we worden allemaal Frans

Frankrijk zit door zijn staatsschuld klem in een vicieuze cirkel; de rest van de eurozone betaalt de rekening.

Meer lezen

Een verrassende eerste ronde

Brazilië draait na Argentinië naar rechts. Wat betekent de verkiezingsuitslag voor Zuid-Amerika en voor beleggen in Brazilië?

Meer lezen

De winst doet het werk

Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.