De waarde van werk

17 mei 2026

De angst dat kunstmatige intelligentie massaal banen zal vernietigen, is wijdverbreid. Toch wijzen steeds meer aanwijzingen in een andere richting. De economische theorie, historische ervaring én recente arbeidsmarktcijfers schetsen een genuanceerder beeld: AI maakt menselijke arbeid niet overbodig, maar juist productiever en daarmee waardevoller.

Rekenkracht als beperkende factor

Een veelgehoord argument is dat AI-modellen zo krachtig worden dat ze menselijke werknemers volledig kunnen vervangen. Wat daarbij over het hoofd wordt gezien, is hoeveel rekenkracht dat vergt. Naarmate taken complexer worden, stijgt het benodigde computergebruik niet evenredig, maar veel sneller. Autonome AI-systemen die zelfstandig complexe opdrachten uitvoeren, moeten voortdurend enorme hoeveelheden eerdere stappen verwerken, tools aanroepen en beslissingen herzien. Dat maakt het buitengewoon duur om AI in te zetten als volledige vervanger van een werknemer.

 

Die kostenrealiteit dringt inmiddels ook door bij bedrijven. De technisch directeur van Uber verklaarde onlangs dat zijn AI-budget al ver voor het einde van het jaar was uitgeput. Dat soort ervaringen suggereert dat de werkelijke kosten van AI-implementatie een veelvoud kunnen zijn van wat bedrijven aanvankelijk inschatten. De relevante vraag is daarom niet alleen of modellen beter worden, maar of de kosten van AI snel genoeg dalen ten opzichte van de kosten van arbeid om grootschalige vervanging rendabel te maken.

Efficiëntie leidt tot méér gebruik

In de negentiende eeuw verbeterde de efficiëntie van de stoommachine aanzienlijk, waardoor minder kolen per eenheid arbeid nodig waren. Het gevolg was echter niet dat het totale kolenverbruik daalde, maar juist dat het steeg. Doordat stoomkracht goedkoper werd, ontstonden er zoveel nieuwe toepassingen dat de totale vraag explosief groeide. Dit principe staat bekend als het Jevons-effect.

 

Voor de arbeidsmarkt geldt een vergelijkbaar mechanisme. Als AI de effectieve kosten van arbeid verlaagt doordat werknemers productiever worden, kunnen bedrijven meer bereiken binnen hetzelfde budget. Dat maakt het aantrekkelijker om méér mensen aan te nemen, niet minder. Een softwareontwikkelaar die dankzij AI het werk doet dat voorheen twee collega’s vergde, wordt niet overbodig. Integendeel: bedrijven die eerder geen budget hadden voor zulke specialisten, kunnen nu wél ontwikkelaars inhuren, omdat het rendement per medewerker hoger ligt. Lagere arbeidskosten per eenheid product zorgen voor meer vraag.

Meer vacatures, niet minder

Wie naar de actuele arbeidsmarktdata kijkt, ziet dit patroon bevestigd. Vacatures voor softwareontwikkelaars, het beroep dat het meest direct wordt geraakt door AI, zijn sinds mei vorig jaar met achttien procent gestegen. Maar het gaat verder dan technische functies. In klantenservice en bankwezen liggen de vacatures negen procent hoger dan een jaar geleden, in de accountancy zelfs achttien procent. Dit terwijl het totale aantal vacatures in de economie met vier procent is gedaald. De sectoren die het meest aan AI worden blootgesteld, groeien dus juist het hardst.

 

Daar komt bij dat de bouw van datacenters enorm arbeidsintensief is, wat op zichzelf al duizenden banen oplevert. Onderzoek wijst bovendien op een positief verband tussen AI-blootstelling en het oprichten van nieuwe bedrijven. AI verlaagt de drempels voor ondernemerschap door productiekosten te drukken, waardoor activiteiten die voorheen niet rendabel waren dat nu wel worden. Schattingen van LinkedIn suggereren dat AI in de Verenigde Staten al zo’n 640.000 banen heeft gecreëerd.

Wat zeggen bestuurders zelf?

Een analyse van bijna tienduizend kwartaalverslagen van S&P 500-bedrijven bevestigt dit beeld. Het aandeel bedrijven dat AI bespreekt tijdens beleggerspresentaties is gestegen van twintig naar vierenzestig procent. Opvallend is hoe bestuurders de relatie tussen AI en werkgelegenheid omschrijven. Drieënveertig procent presenteert AI als aanvulling op bestaande medewerkers, eenenvijftig procent als neutraal en slechts vijf procent als vervanging van arbeid. Bedrijven investeren in AI om hun medewerkers productiever te maken, niet om ze te ontslaan.

Technologische vooruitgang

De afgelopen honderdvijfentwintig jaar heeft de wereldeconomie elektriciteit, massaproductie, industriële robotisering, de personal computer, het internet en de smartphone geabsorbeerd. Geen van deze innovaties heeft menselijke arbeid overbodig gemaakt. Integendeel: het reële inkomen per hoofd van de bevolking in de Verenigde Staten is gedurende die hele periode met gemiddeld circa twee procent per jaar blijven groeien, ongeacht welke technologie dominant was.

 

Een analyse van de Amerikaanse arbeidsmarkt over de afgelopen vijftig jaar laat zien dat sectoren die een technologische schok ondergingen, gemiddeld een stijging van hun aandeel in de totale werkgelegenheid lieten zien. Ook de relatieve lonen in die sectoren stegen, wat logisch is: technologie verhoogt de marginale productiviteit van arbeid, en op langere termijn is dat de belangrijkste bepalende factor voor lonen.

Waar liggen de risico’s?

Dit betekent niet dat er geen risico’s zijn. De belangrijkste uitdaging is het tijdsverschil tussen investering en rendement. De investeringen in AI-infrastructuur zijn enorm en worden nu gedaan, terwijl de productiviteitswinsten zich pas over jaren en decennia volledig materialiseren. Dat creëert een kwetsbare periode waarin bedrijven veel kapitaal vastleggen zonder direct evenredig rendement te zien.

 

Daarnaast zullen bepaalde functies wél veranderen. Administratieve en ondersteunende taken zijn het meest vatbaar voor gedeeltelijke automatisering. Maar zelfs in die categorieën framen meer bedrijven AI als aanvulling dan als vervanging. De transitie vraagt om aanpassing en bijscholing, maar niet om de massale werkloosheid die sommige commentatoren voorspellen.

Een groeiende taart

De kern van het verhaal is dat technologische vooruitgang geen zero-sum-game is. Het gaat niet om een taart waarvan AI een groter stuk opeist ten koste van arbeid. Het gaat om een groeiende taart, waarin nieuwe technologieën de productieve grenzen verleggen en de economie als geheel groter maken. AI is een technologie met hoge potentie maar ook hoge marginale kosten, waarvan de efficiëntiewinsten de vraag naar intelligentie sneller vergroten dan ze de kosten van het aanbod ervan drukken. Het eerste gevolg is daarom niet verdringing van arbeid, maar een bredere toename van de vraag naar rekenkracht, energie, infrastructuur en de vele vormen van complementaire menselijke arbeid.

 

Voor beleggers betekent dit dat het AI-verhaal niet primair draait om welke banen verdwijnen, maar om welke nieuwe economische activiteit ontstaat. En die activiteit is, historisch gezien, altijd groter geweest dan wat eraan voorafging.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

 

Disclaimer

Abonneer op deze nieuwsbrief via

www.aureus.eu/nieuwsbrief

 

 

Gerelateerde artikelen

Nog even en we worden allemaal Frans

Frankrijk zit door zijn staatsschuld klem in een vicieuze cirkel; de rest van de eurozone betaalt de rekening.

Meer lezen

Een verrassende eerste ronde

Brazilië draait na Argentinië naar rechts. Wat betekent de verkiezingsuitslag voor Zuid-Amerika en voor beleggen in Brazilië?

Meer lezen

De winst doet het werk

Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.