Zes principes
De principes zijn op zich helder geformuleerd. Principe één stelt dat je ESG-issues moet integreren in je investeringsanalyse. Principe twee zegt dat je als actieve eigenaar ESG-thema’s moet agenderen. En zo verder tot principe zes, waarbij je transparant moet rapporteren over je activiteiten. Het klinkt allemaal redelijk logisch – totdat je beseft wat dit in de praktijk betekent. Want ineens ben je als pensioenfondsbestuurder niet alleen verantwoordelijk voor het rendement van de pensioendeelnemers, maar ook voor de vraag of het bedrijf waarin je belegt wel genoeg vrouwen in de raad van commissarissen heeft, of de CO2-uitstoot wel verantwoord is, en of de leveranciers in Bangladesh hun werknemers wel netjes behandelen.
Het ondertekenen van de UN PRI is nog het gemakkelijkste deel. Het is als het aanmelden voor een marathon: even je naam zetten, en klaar ben je. De werkelijke uitdaging begint pas daarna. Of in dit geval: als je moet gaan uitleggen waarom je nog steeds belegt in dat oliebedrijf dat al twintig jaar belooft om groener te worden.
Want laten we eerlijk zijn: verantwoord beleggen is complex. Het is niet zo simpel als “fossiele brandstoffen = slecht, zonnepanelen = goed”. De werkelijkheid is een grijze brij van afwegingen, trade-offs en onbedoelde consequenties. Sommige ‘groene’ investeringen zijn afhankelijk van zeldzame aardmetalen die onder erbarmelijke omstandigheden worden gewonnen? Of dat het uitsluiten van bepaalde sectoren kan leiden tot hogere kosten voor pensioenfondsen, en daarmee lagere pensioenen voor iedereen?
De praktijk van alle dag
De werkelijke uitdaging zit hem in de praktische vertaling van die mooie principes naar het dagelijks beleggingsproces. Hoe weeg je bijvoorbeeld klimaatrisico’s mee bij het beoordelen van een bedrijf? En hoe zorg je ervoor dat je ESG-integratie niet gewoon een extra laagje bureaucratie wordt, maar echt tot betere investeringsbeslissingen leidt?
Sommige partijen lossen dit op door externe ESG-scores te kopen – alsof je je geweten kunt uitbesteden aan een algoritme. Anderen gaan de andere kant op en bouwen interne teams van ESG-analisten op die groter zijn dan de hele investeringsafdeling. Een van de interessantste verplichtingen uit de UN PRI is ‘active ownership’ – het idee dat je als aandeelhouder invloed uitoefent op bedrijven om ze te bewegen tot beter gedrag. Dit betekent in de praktijk veel vergaderen, veel brieven schrijven, en veel hopen dat CEO’s naar je luisteren. Soms werkt het. Bedrijven die onder druk staan van grote institutionele beleggers veranderen inderdaad hun beleid.
De toekomst: meer van hetzelfde?
De UN PRI dwingen organisaties om na te denken over hun rol en verantwoordelijkheid. En dat is misschien wel het belangrijkste: niet de perfecte ESG-score, maar het besef dat beleggen niet in een vacuüm gebeurt.
De uitdaging voor de komende jaren is om verder te gaan dan compliance en echt betekenisvolle impact te realiseren. Dat betekent minder tijd besteden aan rapportages over wat je van plan bent te gaan doen, en meer tijd aan het daadwerkelijk doen ervan.
Want uiteindelijk gaat het niet om hoeveel principes je hebt ondertekend, maar om hoeveel verschil je hebt gemaakt. En dat kun je niet uitdrukken in een ESG-score – hoe graag we dat soms ook zouden willen.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief
Voor tussentijdse updates, volg Auréus op Linkedin