Terwijl de wereld gefixeerd is op AI-chips en grote taalmodellen, is het de fysieke infrastructuur: de kabels, transformatoren, schakelkasten en slimme netten die bepalen of al die digitale ambities werkelijkheid kunnen worden. Zonder een fundamentele opwaardering van het elektriciteitsnet blijft de energietransitie steken in goede voornemens en zullen datacenters niet de stroom krijgen die ze nodig hebben. We staan aan het begin van een supercyclus in investeringen in elektriciteitsinfrastructuur. De drijvende krachten zijn structureel, de bedragen zijn astronomisch, en de beleggingskansen reiken verder dan de voor de hand liggende namen.
Het einde van stilstaande vraag
Decennialang was de elektriciteitsvraag in de ontwikkelde wereld min of meer stabiel. In de Verenigde Staten groeide de vraag tussen 2000 en 2024 met slechts 0,8 procent per jaar. Die tijd is voorbij. De Amerikaanse elektriciteitsvraag zal naar verwachting met 2,2 procent per jaar groeien tot 2050, bijna drie keer het tempo van de afgelopen kwart eeuw. In Europa ligt de vraag weliswaar nog circa drie procent onder het vijfjaarsgemiddelde, maar de regionale verschillen zijn groot: Spanje en Frankrijk laten groei zien, terwijl Duitsland en het Verenigd Koninkrijk achterblijven.
Datacenters vormen de meest spectaculaire component: zij zijn naar verwachting verantwoordelijk driekwart van de groei in de elektriciteitsvraag tot 2030. De Europese vraag vanuit datacenters groeit van 10 gigawatt in 2023 naar naar schatting 35 gigawatt in 2030, een samengestelde jaarlijkse groei van zo’n twintig procent. Datacenters verbruiken op dit moment ongeveer vier procent van de Amerikaanse elektriciteit; dat aandeel zal naar verwachting verdubbelen rond 2030 en verviervoudigen in het decennium daarna.
Maar het verhaal gaat verder dan datacenters alleen. De elektrificatie van transport, verwarming en industrie drijft de vraag eveneens op. In landen als Spanje verkopen elektrische auto’s in hoog tempo, maar het laagspanningsnet is daar niet op gebouwd. De herindustrialisering van Europa en de Verenigde Staten, aangejaagd door geopolitieke overwegingen (deglobalisering) en subsidies, voegt nog een vraagcomponent aan toe.
Verouderde netten, nieuwe eisen
Het probleem is niet alleen dat de vraag stijgt, maar dat de bestaande infrastructuur tekortschiet. Meer dan veertig procent van de Europese distributienetten is ouder dan veertig jaar. Deze netten zijn destijds ontworpen voor eenrichtingsverkeer: stroom stroomt van grote centrales naar consumenten. De hedendaagse werkelijkheid vereist bidirectioneel verkeer: zonnepanelen op daken voeden terug, windparken op zee moeten worden aangesloten, en batterijsystemen laden en ontladen op wisselende momenten. De oorspronkelijke architecten van deze netten hadden dit nooit kunnen voorzien.
De gevolgen van dit tekort zijn al voelbaar. Congestie op het Europese elektriciteitsnet is de afgelopen vijf jaar verdubbeld. In de Verenigde Staten zijn de kosten van netcongestie gestegen van ruim zes miljard dollar in 2019 naar bijna 21 miljard dollar in 2022. Wereldwijd wacht naar schatting 1.500 gigawatt aan hernieuwbare-energieprojecten op aansluiting op het net.
Investeringen van ongekende omvang
De Europese Commissie schat dat er 584 miljard euro aan investeringen in het elektriciteitsnet nodig is vóór eind 2030, waarvan circa 400 miljard euro voor distributienetten en 170 miljard euro specifiek voor digitalisering. Op langere termijn, tot 2040, spreekt de Europese netbeheerderorganisatie ENTSO-E over investeringen van meer dan 1.200 miljard euro in transmissie- en distributienetten, een versnelling van zestig tot honderd procent ten opzichte van het afgelopen decennium. Begin dit jaar trad het Europese Grids Package in werking, dat de vergunningsprocedures versnelt en vlaggenschipprojecten zoals het Bornholm Energy Island tussen Denemarken en Duitsland faciliteert.
In de Verenigde Staten is het beeld vergelijkbaar. De Amerikaanse elektriciteitssector heeft naar schatting meer dan 1.400 miljard dollar aan kapitaalinvesteringen nodig tot 2030. Wereldwijd wordt jaarlijks circa 400 miljard dollar geïnvesteerd in netten, maar dat bedrag moet volgens het Internationaal Energieagentschap richting pariteit met de uitgaven aan opwekkingscapaciteit, die inmiddels op 1.000 miljard dollar per jaar liggen.
Deze investeringsgolf wordt gedreven door de convergentie van drie megatrends: digitalisering (datacenters, AI), energiezekerheid (onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, concurrentievermogen) en decarbonisatie (hernieuwbare energie, elektrificatie). Die combinatie maakt dit tot een meerjarig thema, geen cyclisch fenomeen dat met de volgende conjunctuuromslag weer verdwijnt.
Waar liggen de beleggingskansen?
De beleggingsmogelijkheden in elektriciteitsinfrastructuur laten zich ordenen langs de gehele waardeketen, van componentfabrikanten tot netbeheerders en van kabelfabrikanten tot digitale-platformbedrijven.
De meest directe profiteurs zijn de producenten van elektrische componenten en power-managementsystemen. Een bedrijf als Schneider Electric dat in 2025 een organische omzetgroei van bijna negen procent rapporteerde en voor de periode 2026 tot 2030 een jaarlijkse organische groei van zeven tot tien procent verwacht, is het schoolvoorbeeld van een onderneming die profiteert van zowel de elektrificatie als de digitalisering van netten. Het bedrijf lanceerde onlangs zijn One Digital Grid Platform, een AI-gestuurd softwareplatform voor netmodernisering, en investeert meer dan 700 miljoen dollar in uitbreiding van zijn Amerikaanse productiecapaciteit.
Kabelfabrikanten vormen een tweede cruciale schakel. Het Internationaal Energieagentschap signaleert dat de levertijden voor kabels en grote vermogenstransformatoren sinds 2021 bijna zijn verdubbeld – een teken van structurele ondercapaciteit. Prysmian, ’s werelds grootste kabelfabrikant, heeft een investeringsprogramma van twee miljard dollar aangekondigd voor capaciteitsuitbreiding tot en met 2027, inclusief een verdubbeling van de productie van hoogspannings-onderzeekabels. De winstgevendheid in de sector is aanzienlijk verbeterd, met het gemiddelde rendement op kapitaal op het hoogste niveau in jaren. Dit is een sector waar schaarste de prijsmacht versterkt – een zeldzame combinatie van groei en margediscipline.
Een derde categorie betreft de bedrijven die de digitalisering van het net mogelijk maken. Het gaat om slimme meters, grid-enhancing technologies, batterijopslagsystemen en software voor real-time monitoring en aansturing. Batterijopslag wordt in toenemende mate beschouwd als een essentiële infrastructuurcategorie, vooral in combinatie met hernieuwbare energie. In Europa en Noord-Amerika zien operators significante portfoliogroei om de betrouwbaarheid van de stroomvoorziening te verbeteren naast de stijgende penetratie van wind- en zonne-energie.
Tenslotte verdienen de gereguleerde nutsbedrijven en netbeheerders aandacht. In een omgeving van stijgende investeringsbehoeften profiteren zij van groeiende reguated asset bases en voorspelbare rendementen. De fusie- en overnameactiviteit in de Amerikaanse nutssector bereikte in de eerste negen maanden van 2025 meer dan 109 miljard dollar – aangedreven door strategische herpositionering richting gereguleerde netwerken, vaste opwekkingscapaciteit en schone infrastructuur.
De nucleaire dimensie
Een aanvullend thema dat de infrastructuurcyclus versterkt is de hernieuwde belangstelling voor kernenergie. Overheden integreren kernenergie steeds nadrukkelijker in hun economische en industriële strategieën. De opkomst van hybride publiek-private investeringsstructuren creëert voor het eerst in decennia weer aantrekkelijke instapkansen voor private investeerders in nucleaire projecten. In het Verenigd Koninkrijk leidde de publiek-private kapitaalronde voor Sizewell C tot een toewijzing van 38 miljard pond, terwijl de Amerikaanse overheid 80 miljard dollar committeerde aan een samenwerkingsverband voor de ontwikkeling van tien reactoren. Daarnaast winnen small modular reactors wereldwijd aan momentum, wat de vraag naar netwerkinfrastructuur verder aanjaagt.
Het tijdperk van elektriciteit
Tien jaar geleden lagen de investeringen in fossiele brandstofproductie nog dertig procent hoger dan die in elektriciteitsopwekking, netten en opslag samen. Vandaag is die verhouding omgekeerd. De investeringen in de elektriciteitssector bereikten naar schatting 1.500 miljard dollar in 2025, vijftig procent meer dan het totale bedrag dat aan de productie van olie, gas en steenkool wordt besteed. We zijn het tijdperk van elektriciteit binnengegaan, en dat tijdperk vereist een fysieke infrastructuur die daarvoor geschikt is.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via
www.aureus.eu/nieuwsbrief