De schorpioen en de kameel

08 maart 2026

De schorpioen en de kameel

De fabel van de schorpioen en de kikker, vermoedelijk van Russische of Perzische oorsprong werd in de twintigste eeuw bekend door Orson Welles’ film Mr. Arkadin. Dankzij Henry Kissinger kreeg dit verhaal een geopolitieke lading dat vandaag weer actueel is.

 

Kissinger, geboren in Duitsland en in 1938 als Joods vluchteling naar Amerika geëmigreerd, was de belichaming van Realpolitik: de koude, berekenende kijk op internationale betrekkingen waarin moraal ondergeschikt is aan machtsevenwicht. Als National Security Advisor en later Secretary of State onder Nixon coördineerde hij de détente met de Sovjet-Unie, opende de deur naar China, onderhandelde de Parijse Vredesakkoorden die de Amerikaanse betrokkenheid bij Vietnam beëindigden, en bedreef zijn befaamde pendeldiplomatie in het Midden-Oosten om de Jom Kipoeroorlog te beëindigen. Voor dat laatste ontving hij in 1973 de Nobelprijs voor de Vrede. Hij werd honderd jaar oud, een mythische leeftijd voor een man die de geopolitiek van de twintigste eeuw mede vormgaf.

 

Kissinger gebruikte een aangepaste versie van die oude fabel, met een kameel in plaats van een kikker, om het wezen van de Midden-Oosterse politiek samen te vatten. In zijn versie vraagt een schorpioen een kameel om hem op zijn rug het Suezkanaal over te dragen. De kameel aarzelt: “Als we halverwege zijn, steek je me.” De schorpioen antwoordt dat dat irrationeel zou zijn, dan verdrinken ze immers allebei. De kameel vindt dit redelijk en laat de schorpioen opstijgen. Halverwege steekt de schorpioen toe. Met zijn laatste adem vraagt de kameel: “Waarom?” Het antwoord: “Je vergeet dat dit het Midden-Oosten is.”

 

Vergeleken met de huidige generatie politici (polariserend, afhankelijk van sociale media en daardoor impulsief, geënt op tweets en soundbites)  lijkt Kissinger achteraf een wijze uit een voorbije wereld. Zijn analyses mochten dan cynisch zijn, ze waren in ieder geval doordacht. En zijn verhaal over de schorpioen en de kameel is na de gebeurtenissen van de afgelopen tien dagen actueler dan ooit.

De schorpioen heeft gestoken

Op 28 februari 2026 begonnen de Verenigde Staten en Israël gezamenlijke luchtaanvallen op Iran. De Iraanse Opperste Leider Ayatollah Ali Khamenei werd gedood, samen met tientallen topfunctionarissen. De Iraanse marine en luchtmacht zijn effectief uitgeschakeld. Iran reageerde met honderden raketten en drones, gericht op Israël, Amerikaanse bases in de Golfregio en zelfs buurlanden als Koeweit, Bahrein en Qatar. Hezbollah opende opnieuw een front vanuit Libanon. Een Iraans oorlogsschip werd door een Amerikaanse onderzeeër tot zinken gebracht bij Sri Lanka. Koerdische strijdgroepen lanceerden een grondoffensief in noordwest-Iran.

De Straat van Hormuz: het oog van de storm

Voor financiële markten is niet de oorlog zelf het grootste probleem, het is de Straat van Hormuz. Iran’s Revolutionaire Garde verklaarde de straat “gesloten” en dreigde elk schip dat het waagde door te varen in brand te zetten. Verzekeraars trokken zich terug, rederijen als Maersk en Hapag-Lloyd schortten alle transporten op, en meer dan 150 schepen ankeren nu werkeloos rond de ingang van de Perzische Golf. Iran hoefde de straat niet eens met een vloot te blokkeren: een handvol goedkope drones was voldoende om de commerciële scheepvaart tot stilstand te brengen. De olieprijs, die vlak voor het conflict rond de 67 dollar per vat WTI noteerde, schoot omhoog tot 92,50 dollar afgelopen vrijdag. Europese gasprijzen verdubbelden bijna binnen 48 uur.

Opmerkelijk evenwicht financiële markten

Wat opvalt, is de relatief gematigde reactie van aandelenmarkten. De Dow Jones verloor op de heftigste dag zo’n 1.200 punten bij de opening, maar herstelde naar een verlies van slechts 400 punten bij sluiting. De S&P 500 en de Nasdaq bleven opvallend veerkrachtig. Goldman Sachs-CEO David Solomon noemde de marktreactie “verrassend mild, gezien de omvang van het conflict.” De wereld aandelenindex staat in euro zo’n 2 procent onder het all-time-high van januari, dankzij een sterker wordende dollar. Markten zijn niet bang voor slechte uitkomsten, maar wel voor onzekerheid. Zolang Wall Street gelooft dat het conflict relatief kort zal duren en beheersbaar blijft, prijst het de risicopremie in en gaat door.

Dit is niet 1973

De vergelijking met het Arabische olie-embargo van 1973 dringt zich op — en is begrijpelijk. Toen verloor de S&P 500 ruim 34 procent in een jaar en werd de westerse wereld in een diepe recessie gestort. Maar wie de huidige situatie naast 1973 legt, ziet eerder de verschillen dan de overeenkomsten:

  1. Ten eerste is de olie-intensiteit van het wereldwijde BBP met meer dan 35 procent gedaald ten opzichte van de jaren zeventig. De energiemix is fundamenteel veranderd: hernieuwbare bronnen, kernenergie en LNG bieden een diversiteit die destijds ondenkbaar was. Een olieschok raakt de wereldeconomie nog steeds, maar niet meer met de vernietigende kracht van een halve eeuw geleden.
  2. Daarnaast is de geopolitieke constellatie compleet anders. In 1973 voerden de Arabische OPEC-landen een gerichte boycot tegen het Westen, met name de VS en Nederland. Iran stond destijds, onder de Sjah, juist aan westerse kant en bleef olie leveren. Nu is Iran zelf de spil van het conflict, maar staat het geïsoleerd onder zware internationale sancties. De Arabische Golfstaten zijn geen medestanders van Teheran. Integendeel, Saudi-Arabië exploreert al alternatieve exportroutes via Yanbu aan de Rode Zee.
  3. Ten derde is de spreiding van olieproductie onvergelijkbaar. De VS is dankzij de schalierevolutie inmiddels ’s werelds grootste olieproducent. Canada, Brazilië, Guyana en Noorwegen bieden aanvullende capaciteit die in 1973 simpelweg niet bestond. Bovendien hebben westerse landen na het trauma van 1973 strategische oliereserves opgebouwd die specifiek bedoeld zijn om tijdelijke leveringsonderbrekingen op te vangen.
  4. Tot slot gaat bijna 90 procent van de huidige Iraanse olie-export naar China. Een verstoring veroorzaakt niet direct een fysiek tekort in Europa of de VS, maar wel een wereldwijde prijsstijging. China beschikt op zijn beurt over reserves van meer dan een miljard vaten, een buffer die de acute pijn aanzienlijk verzacht.

De kameel ziet de overkant

De financiële markten bevinden zich op dit moment in de positie van de kameel: ze weten dat de schorpioen gevaarlijk is, maar ze gokken op logica. En dit keer hebben ze daar goede redenen voor. De geopolitieke spanningen kunnen nu eigenlijk alleen maar deëscaleren. Iran’s militaire capaciteit is grotendeels vernietigd, de leiding is onthoofd, en president Pezeshkian heeft zich dit weekend publiekelijk verontschuldigd bij buurlanden en toenadering gezocht. De New York Times meldde dat Iraanse functionarissen contact hebben gezocht om voorwaarden voor beëindiging van het conflict te bespreken.

 

De historische data bieden perspectief. In de 40 grote geopolitieke schokken over de afgelopen 85 jaar verloor de S&P 500 slechts 0,9 procent in de eerste maand, maar steeg 3,4 procent over de zes maanden erna. Tijdens beide Golfoorlogen boekten markten zelfs dubbelcijferige winsten in de drie tot zes maanden na het begin van de vijandelijkheden. De sleutel blijft de olieprijs. Blijft de olie rond de 90 dollar en heropent de Straat van Hormuz geleidelijk, dan is de schade beheersbaar en biedt de correctie kansen. Goldman Sachs verwacht dat de olieprijs bij een herstel van scheepvaart binnen vijf dagen terugzakt naar de bandbreedte van 70 tot 80 dollar. Het scenario van olie boven de 100 dollar, bij een wekenlange sluiting van Hormuz,  is mogelijk, maar niet waarschijnlijk nu Iran’s militaire druk op de straat snel afneemt.

 

De beste strategie in deze fase is om niet in paniek te verkopen. Op middellange termijn biedt de situatie zelfs structurele kansen: lagere olieprijzen na het conflict door een gewijzigd geopolitiek landschap en versnelde investeringen in energietransitie en ‑onafhankelijkheid. Kissinger zou het herkennen. De kameel haalt de overkant, niet omdat de aard van de schorpioen is veranderd, maar omdat de wereld om hem heen dat wél is. De rivier is minder diep, de alternatieven zijn talrijker, en de kameel heeft leren zwemmen. Wat telt voor beleggers is niet het vermijden van elke schok, maar het vermogen om de overkant te blijven zien.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

 

Disclaimer

 

Abonneer op deze nieuwsbrief via

www.aureus.eu/nieuwsbrief

Gerelateerde artikelen

Stijgende rente is een teken van kracht

De stijgende rente zorgt voor onrust, maar vertelt een verhaal van kracht: van groei, winst en eerlijk rendement.

Meer lezen

Deglobalisering of reglobalisering? 

Deglobalisering lijkt onvermijdelijk, maar de cijfers vertellen een ander verhaal: de wereldhandel verandert van vorm, niet van richting.

Meer lezen

Demografie

Demografie en beleggen hangen samen: er worden steeds minder kinderen geboren, en dat verandert groei, rente en rendement.

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.