De robotrace

17 mei 2026

De wedloop om kunstmatige intelligentie wordt doorgaans beschreven als een strijd om rekenkracht en slimme algoritmen. Dat klopt voor de digitale kant van AI, waar chatbots en taalmodellen draaien op steeds krachtigere chips. Maar er is een tweede front ontstaan dat minstens zo belangrijk is: de fysieke belichaming van AI in robots. En op dat front tekent zich een verrassende machtsverschuiving af. De Verenigde Staten leiden in het ontwikkelen van het robotbrein, maar China domineert steeds nadrukkelijker het robotlichaam.

Twee verschillende wedstrijden

Bij digitale AI is rekenkracht de bepalende factor. Wie de krachtigste chips en de grootste datacenters heeft, kan de beste modellen trainen. De Verenigde Staten hebben daar een duidelijke voorsprong, dankzij bedrijven als Nvidia. Bij fysieke AI liggen de verhoudingen anders. Robots leren niet primair van bestaande datasets, maar van interactie met de echte wereld. Denk bijvoorbeeld aan autonoom rijdende auto’s, waar het gaat om het aantal gereden kilometers. Die data bij bijvoorbeeld humanoide robots kunnen alleen worden verzameld door robots daadwerkelijk in te zetten.

 

De bepalende factor is daarom niet de omvang van een chipcluster, maar de omvang van de robotvloot. Schaal in productie en inzet wordt daarmee de beslissende factor, en dat is precies waar China uitblinkt. De eerste fase van de AI-hausse beloonde vooral chipgiganten en softwareontwikkelaars die aan grote taalmodellen werkten. Nu de algoritmen volwassen zijn, verschuift de technologische bottleneck naar de mechanische uitvoering van die intelligentie: robots die daadwerkelijk in de fysieke wereld kunnen opereren.

China’s zelfversterkende voorsprong

China installeert momenteel bijna negen keer zoveel industriële robots als de Verenigde Staten: ruim 295.000 eenheden tegenover circa 34.000. China loopt nu al voorop in autonoom rijdende auto’s, die door 85% van de bevolking wordt geaccepteerd tegen slechts 39% in de VS. Die voorsprong creëert een zelfversterkend effect. Meer robots in het veld genereren meer trainingsdata. Betere data leiden tot betere modellen. Betere modellen maken bredere en geavanceerdere inzet mogelijk, wat weer meer data oplevert.

 

In China staan de fabrieken van de wereld. Het Chinese roboticabedrijf UniX AI betrekt ongeveer tachtig procent van zijn onderdelen binnen een uur rijden van Shenzhen. UBTECH werkt met meer dan zevenhonderd toeleveranciers, waarvan het overgrote deel in de provincie Guangdong is gevestigd, tegenover slechts vier leveranciers in de Verenigde Staten. Dit is dezelfde industriële cluster die al dominant is in bijvoorbeeld elektrische auto’s, batterijen, drones en consumentenelektronica.

 

De gevolgen voor de kostprijs zijn spectaculair. De productiekosten van humanoïde robots zijn in China over de afgelopen tien jaar met ruwweg een factor dertig gedaald. Unitree, een van de voorlopers, zag de gemiddelde verkoopprijs van zijn humanoïde robots dalen van omgerekend circa 75.000 euro naar minder dan 22.000 euro, terwijl de brutomarges van het bedrijf boven de zestig procent bleven. Chinese fabrikanten realiseren op standaardonderdelen als chassis en eenvoudige aandrijvingen kostenvoordelen van veertig tot zestig procent ten opzichte van westerse concurrenten.

Demografie als brandstof

De agressieve herwaardering van Aziatische roboticabedrijven is niet alleen gedreven door speculatieve technologiehype. Er is ook een demografische urgentie. De industriële grootmachten van Oost-Azië kampen met een steeds groter tekort aan arbeidskrachten. De Japanse beroepsbevolking krimpt al jaren, waardoor bedrijven menselijke werknemers op assemblagelijnen noodgedwongen vervangen door geautomatiseerde systemen om zelfs maar de productie op peil te houden. Zuid-Korea heeft momenteel het laagste vruchtbaarheidscijfer ter wereld, waardoor industriële automatisering voor de exportgerichte economie geen luxe meer is maar noodzaak.

 

Zelfs China, historisch gezien het land van een onuitputtelijk aanbod van goedkope arbeidskrachten, vergrijst in hoog tempo en subsidieert binnenlandse roboticafabrikanten om de krimpende beroepsbevolking te compenseren. Door geavanceerde kunstmatige intelligentie te combineren met de nieuwste generatie robotplatforms proberen deze landen zich uit de demografische krimp te innoveren.

Amerika’s antwoord: synthetische data

De Verenigde Staten proberen hun rekenvoorsprong in te zetten om de datakloof te dichten via synthetische data, trainingsmateriaal dat wordt gegenereerd door simulaties in plaats van door fysieke inzet. Nvidia ontwikkelt met zijn Cosmos-modellen en het Isaac-simulatieplatform gereedschappen waarmee robotsystemen kunnen leren in virtuele omgevingen. ABB integreert deze technologie in zijn RobotStudio-platform, met simulaties die tot negenennegentig procent nauwkeurigheid claimen.

 

Het is de vraag of simulatie de fysieke ervaring volledig kan vervangen. De geschiedenis leert dat het beheersen van de productie uiteindelijk zwaarder weegt dan het pioniersvoordeel in innovatie. Zonne-energie werd uitgevonden in de Verenigde Staten en geïndustrialiseerd in Duitsland, maar China controleert nu circa tachtig procent van de mondiale productiecapaciteit. Lithium-ionbatterijen werden gecommercialiseerd door Sony, maar de markt wordt inmiddels gedomineerd door Chinese fabrikanten. Tesla was de pionier van de moderne elektrische auto, maar BYD heeft Tesla inmiddels overtroffen in aantallen verkochte voertuigen. Commerciële drones kwamen voort uit Amerikaanse defensie-innovatie, maar DJI Technology beheerst nu de wereldmarkt. Uitvinden is één ding, op schaal produceren iets heel anders.

 

Naar schatting komt tachtig tot negentig procent van de essentiële onderdelen en aandrijvingen voor geavanceerde robots wereldwijd uit China. Die afhankelijkheid strekt zich uit tot de grondstoffen: China controleert drieënnegentig procent van de wereldmarkt voor permanente magneten, onmisbaar voor robotaandrijvingen, en vrijwel de volledige verwerking van zware zeldzame aardmetalen die nodig zijn voor de krachtige motoren in robots.

 

Japanse bedrijven als Fanuc en Yaskawa hebben een aanzienlijk mondiaal marktaandeel, maar worden gedwongen om steeds dieper te integreren met Chinese productieketens om hun kostenconcurrentie te behouden. Chinese fabrikanten schuiven intussen snel op in de waardeketen. Koreaanse bedrijven zoeken hun heil in niches als samenwerkingsrobots en medische robotica, waar differentiatie via software en menselijke interactie mogelijk is.

Geen voordeel meer voor lagelonenlanden

Wat de huidige marktbeweging bijzonder maakt, is de fundamentele herwaardering van industriële capaciteiten in Azië. Japanse en Koreaanse fabrikanten van robotarmen, geautomatiseerde voertuigen en de complexe servomotoren die nodig zijn voor humanoïde robots worden hoger gewaardeerd. Decennialang verliep de gevestigde route naar economische ontwikkeling via de outsourcing van productie naar regio’s met de laagste arbeidskosten. Als Aziatische megafabrieken erin slagen om AI-gestuurde robots in te zetten die vierentwintig uur per dag opereren zonder loon, verdampt het traditionele voordeel van goedkope menselijke arbeid in de lagelonenlanden. Als de kosten van robotproductie onder die van menselijke arbeid in deze landen zakken, zal de investeringen in productiecapaciteit daar sterk teruglopen.

De volgende golf

Naarmate de onderliggende neurale netwerken geavanceerder worden, zullen robots doorgroeien van het uitvoeren van repetitieve taken aan de lopende band naar het verrichten van complexe, onvoorspelbare handelingen in ongestructureerde omgevingen als bouwplaatsen, verpleging, ouderenzorg, de schoonmaaksector, in de mijnbouw, bij afvalrecycling en in land- en tuinbouw.

 

Het ontwikkelen van de meest geavanceerde technologie garandeert niet dat je ook de economische waarde ervan zult oogsten. Productie op schaal, toeleveringsketens dichtbij en het vermogen om in snel tempo kleine verbeteringen door te voeren zijn in hardware gedreven industrie minstens zo bepalend als intellectuele voorsprong. China’s combinatie van demografische urgentie, industriebeleid van bovenaf, een technisch geschoold arbeidsaanbod dat vier keer zo groot is als dat van de VS en een hoge maatschappelijke acceptatie van technologie, maakt het land goed gepositioneerd om de fysieke AI-revolutie te leiden. De vraag is dus niet wie de slimste robot bouwt, maar wie er het meeste van kan produceren, inzetten en verbeteren. En op dit moment wijst het antwoord op die vraag steeds nadrukkelijker richting het Oosten.

 

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

 

Disclaimer

Abonneer op deze nieuwsbrief via

www.aureus.eu/nieuwsbrief

 

 

Gerelateerde artikelen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Stijgende rente is een teken van kracht

De stijgende rente zorgt voor onrust, maar vertelt een verhaal van kracht: van groei, winst en eerlijk rendement.

Meer lezen

Deglobalisering of reglobalisering? 

Deglobalisering lijkt onvermijdelijk, maar de cijfers vertellen een ander verhaal: de wereldhandel verandert van vorm, niet van richting.

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.