Er gaat geen dag voorbij zonder nieuws over kunstmatige intelligentie. Banken schrappen tienduizenden banen, techbedrijven boeken recordwinsten en onderzoekers maken steeds grotere claims over wat AI kan. Maar één vraag blijft onderbelicht: wie profiteert eigenlijk van deze technologie?
Anthropic deed onlangs een interessant onderzoek. Het bedrijf bekeek honderdduizend echte gesprekken die mensen met behulp van kunstmatige intelligentie voerden. De onderzoekers maten hoeveel tijd de AI bespaarde. De conclusie: taken die normaal anderhalf uur kosten, gaan met AI tachtig procent sneller. Voor de hele Amerikaanse economie zou dit betekenen dat de productiviteit met 1,8 procent per jaar kan groeien. Dat is twee keer zo snel als nu. De laatste keer dat de productiviteit zo snel groeide, was in de jaren negentig toen het internet opkwam en natuurlijk in de roaring twenties. Sindsdien is de groei steeds langzamer geworden. Als AI deze trend kan omkeren, heeft dat grote gevolgen voor zowel welvaart als lonen.
De winnaars: kennis als hefboom
In het onderzoek zie je een duidelijk patroon. De grootste tijdwinst zit bij taken die draaien om informatie verwerken en produceren. Lesmateriaal maken voor docenten? Negentig procent sneller. Facturen en memo’s opstellen? Zevenentachtig procent. Financiële rapporten analyseren? Tachtig procent. Een taak waarvoor iemand normaal viereneenhalf uur nodig heeft, is nu in elf minuten klaar. De gevolgen zijn enorm. Kenniswerkers zoals advocaten, consultants en softwareontwikkelaars kunnen veel meer werk doen zonder extra uren te maken. De cijfers per beroepsgroep bevestigen dit. Management- en juridische taken kosten gemiddeld twee uur en leveren de hoogste tijdwinst op. Omdat deze sectoren ook hoge uurlonen hebben, creëert AI hier de meeste economische waarde. Een gemiddelde managementtaak in het onderzoek is 133 dollar waard aan arbeidsloon. Softwareontwikkelaars springen er het meest uit. Zij zorgen voor negentien procent van de totale productiviteitswinst door AI. Dat is meer dan drie keer zoveel als de nummer twee.
Wat betekent dit voor Nederland?
Onze kennisintensieve sectoren, van de financiële dienstverlening in Amsterdam tot de hightech in Eindhoven, behoren tot de potentiële winnaars. De hoge opleidingsgraad en digitale geletterdheid van de beroepsbevolking maken snelle adoptie waarschijnlijk. Maar Nederland kent ook een omvangrijke zorgsector, waar fysieke aanwezigheid voorlopig onmisbaar blijft. De bouw kampt al met personeelstekorten die AI nog niet kan oplossen. De transportsector kan routes optimaliseren, maar chauffeurs nog niet vervangen.
Voor werkgevers ligt er een strategische uitdaging. De verleiding om AI primair te zien als kostenbesparingsmiddel is groot, maar de echte waarde ligt elders. Bedrijven die AI gebruiken om hun beste mensen productiever te maken, in plaats van mensen te vervangen, bouwen duurzamer concurrentievoordeel op. Vaardigheden die complementair zijn aan AI, zoals kritisch denken, creativiteit en relationeel vermogen, worden waardevoller. Maar ook technische geletterdheid is essentieel: wie niet leert samenwerken met AI, riskeert achter te blijven.
De verliezers: fysieke aanwezigheid als anker
Aan de andere kant staan beroepen waar AI weinig kan betekenen. Voedselbereiding, installatie, onderhoud en transport: taken die dertig tot vijftig minuten kosten en waar AI nauwelijks tijd bespaart. Deze beroepen hebben iets gemeen: ze vereisen fysieke aanwezigheid. Een AI kan helpen bij het plannen van een menu of het berekenen van een route, maar het koken, installeren of rijden moet nog steeds door mensen gebeuren.
Althans, voorlopig. Want de volgende fase van AI-ontwikkeling richt zich juist op deze fysieke taken. Bij transport wachten we op volledig zelfrijdende voertuigen. Chauffeur is wereldwijd het populairste beroep onder mannen. Als autonome vrachtwagens en taxi’s werkelijkheid worden, raakt dit miljoenen werknemers. In de horeca werken bedrijven aan robots die complete maaltijden kunnen bereiden. De eerste experimenten lopen al in fastfoodketens en grootkeukens. De vraag is niet óf deze technologieën komen, maar wanneer en hoe snel. De overgang van AI die informatie verwerkt naar AI die fysiek werk doet, markeert een nieuwe fase. Een fase waarin ook beroepen die nu veilig lijken, onder druk komen te staan.
Knelpunten ontstaan
Als AI sommige taken versnelt, worden andere taken juist knelpunten. Neem een advocaat. AI kan contracten doorzoeken, jurisprudentie analyseren en conceptbrieven schrijven. Maar de advocaat moet nog steeds de rechtszaal in, onderhandelen met de tegenpartij en de cliënt persoonlijk adviseren. Die uren in de rechtbank of aan de onderhandelingstafel worden niet korter. Het menselijke oordeelsvermogen en de overtuigingskracht blijven onvervangbaar.
De bankensector: een waarschuwing
De Europese bankensector laat zowel de kansen als de risico’s van AI zien. Morgan Stanley voorspelt dat tweehonderdduizend banen kunnen verdwijnen, tien procent van het totaal in Europa. ABN Amro kondigde al aan een vijfde van het personeel te ontslaan tegen 2028. Dit past in het productiviteitsverhaal. Banken hebben veel personeel met routinematige taken. Risicobeheer, regelgeving naleven, klantenservice: precies het werk waar AI goed in is.
Het probleem is de snelheid van verandering binnen de financiële sector. Fintechbedrijven kunnen diezelfde AI-voordelen vaak sneller benutten dan gevestigde banken. Terwijl traditionele banken worstelen met oude computersystemen, bouwen fintechs vanaf nul met AI als basis. Bovendien dwingt regelgeving banken om klantdata te delen met concurrenten. De data waarop AI gedijt, stroomt zo deels weg naar nieuwkomers. De kostenbesparingen leiden dus wel tot ontslagen, maar niet automatisch tot hogere winsten. De omzet kan tegelijkertijd wegvloeien naar snellere concurrenten.
Wat betekent dit?
Voor werkgevers ligt er een strategische keuze. De verleiding om AI vooral te zien als kostenbesparingsmiddel is groot. Maar de echte waarde ligt elders. Bedrijven die AI gebruiken om hun beste mensen productiever te maken, bouwen sterker concurrentievoordeel op dan bedrijven die alleen banen schrappen.Voor werknemers is de boodschap tweeledig. Vaardigheden die AI aanvullen, zoals kritisch denken en creativiteit, worden waardevoller. Maar ook technische kennis is essentieel: wie niet leert samenwerken met AI, riskeert achter te blijven. De productiviteitsbelofte van AI is echt, maar de verdeling van de voordelen ook. De technologie versterkt bestaande verschillen: wie kennis heeft, krijgt meer mogelijkheden; wie fysiek werk doet, blijft voorlopig achter, maar ziet autonome systemen naderen. Wie data bezit, wint; wie data moet delen, verliest terrein.
Han Dieperink, Chief Investment Officer