De laatste oliecrisis

05 mei 2026

oliecrisis

Beleggers zijn opnieuw gefixeerd op de oorlog met Iran en de hoge olieprijs. Toch zijn de voorwaarden voor een scherpe daling van de olieprijs al aanwezig. Dat zou goed nieuws zijn voor aandelen, obligaties en de brede economie. Terwijl de financiële wereld zich blindstaart op de stijgende olieprijs en de spanningen rond de Straat van Hormuz, maken aandelenmarkten zich al los van het olieverhaal. De geschiedenis leert dat elke grote piek in de olieprijs wordt gevolgd door een crash van meer dan de helft. Dat patroon tekent zich af sinds de jaren tachtig en het maakt niet uit of de daling wordt veroorzaakt door een recessie of door een olieoverschot. Na de Russische invasie van Oekraïne in 2022 gebeurde precies hetzelfde. De huidige situatie rond Iran zou daar geen uitzondering op hoeven te zijn. De kans is zelfs groot dat dit de laatste oliecrisis zal zijn.

De wereld heeft minder olie nodig

Aan de vraagzijde is er een structurele verschuiving gaande. De olie-intensiteit van de wereldeconomie is sinds 2000 dramatisch gedaald. Economieën in Europa, Azië en Noord-Amerika gebruiken steeds minder olie per eenheid bruto binnenlands product. De Russisch-Oekraïense oorlog versnelde de productie van alternatieve en schone energie. Als de huidige crisis rond Iran aanhoudt, zal dat proces alleen maar verder versnellen. Belangrijk daarbij is dat economieën die eenmaal zijn overgestapt op alternatieven, zelden terugkeren naar fossiele brandstoffen. Het medicijn tegen een hoge olieprijs is nog altijd een hoge olieprijs.

Aanbod herstelt sneller dan verwacht

Aan de aanbodzijde zal de productie en het transport van ruwe olie normaliseren zodra het conflict voorbij is. Het IEA schat dat het circa twee jaar duurt voordat de olieproductie in het Midden-Oosten terug is op het niveau van voor de oorlog, maar er zijn goede redenen om te denken dat dit aanzienlijk sneller kan. Saudi-Arabië heeft beschadigde pijpleidingen binnen twee weken hersteld. Tijdens de Eerste Golfoorlog werd de Iraakse olieproductie volledig vernietigd, waardoor meer dan drie miljoen vaten per dag voor meer dan vijf jaar van de markt verdwenen. Toch konden andere producenten de productie snel opvoeren en daalde de olieprijs fors na het einde van het conflict. Vernietiging van aanbod tijdens een oorlog is blijkbaar niet voldoende om een prijsdaling na afloop te voorkomen.

 

Het vertrek van de Emiraten uit OPEC legt ook scheuren binnen het kartel bloot. Van buitenaf bezien is de OPEC een merkwaardig kartel: leden beperken onder leiding van Saudi-Arabië hun eigen productie via een quotasysteem om de prijs op te drijven, en staan daarmee marktaandeel af aan niet-OPEC-producenten die vrijuit kunnen pompen. De Emiraten ziet twee structurele trends die het vertrek nu logisch maken. Het marktaandeel van de OPEC is in de loop der tijd gekrompen, waardoor het voordeel van productiebeperkingen steeds kleiner wordt. Tegelijkertijd gaat de energietransitie door, zij het trager dan gehoopt. Als vaten die nu in de grond blijven misschien nooit meer worden geproduceerd, is er een grotere prikkel om ze nu te winnen.

Die overwegingen gelden voor alle kartelleden en creëren de voorwaarden voor een prisoner’s dilemma: wie gelooft dat anderen zullen vertrekken, kan beter als eerste de stap zetten. Qatar, Ecuador en Angola gingen de Emiraten al voor, gefrustreerd door quota of veranderende nationale prioriteiten. Toch hebben de meeste overgebleven leden minder te winnen bij ongebreideld pompen, simpelweg omdat hun productiecapaciteit beperkt is. Venezuela bijvoorbeeld produceert dure olie en wil alles vermijden wat de macht van de OPEC verder ondermijnt. De cruciale vraag is hoe Riyad reageert op het vertrek van Abu Dhabi. Om het kartel bij elkaar te houden, zal Saudi-Arabië mogelijk zelf moeten inschikken en ruimte maken voor de productieverhoging van de Emiraten. Maar andere producenten moeten zich realiseren dat Saudi-Arabië beschikt over ongeëvenaarde oliereserves tegen potentieel de laagste productiekosten ter wereld. Bij een regelrechte prijzenoorlog zou het koninkrijk aanzienlijk meer pijn veroorzaken dan het zelf zou lijden. De totale onbenutte capaciteit van de belangrijkste producenten overstijgt vier miljoen vaten per dag, meer dan genoeg om een overschot te creëren en de prijs fors te laten dalen.

Politieke druk op de olieprijs

President Trump staat onder druk om het conflict te beëindigen en zich te richten op de binnenlandse economie. Die wens wordt op de proef gesteld nu Iran Amerikaanse oorlogsschepen heeft beschoten en de scheepvaart door de Straat van Hormuz gewelddadig heeft verstoord. De president schommelt al dagen tussen twee impulsen: Iran zwaar straffen voor het vasthouden aan het nucleaire programma, en een significante escalatie vermijden die de Verenigde Staten dieper het Midden-Oosten in kan trekken. Trump geeft de voorkeur aan een onderhandelde oplossing boven een nieuwe bombardementscampagne, maar de Iraanse provocaties dwingen hem tot een keuze. Ondertussen is de politieke druk onmiskenbaar. Hoewel de reële benzineprijzen nog altijd lager liggen dan in 2022, is de perceptie bij de kiezer belangrijker dan de economische werkelijkheid. De Democraten verloren het Witte Huis in 2024 grotendeels omdat kiezers boos waren over het hoge prijspeil, ook al was de inflatie al snel aan het dalen. Datzelfde risico dreigt nu voor de Republikeinen.

De hypotheeklasten als percentage van het inkomen liggen nog altijd ver boven het niveau van voor de pandemie. De recente stijging van de benzineprijs voegt extra druk toe aan een toch al gespannen betaalbaarheidscrisis. Het is daarom in het politieke belang van de Trump-regering om het conflict te beëindigen en een snelle daling van de olieprijs te bevorderen.

Gevolgen voor beleggers

Terwijl de markt focust op hoge en stijgende olieprijzen, worden de voorwaarden geschapen voor een scherpe daling zodra de oorlog eindigt. Op basis van historische ervaring zou een olieoverschot na het conflict de prijs kunnen halveren. Mocht dit scenario werkelijkheid worden, dan is het sterk positief voor zowel aandelen als obligaties. Fors lagere olieprijzen werken als een grote belastingverlaging voor bedrijven en consumenten, drukken de inflatieverwachtingen en verlagen de lange rente. Dat ondersteunt sterkere economische groei, hogere bedrijfswinsten en een gunstig klimaat voor financiële markten. Misschien wordt dit wel de laatste oliecrisis die er echt toe doet. Niet omdat de wereld stopt met olie, maar omdat de wereld er steeds minder afhankelijk van wordt.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

 

Disclaimer

Abonneer op deze nieuwsbrief via

www.aureus.eu/nieuwsbrief

 

Gerelateerde artikelen

De winst doet het werk

Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.

Meer lezen

Financiële steun voor topsporters

Talent alleen wint geen medailles. Zonder financiële steun voor topsporters blijft zelfs het grootste talent vaak gewoon onbenut.

Meer lezen

De Straat van Hormuz weer open.

De Straat van Hormuz gaat weer open, maar niet voor Iraanse olie. Wat betekent dit voor de olieprijs, inflatie, de Fed en beleggers?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.