In de Nederlandse politiek klinkt regelmatig de roep om meer overheidsinvesteringen. Of het nu gaat om energietransitie, huizenbouw of infrastructuur – politici presenteren zichzelf graag als visionairs die met publiek geld de toekomst vormgeven. Maar de praktijk leert ons keer op keer dat overheidsinvesteringen vaak inefficiënt, traag en kostbaar uitpakken. De vraag is: waarom slaagt de vrije markt er zo veel beter in om kapitaal zinvol in te zetten?
Het verschil in prikkels
Het fundamentele verschil tussen overheid en markt ligt in de prikkels waarmee beslissers opereren. Een ondernemer investeert met eigen geld of geld van investeerders die hem vertrouwen. Mislukking betekent persoonlijk verlies, succes betekent persoonlijke winst. Deze directe koppeling tussen beslissing en consequentie zorgt ervoor dat elke euro zorgvuldig wordt gewogen.
Een ambtenaar of politicus daarentegen investeert met andermans geld – belastinggeld. Het persoonlijke risico is minimaal, terwijl de politieke baten van grootse investeringsplannen aanzienlijk kunnen zijn. Nu zijn sommige politici erg goed in het uitgeven van andermans geld, maar uiteindelijk is het op zonder dat de politiek de consequenties draagt. Dit leidt tot systematische verstoringen: projecten worden te optimistisch ingeschat, risico’s onderschat, en alternatieve besteding van het geld wordt onvoldoende overwogen.
De tragedie van de commons
Dit fenomeen illustreert perfect wat economen de “tragedy of the commons” noemen. Stel je voor: een zee vol vis waar alle vissers onbeperkt mogen vangen. Elke visser heeft er individueel belang bij om zoveel mogelijk vis te vangen – hij krijgt immers de volledige opbrengst. Maar de kosten van overbevissing (minder vis voor iedereen) deelt hij met alle andere vissers. Het gevolg? Iedereen vangt zo veel mogelijk, totdat de zee leeg is en iedereen verliezer is.
Precies hetzelfde gebeurt met overheidsgeld. Net zoals herders hun vee laten overgrazen op gemeenschappelijke weilanden, zo behandelen politici en ambtenaren de staatskas. De individuele politicus heeft baat bij grootse projecten (politiek gewin!), maar de kosten worden gedragen door alle belastingbetalers. Politici blijken bijzonder goed in het uitgeven van geld dat niet van henzelf is.
Ook bij belastingheffing zien we dit mechanisme. Overheden denken vaak dat ze zonder consequenties maar onbeperkt de belasting kunnen verhogen – net als die vissers dachten dat ze onbeperkt konden vissen. Maar uiteindelijk slaat de realiteit toe: bedrijven vertrekken, burgers gaan elders wonen, de economie krimpt. De “vis” raakt op.
In de vrije markt daarentegen is er sprake van duidelijke eigendom. De ondernemer draagt zelf alle consequenties van zijn beslissingen. Dit eigendomsrecht zorgt ervoor dat middelen worden ingezet waar ze het meeste rendement opleveren – niet alleen financieel, maar ook maatschappelijk rendement in de vorm van producten en diensten waar mensen daadwerkelijk behoefte aan hebben.
Voorbeelden uit de praktijk
De Nederlandse geschiedenis staat vol met kostbare overheidsinvesteringen die dramatisch uitliepen. Jaarlijks is de overheid 4 tot 5 miljard euro kwijt aan mislukte ICT-projecten alleen al, waarbij slechts 7% van de grote projecten slaagt. Van JSF-vliegtuigen tot Fyra-treinen, van het DigiInhuur-debacle (65 miljoen euro in rook) tot infrastructurele “hoogtepunten” zoals de Betuwelijn (van 2,3 naar 4,7 miljard euro) en de Noord/Zuidlijn (1,6 miljard overschrijding).
Volgens hoogleraar transportbeleid Bert van Wee kostten deze kostenoverschrijdingen en vertragingen sinds 1980 ongeveer 100 miljard euro. Ondertussen zien we hoe private bedrijven als ASML wereldleider werden door slimme investeringen, of hoe Nederlandse startups innovaties realiseren waar overheidslaboratoria jarenlang faalden.
Het verschil zit in het selectiemechanisme. De markt is meedogenloos: bedrijven die slechte investeringsbeslissingen nemen, verdwijnen. Overheidsdiensten die falen, krijgen vaak meer budget. Deze “harde selectie” zorgt ervoor dat alleen de meest efficiënte spelers overleven en groeien.
Een groot voordeel van de vrije markt is de superieure informatieverwerking. Prijzen reflecteren direct de schaarste van middelen en voorkeuren van consumenten. Een ondernemer hoeft alleen naar winstmarges en prijssignalen te kijken om te weten waar investeringen het meest waardevol zijn.
Overheden missen dit kompas volkomen. Zonder marktprijzen moeten ambtenaren gokken naar wat maatschappelijk waardevol is. Ze investeren in prestigeprojecten in plaats van praktische behoeften, overschatten de vraag en onderschatten de kosten. Het is alsof ze met een blinddoek op darten gooien – naar een dartbord dat ze niet eens kunnen zien.
De juiste balans
Dit betekent niet dat de overheid geen rol heeft bij investeringen. Voor echte publieke goederen – zoals defensie, rechtspraak en basale infrastructuur – blijft de overheid noodzakelijk. Maar de ervaring leert dat we deze rol vooral niet te groot moeten maken.
Telkens wanneer politici pleiten voor meer overheidsinvesteringen, zouden we moeten vragen: waarom doet de markt dit niet al? Vaak is het antwoord dat er geen echte behoefte bestaat, of dat de politieke baten niet opwegen tegen de maatschappelijke kosten.
De vrije markt is geen perfect systeem, maar het is wel het beste dat we kennen voor investeringsbeslissingen. Door eigendom te respecteren en de tragedie van de commons te vermijden, zorgt het kapitalisme ervoor dat schaarse middelen terechtkomen waar ze het meeste maatschappelijke nut kunnen stichten.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief