Nederland is echte spaarnatie: sparen is verstandig, sparen is veilig, sparen is de basis van een gezonde financiële toekomst. Onze ouders predikten het, de bank bevestigt het, en de overheid stimuleert het met belastingvoordelen. De Nederlandsche Bank (DNB) toont in haar recentste cijfers aan dat Nederlandse huishoudens maar liefst €480 miljard op spaar- en betaalrekeningen hebben staan, een recordbedrag dat jaar na jaar blijft groeien. Dat terwijl sparen geld kost, het is een stille vermogensvernietiger die ons systematisch armer maakt?
De Nederlandse spaarverslaving
De Nederlandse spaarverslaving heeft in 2024 een nieuw hoogtepunt bereikt. Eind december stond er een recordbedrag van € 600,5 miljard op betaal- en spaarrekeningen van Nederlandse huishoudens bij Nederlandse banken. Dit cijfer van De Nederlandsche Bank toont een stijging van maar liefst € 24,2 miljard in één jaar. En dit terwijl we tegelijkertijd klagen over lage rentes en hoge inflatie.
Van de € 600,5 miljard aan banktegoeden staat maar liefst € 487,1 miljard op spaarrekeningen, terwijl Nederlandse huishoudens slechts € 192,4 miljard aan effecten bezitten. Dit betekent dat Nederlanders meer dan twee en een half keer zoveel geld op spaarrekeningen hebben staan als dat ze beleggen.
De behoefte aan liquiditeit
We leven in een wereld waar we geconditioneerd zijn te geloven dat directe toegang tot ons geld altijd beter is. Deze obsessie met liquiditeit – het kunnen opnemen van geld wanneer we maar willen – heeft echter een prijs die veel hoger is dan de meeste mensen beseffen. De Nederlandse spaarmentaliteit, diep geworteld in onze calvinistische traditie van zuinigheid en voorzichtigheid, blijkt in de moderne financiële wereld een dure deugd te zijn geworden.
Sinds Harry Markowitz in de jaren ’50 de beroemde 60/40 portefeuille introduceerde, hebben individuele beleggers hun portfolio’s grotendeels gebaseerd op liquide assets. Deze aanpak werkte decennialang redelijk goed, maar de wereld is veranderd. Tijdens de laatste grote crisis in 2022 zakten zowel aandelen als obligaties tegelijkertijd in elkaar – een scenario dat de traditionele diversificatie-theorie volledig onderuit haalde. De correlatie tussen aandelen en obligaties schoot omhoog, wat betekent dat beide beleggingscategorieën nu grotendeels in dezelfde richting bewegen. Weg diversificatie.
Een klassieke 60/40 portefeuille leverde over de afgelopen 20 jaar een jaarlijks rendement van 7% op. Voor de Nederlandse spaarder klinkt dit als een respectabel resultaat, zeker vergeleken met de 1-2% die spaarrekeningen momenteel bieden.
Beleggers die bereid waren een deel van hun liquiditeit op te geven en te investeren in private markten – zoals private equity, vastgoedfondsen, infrastructuur en private debt – zagen dramatisch betere resultaten. Een portefeuille met 95% liquide beleggingen behaalde 7,3% jaarlijks rendement, terwijl een portefeuille met slechts 50% liquide beleggingen maar liefst 8,8% per jaar opleverde. Deze cijfers lijken misschien marginaal, maar met de kracht van het 8e wereldwonder volgens Einstein (samengesteld rendement) is het verschil dramatisch.
Op een investering van één miljoen euro betekent dit over 20 jaar een verschil van 1,5 miljoen euro aan gemiste winst voor de volledig liquide belegger. Dat is anderhalf miljoen euro die Nederlandse spaarders collectief mislopen door vast te houden aan volledige liquiditeit.
Minder risico door meer risico
Maar het wordt nog interessanter wanneer we kijken naar het risico. Die volledig liquide portefeuille was niet alleen minder rendabel – hij was ook volatieler. Dit lijkt contra-intuïtief: hoe kan iets dat “veiliger” wordt geacht meer bewegen? Liquide markten zijn namelijk onderhevig aan extreme stemmingswisselingen. Private markten daarentegen zijn beschermd tegen deze emotionele reacties omdat je simpelweg niet kunt verkopen op een slechte dag. Het resultaat? De 50% liquide portefeuille behaalde niet alleen 180 basispunten meer rendement per jaar, maar had ook 200 basispunten minder volatiliteit. Meer rendement én minder stress – precies het tegenovergestelde van wat de Nederlandse spaarder denkt te krijgen met zijn spaarrekening.
Ook tijdens de financiële crisis van 2008, de corona-crash van 2020, en andere marktschokken presteerden private markten consistent beter dan hun publieke tegenhangers. Tijdens crises willen alle beleggers tegelijk hun geld opnemen – precies op het slechtste moment. Als je 50% van je vermogen verliest, heb je niet 50% winst nodig om break-even te draaien – je hebt 100% winst nodig. Dit asymmetrische karakter van verliezen maakt het vermijden van grote dips cruciaal voor langetermijngroei.
Private markten helpen dit scenario te vermijden door de ergste emotionele verkoopgolven te weren. Nederlandse spaarders, die denken veilig te zitten met hun spaarrekening, begrijpen vaak niet dat inflatie hetzelfde asymmetrische effect heeft: als je 20% koopkracht verliest door inflatie, heb je 25% nominale groei nodig om weer op hetzelfde niveau te komen.
Het inflatiemonster
In Nederland was de inflatie vorig jaar 3,3%, een daling van de 3,8% in 2023. Dat is in de gemiddelde inflatie voor iemand met een mediaan inkomen. Voor iemand met een hoger inkomen ligt de inflatie veel hoger, want luxe goederen zijn sterker in prijs gestegen. Hoge inflatie kan huishoudens pessimistischer maken over hun koopkracht. Uit voorzorg kunnen ze dan meer gaan sparen, maar dit is precies de verkeerde reactie in een inflationair klimaat. Over 20 jaar betekent dit dat €100.000 op een Nederlandse spaarrekening nog maar €55.000 waard is in huidige koopkracht. Je wordt letterlijk armer door “veilig” te sparen. Het is alsof je water probeert vast te houden in een emmer vol gaten, terwijl je denkt dat de emmer waterdicht is.
Het is opvallend dat de grootste en meest succesvolle beleggers ter wereld massaal hebben gekozen voor illiquide beleggingen. Vandaag de dag hebben endowments van meer dan $1 miljard 46% in private markten, terwijl Amerikaanse family offices 50% in private markten hebben. Deze instituten hebben toegang tot de beste financiële adviseurs ter wereld en kunnen kiezen uit elke beleggingsstrategie. Het feit dat ze massaal kiezen voor minder liquide beleggingen zegt veel over de werkelijke risico-rendementsverhoudingen. Ondertussen houden Nederlandse huishoudens vast aan een strategie die zelfs de meest conservatieve institutionele beleggers jaren geleden hebben verlaten.
De valstrik voor Nederlandse spaarders
Een van de grootste denkfouten die Nederlandse spaarders maken is het systematisch overschatten van hun liquiditeitsbehoeften. Onderzoek toont aan dat de meeste mensen hun liquiditeitsbehoeften met een factor 3-5 overschatten. Ze houden €100.000 liquide terwijl ze realistisch gezien maximaal €20.000-€30.000 direct beschikbaar zouden moeten hebben. Deze psychologische bias, versterkt door de Nederlandse cultuur van voorzichtigheid, kost jaarlijks duizenden euro’s per huishouden aan gemist rendement. Nederlanders zijn wel bereid hun geld voor een jaar vast te zetten voor een marginaal hogere rente, maar weigeren het voor langere termijnen te investeren in assets die historisch veel betere rendementen opleveren.
Nederlandse spaarders zijn zelfs te conservatief om hun spaargeld naar buitenlandse banken te verplaatsen voor hogere rentes, laat staan dat ze bereid zijn te investeren in assets die historisch veel betere rendementen opleveren. Sparen is voor Nederlanders het grootste financiële risico geworden. Het risico van inflatie, het risico van gemiste kansen, het risico van inadequaat pensioenkapitaal, het risico van financiële stagnatie in een wereld die om ons heen groeit.
De financiële wereld is veranderd, maar de Nederlandse spaarmentaliteit niet. In de huidige financiële realiteit kost liquiditeit meer dan de meeste Nederlanders zich kunnen veroorloven. De grootste financiële fout van Nederlandse huishoudens is niet het nemen van te veel risico, maar het nemen van te weinig risico.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief
Voor tussentijdse updates, volg Auréus op Linkedin