Een belangrijk onderdeel van de campagne van Trump is dit keer een nieuwe ronde in de handelsoorlog, namelijk een verhoging van alle tarieven met 60 procent. In economenpanels wordt wel gesteld dat dit zal zorgen voor inflatie, maar dit is onterecht. Een handelsoorlog en protectionisme is slecht voor zowel de Chinese en Amerikaanse economie. In het verleden veroorzaakte juist dit protectionisme een recessie. Daar past geen inflatie bij, maar deflatie.
Oorsprong van de handelsoorlog
Tijdens de presidentiële campagne van 2016 wees Trump op de Amerikaanse handel met China. Dit was volgens hem de voornaamste oorzaak van het verlies van banen en het verlies van intellectueel eigendom. China zou verantwoordelijk zijn voor “de grootste diefstal in de geschiedenis van de wereld” en hekelde het Amerikaanse handelstekort met China, dat in 2016 ongeveer 346 miljard dollar bedroeg. Voortbouwend op het imago van Trump als de ultieme dealmaker, kwam hij met een strategie om de handelsrelatie tussen de VS en China te hervormen, waarin werd beloofd ‘een betere deal met China te sluiten die Amerikaanse bedrijven en werknemers helpt te concurreren’.
Het plan van Trump
Trump kwam met een vierledig plan om een betere deal met China veilig te stellen: China tot valutamanipulator verklaren; China confronteren met zorgen over intellectueel eigendom en gedwongen technologieoverdracht; een einde maken aan China’s gebruik van exportsubsidies en lakse arbeids- en milieunormen; en het Amerikaanse vennootschapsbelastingtarief verlagen om de Amerikaanse productie concurrerender te maken. Met de handelsoorlog werd China onder druk gezet. Tussen juli 2018 en augustus 2019 kondigden de Verenigde Staten plannen aan om tarieven op te leggen aan meer dan 550 miljard dollar aan Chinese producten, en China nam wraak met tarieven op meer dan 185 miljard dollar aan Amerikaanse goederen.
Economie onder druk
De handelsoorlog veroorzaakte economische pijn aan beide kanten en leidde tot het verleggen van handelsstromen weg van zowel China als de Verenigde Staten. De economische groei in de VS vertraagde, de bedrijfsinvesteringen bevroren en bedrijven namen minder mensen aan. In het hele land gingen veel boeren failliet, en de productie- en vrachtvervoersector bereikten een dieptepunt die sinds de laatste recessie niet meer is gezien. De acties van Trump kwamen neer op een van de grootste belastingverhogingen in jaren.
Uit een onderzoek van Moody’s Analytics uit september 2019 bleek dat de handelsoorlog de Amerikaanse economie al bijna 300.000 banen en naar schatting 0,3% van het reële bbp had gekost. Andere studies schatten de kosten voor het Amerikaanse bbp op ongeveer 0,7%. Een rapport uit 2019 van Bloomberg Economics schatte dat de handelsoorlog de Amerikaanse economie tegen eind 2020 316 miljard dollar zou kosten, terwijl uit recenter onderzoek van de Federal Reserve Bank of New York en Columbia University bleek dat Amerikaanse bedrijven in de afgelopen jaren minstens 1,7 biljoen dollar verloren als gevolg van Amerikaanse heffingen op import uit China.
Democraten nog strenger voor China
Opvallend genoeg het enige onderdeel waarop Democraten en Republikeinen het met elkaar eens zijn, is de aanpak van China. Waarschijnlijk is dat ook de reden dat de Democraten op dit gebied Trump proberen te overtreffen in een nog hardere aanpak van China. Het valt immers goed bij alle kiezers. Voor de komst van Trump was het idee dat door China onder andere toe te laten tot de Wereldhandelsorganisatie dat een rijker en ontwikkelend China vanzelf democratisch zou worden.
De Chinese democratie
China ziet zichzelf wel als democratisch en in sommige opzichten is dat ook zo. Het Chinese parlement (Volkscongres) is het grootste parlement ter wereld en de leden zijn vooral de lokale machthebbers van de verschillende regio’s. Die zijn niet gekozen, maar wel verantwoordelijk voor die regio. Als er ergens iets fout gaat, dan krijgt in China zelden Peking de schuld, maar altijd de vertegenwoordiger van de regio. Een eventuele opstand wordt weliswaar hard neergeslagen, maar tegelijkertijd straffen de machthebbers in Peking lokale machthebbers voor hun falen.
Daardoor ligt er een zekere macht bij het volk, terwijl lokale machthebbers in een westerse democratie na falen vaak een ander baantje krijgen. Toch is de Chinese opvatting van democratie onvergelijkbaar met onze opvattingen. Onderdeel van het Chinese sociale contract is dat de bevolking wel rijk mag worden, maar dat het daarvoor privacy en vrijheid moet inleveren. China heeft ook geen democratische traditie, Xi is simpelweg de zoveelste keizer.
Geen inflatie, maar deflatie
Het is niet de eerst keer dat de Verenigde Staten de importtarieven verhoogd. Hoewel veel economen intuïtief denken dan dit zorgt voor hogere kosten en daarmee ook hogere prijzen, is het tegenovergestelde waar. In de jaren twintig en de jaren dertig van de vorige eeuw verhoogden de Verenigde Staten twee keer de importtarieven. Elke keer zorgde dat voor prijsdalingen, omdat die hogere prijzen de economie remden. Ook tijdens de eerste termijn van Trump was dit het geval. Het bedrijfsleven rekenden veel tarieven niet door, maar het ging ten koste van de winstmarge.
Als Trump dus een tweede termijn krijgt en doet wij hij beloofd (de tarieven met 60 procent verhogen) dan betekent dit niet meer inflatie, maar is de schok wellicht groot genoeg voor een recessie, waardoor prijzen dalen. Bovendien is het bedrijfsleven nu al bezig om een eventuele schok van hogere importtarieven te voorkomen door meer te handelen met landen als Vietnam, Laos en Cambodja, een beweging die op zichzelf al zorgt voor lagere prijzen. China handelt meer met opkomende markten (De Global South) en de opkomende markten handelen meer met de VS. Overigens staat Biden op dit moment voor in de peilingen, maar de verkiezingen zijn nog ver.