Kunstmatige intelligentie is nog altijd het belangrijkste gespreksonderwerp in de financiële wereld. Bedrijven investeren miljarden in deze technologie. Chipmakers als Nvidia boeken daardoor recordwinsten. Maar de bedrijven die de slimme systemen bouwen, maken nog nauwelijks winst. Dat gaat veranderen
De AI-industrie heeft een opmerkelijke structuur. Aan de ene kant zijn er de leveranciers: bedrijven die chips, servers en datacenters maken. Deze partijen verdienen al goed geld. Nvidia ziet zijn winst elk kwartaal stijgen. Aan de andere kant zijn er de bouwers van de grote taalmodellen, zoals OpenAI (ChatGPT), Google (Gemini) en Anthropic (Claude). Deze bedrijven pompen enorme bedragen in onderzoek en ontwikkeling, maar draaien verlies.
Het probleem zit hem in de prijsstelling. De bedrijven achter ChatGPT en vergelijkbare diensten vragen nog relatief weinig geld aan hun klanten. Ze subsidiëren de markt om gebruikers te winnen. Het gevolg: de verliezen van de modelbouwers zijn bijna een spiegel van de winsten bij hun toeleveranciers. Het geld stroomt nu vooral naar boven in de keten.
Het platform-draaiboek
Toch is er hoop voor de modelbouwers. Ze volgen namelijk een beproefd draaiboek dat grote technologiebedrijven eerder met succes hebben toegepast. Dit proces verloopt in drie fasen. In de eerste fase draait alles om het winnen van gebruikers. Het product is nieuw en opwindend. Bedrijven bieden het goedkoop of zelfs gratis aan om mensen te laten wennen. Het doel is om gewoontes te creëren en fans te maken die anderen enthousiast maken.
In de tweede fase bouwen platforms een ecosysteem. Ze nodigen andere bedrijven uit om applicaties te maken bovenop hun technologie. Denk aan apps in een appstore of winkels op een marktplaats. Deze fase vraagt veel investeringen in ondersteuning en marketing. De concurrentie is hevig, want elk platform probeert de beste partners aan te trekken.
De derde fase is die van het geld verdienen. Zodra gebruikers en partners vastzitten aan het platform, worden de prijzen verhoogd. De kwaliteit kan zelfs iets achteruitgaan, maar mensen stappen niet snel over. De overstapkosten zijn te hoog. Het platform kan nu commissies vragen, advertenties tonen en premium diensten aanbieden.
Voorbeelden uit het verleden
YouTube is een goed voorbeeld. In het begin was het platform volledig gratis en betaalde het zelfs makers om video’s te uploaden. Nu zien we veel meer advertenties en moet je betalen voor YouTube Premium om reclamevrij te kijken. Amazon deed hetzelfde. Het begon als online boekwinkel, opende zijn magazijnen voor andere verkopers en domineert nu de markt. Prime-abonnementen worden steeds duurder en Amazon concurreert actief met zijn eigen verkopers via huismerken.
Apple en Google hebben dit met smartphones gedaan. Ze bouwden ecosystemen van apps en vragen nu flinke commissies op elke transactie in hun appstores. De winst komt niet uit de telefoons zelf, maar uit het platform dat erop draait.
Waar staan we nu?
De AI-industrie bevindt zich aan het einde van fase één en het begin van fase twee. De marketing naar eindgebruikers is nog in volle gang, maar de eerste ecosystemen ontstaan. OpenAI heeft veel aangepaste versies van ChatGPT in zijn winkel. Bedrijven als Expedia bouwen apps binnen ChatGPT zodat gebruikers reizen kunnen boeken zonder de chatbot te verlaten.
De adoptie van AI gaat opmerkelijk snel. Vergelijken we het met eerdere technologische doorbraken zoals elektriciteit, internet en smartphones, dan verloopt de verspreiding van AI ongeveer twee keer zo snel als bij smartphones twintig jaar geleden. ChatGPT verwerkt dagelijks ongeveer 2,5 miljard vragen, hoewel Google nog steeds bijna acht keer zoveel zoekopdrachten afhandelt.
China geeft een voorproefje van wat komen gaat. Daar zijn techgiganten als Alibaba, Tencent en ByteDance al kwartalen verwikkeld in een felle prijzenoorlog. Alibaba verlaagde de prijzen voor zijn AI-modellen in mei 2024 met maar liefst 97 procent. Het doel is duidelijk: zo veel mogelijk zakelijke klanten binnenhalen voordat de markt volwassen wordt. In China wordt AI vooral ingebouwd in bestaande apps, de zogenaamde super-apps die Chinezen voor alles gebruiken.
Wat beleggers kunnen verwachten
Voor beleggers is dit een interessante maar uitdagende situatie. De traditionele maatstaven zoals omzet en winst zeggen nog weinig in deze fase. Bedrijven die nu verlies draaien, kunnen straks de grote winnaars zijn. Het is belangrijker om te kijken naar gebruikersgroei, de diepte van het gebruik en de omvang van het ecosysteem.
De toeleveranciers blijven voorlopig aantrekkelijk. Chipmakers en datacenterspecialisten profiteren van de grote investeringen die modelbouwers doen. Maar ook bedrijven die slim gebruikmaken van AI-platforms verdienen aandacht. Zij krijgen nu gunstige voorwaarden en kunnen hun toepassingen bouwen terwijl de kosten laag zijn.
De markt is rijp voor consolidatie. Er zijn te veel spelers die te weinig van elkaar verschillen. Wanneer er fusies en overnames komen, ontstaan er koopkansen. Uiteindelijk zullen er maar een paar grote winnaars overblijven, net zoals bij eerdere platformtechnologieën.
De les voor de lange termijn
Het draaiboek dat AI-bedrijven volgen is niet nieuw, maar het werkt wel.. De winsten verschuiven uiteindelijk van de toeleveranciers naar de platformeigenaren en ten slotte naar de platformeigenaren zelf, ten koste van hun partners. Dat is het moment waarop de grote modelbouwers eindelijk gaan oogsten. Tot die tijd betalen ze de leergeld en bouwen ze aan hun marktpositie.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via
www.aureus.eu/nieuwsbrief