De economie van het aanbod

22 december 2024

De economie van het aanbod

Sinds de coronapandemie hebben overheden een grotere rol genomen in de economie en dat raakt in toenemende mate de dynamiek van de economie. Als er ergens een probleem is in de samenleving, wordt er al snel geroepen dat de overheid moet ingrijpen. Dat terwijl nog niet zo lang daarvoor marktwerking, decentralisatie en het verzelfstandigen van overheidstaken wezenlijke onderdelen waren van het beleid. Maar post-Corona mochten zowel als burgers als bedrijven rekenen op de bijna onvoorwaardelijke steun van de overheid. Dat komt onder andere tot uitdrukking in een extreem laag aantal faillissementen. Maar de overheid neemt een te grote rol bij het stabiliseren van de economie. Compensatie voor de één is immers een belasting voor de ander. Gratis geld bestaat niet. Die te grote rol van de overheid zorgt ook voor lagere productiviteit of overmatig risicovol gedrag. We zijn te veel een compensatiemaatschappij geworden. De overheid is bezig om de activiteiten van de burgers te micromanagen. Transfers zijn niet langer beperkt tot de kansarmen, maar klimmen steeds verder omhoog op de inkomensladder.

 

Door alle regeldruk is de vrije markt in het gedrang gekomen. Vreemd genoeg krijgt juist de niet meer bestaande vrije markt steeds vaker de schuld. De situatie lijkt op die in de jaren zeventig en tachtig met dalende productiviteit, stijgende inflatie, steeds hogere belastingen en een groeiend aantal burgers die ook toen afhankelijk werden van de overheid. Toen kwam de oplossing van de ‘economie van het aanbod’, wellicht beter bekend als ‘supply-side-economics’ of Reaganomics.  De aandacht voor de aanbodzijde van de economie zorgde toen voor herstel van de economische dynamiek. Met het aantreden van Trump is er opnieuw aandacht voor de aanbodzijde. Steeds duidelijker wordt dat het economische platform onder Trump leunt op pijlers die sterk gericht zijn op economische groei, zoals een vennootschapsbelastingtarief van maximaal 15 procent en de opnieuw vergaande deregulering.

 

Veel centrale banken in ontwikkelde landen hebben zich sinds de Grote Financiële Crisis laten verleiden tot de monetaire gekte van negatieve rentes en het massaal opkopen van staatsobligaties. Centrale banken zijn hierdoor ook veel minder onafhankelijk geworden, ze laten zich te veel leiden door politieke motieven. Verder heeft deze monetaire gekte er voor gezorgd dat een deel van onze kapitaalvoorraad is vernietigd. Denk aan negatieve rentes, eindeloze rondes kwantitatieve verruiming en de verschillende operaties met als doelstelling om ook de lange kant van de rentecurve te beïnvloeden. Centrale banken hebben de mensen in de echte wereld veel schade berokkend door het rendement wereldwijd zo te drukken.   

 

Deze vorm van financiële repressie is een beproefd middel om een schuldenprobleem aan te pakken. Zo lang de centrale bank er in slaagt om zowel de korte als de lange rente structureel beneden de nominale groeivoet van de economie te houden, neemt de schuld als percentage van het BBP af. Gebruikmakend van het rente-op-rente effect kan hiermee elk schuldenprobleem worden aangepakt. Het kost de kredietverstrekker wel veel rendement. Na de Tweede Wereldoorlog tot aan begin jaren tachtig ging door dit fenomeen twee derde van de koopkracht van de gemiddelde belegger in obligaties verloren. Dat terwijl de schulden zich opnieuw op een vergelijkbaar hoog niveau bevinden.  

 

Het rentebeleid van centrale banken heeft veel onbedoelde consequenties. Een te lage rente leidt tot zeepbellen, omdat het nu eenmaal veiliger is om dan bestaande activa met geleend geld te kopen dan te investeren in nieuwe activiteiten. Een spaarder gaat ook niet meer consumeren als de spaarrente te laag is, maar juist meer sparen.  Een te hoge rente zorgt onvermijdelijk voor een recessie en de daarbij behorende kapitaalvernietiging. Veel beter is het om centrale bankiers af te schaffen en permanent te kiezen voor een de neutrale rente met een opslag van bijvoorbeeld 0,25 procent. In zo’n geval is het niet interessant om te investeren in activa die in lijn groeien (lees: renderen) met de economie, maar wel in innovatieve activiteiten die sneller groeien. Dit beleid zorgt dus automatisch voor innovatie. Alleen bedrijven die harder groeien dan de economie komen in aanmerking voor financiering. De enige uitdaging is bepalen waar de neutrale rente ligt, maar daarover later meer. 

 

Centrale bankiers zijn vaak niet gekozen academici, ambtenaren of tegenwoordig op zijn best oud-politici. Het beleid van centrale bankiers heeft een grote invloed, feitelijk zonder dat er veel toezicht op is. Wat dat betreft is het vreemd dat ze niet democratisch worden gekozen. Dan heeft de kiezer in ieder geval de mogelijkheid om een einde te maken aan de schade die centrale bankiers aanrichten. Wellicht is het beter om de centrale bank zelfs te vervangen door een kunstmatig intelligent algoritme.

De economie van het aanbod bestaat uit een laag uniform belastingtarief, de beheersing van overheidsuitgaven, een solide monetair beleid, vrijhandel en minimale regulering. Als een economie groeit, stijgen de opbrengsten van het kapitaal, wat terug is te zien in een hogere waardering. Sinds de overwinning van Trump, onder ander gebaseerd op de sindsdien vele nominaties voor mensen in zijn regering lijkt hij in navolging van Reagan en Thatcher steeds meer aan te sturen op vergelijkbare supply-side-economics. Lagere belastingen en deregulering waren al bestaande onderdelen van het beleid. Door de aanstaande benoeming van Scott Bessent (maximaal 3 procent tekort op de begroting, inclusief de beheersing van overheidsuitgaven), het laten zitten van Jerome Powell en het inzicht dat een te hoge inflatie vrijwel altijd zorgt voor verlies voor de zittende partij krijgen we onder Trump (toegegeven nogal onverwacht) ook een solide monetair beleid.

 

Verder is Trumps handelsbeleid vanaf de start 8 jaar geleden bedoeld als het creëren van een level playing field. China heeft sinds de toetreding tot de WTO een begunstigde positie dat wellicht past bij de status van opkomende markt toen, maar nu het land de grootste economie ter wereld is (op basis van koopkrachtpariteit) moet China meer ruimte bieden concurrentie. Dat geldt ook voor Europa dat met de Europese Unie feitelijk een groot handelsblok is geworden, anders was er niet zo’n gedoe over de Brexit. De manier waarop Trump landen bilateraal probeert te dwingen tot onderhandelen kan in de tussen tijd wel voor volatiliteit zorgen. Weliswaar is de relatie tussen China en de Verenigde Staten door met name neoconservatieven als Antony Blinken (minister van buitenlandse zaken) en Jake Sullivan (National Security Advisor) verslechterd, maar de machtspoliticus Trump heeft meer waardering voor sterke tegenstanders. De gevolgen van zo’n aanbodeconomie in combinatie met de productiviteitsgolf als gevolg van kunstmatige intelligentie zal er voor zorgen dat er sprake is van gezonde groei en verder stijgende winsten. Tegelijkertijd drukken productiviteitswinsten de inflatie waardoor de rente relatief laag kan blijven, een ideale omgeving voor aandelen en tal van investeringen in private markten.  

 

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

 

Disclaimer

 

Visie 2025

Gerelateerde artikelen

De magische 4%

Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen

Meer lezen

De semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij

Chipaandelen corrigeren hard, maar de semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij. Kunstmatige intelligentie en robots stuwen de vraag.

Meer lezen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.