De Federal Reserve heeft de knoop doorgehakt: in september ging de rente omlaag. En dat was waarschijnlijk nog maar het begin. Ook andere centrale banken wereldwijd lijken dezelfde kant op te gaan. De Europese Centrale Bank houdt nog even de boot af, maar met de moeilijke economische situatie in Europa zal ook daar de rente binnenkort waarschijnlijk zakken.
Deze renteverlagingen hebben een interessant effect: ze maken de rentecurve steiler. Dat klinkt technisch, maar het betekent eigenlijk iets positiefs – het wijst op aanhoudende economische groei. Met veel investeringen en consumenten die er beter voorstaan dan ooit, lijken de kansen op een recessie op korte termijn klein.
Dit keer zitten de problemen in Europa niet in de periferie, maar juist in het hart. De as Berlijn-Parijs heeft het zwaar te verduren. Duitsland, ooit de ongekroonde exportkampioen van de wereld, moet de titel inleveren. Chinese concurrentie en Trump’s handelspolitiek maken het leven voor Duitse exporteurs een stuk lastiger.
Frankrijk heeft vergelijkbare uitdagingen, maar daar bovenop komt nog een torenhoge schuldenlast. Zo hoog zelfs, dat de Franse regering meer rente betaalt op staatsleningen dan Italië – een land dat we eerder gewend waren in de problemen te zien. Het gevolg? Tientallen miljarden euro’s van de Franse begroting gaan naar rentebetalingen. Dat is meer dan 2 procent van het hele bruto binnenlands product. Voor Frankrijk betekent dit dat de economie flink harder moet groeien om de schulden beheersbaar te houden.
Amerikaanse bedrijven ontdekken steeds beter hoe ze kunstmatige intelligentie kunnen inzetten om productiever te worden. Het resultaat is duidelijk zichtbaar: hogere winstmarges en groeiende winsten. Indrukwekkend is ook dat bedrijven erin zijn geslaagd de lasten van importheffingen grotendeels zelf op te vangen, terwijl ze tegelijkertijd hun totale winstmarges hebben weten te vergroten.
Ook vanuit China komen steeds meer signalen dat kunstmatige intelligentie de economie vooruithelpt. Daar was economische groei al volledig afhankelijk van productiviteitsgroei – de beroepsbevolking krimpt immers. Bovendien zijn er in China veel minder bureaucratische drempels om AI breed in te zetten.
De timing van deze renteverlagingen lijkt uitstekend. De huidige situatie doet denken aan het najaar van 1998, toen de Federal Reserve ook uit voorzorg de rente verlaagde. Het resultaat toen? Een explosieve beursstijging.
Dit keer lijken de omstandigheden nog gunstiger. De beurs is lager gewaardeerd dan toen, terwijl de impact van kunstmatige intelligentie op de economie veel groter belooft te worden dan het internet destijds.
Voor het eerst dit jaar presteren aandelen weer beter dan obligaties. Met obligaties zijn beleggers tegenwoordig voorzichtiger geworden – en terecht. Obligaties hebben hun traditionele bufferfunctie grotendeels verloren. Niet alleen door de lage rentes, maar ook door hogere inflatie en meer belastingdruk.
Er staat nog altijd veel spaargeld aan de zijlijn te wachten. Maar naarmate de vergoeding op spaarrekeningen daalt en aandelenmarkten stijgen, zullen meer mensen de overstap maken naar beleggen in aandelen. De fundamenten voor aandelen zien er sterk uit. Historisch gezien leidde zo’n combinatie van een groeiende economie en stijgende winsten vrijwel altijd tot hogere waarderingen.
Voor aandelen mag daarom een bovengemiddeld rendement worden verwacht. Wie naast aandelen ook wil spreiden, heeft tegenwoordig genoeg keuze uit private markten en andere alternatieven. De rentedans is begonnen – en deze keer lijken beleggers in aandelen de beste plek op de dansvloer te hebben.
Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.