De Amerikaanse aandelenmarkt omvat nu circa 70 procent van de wereldaandelenmarkt. In de jaren tachtig was het gewicht circa 30 procent. Dat biedt ruimte voor de stelling dat de Amerikaanse aandelenmarkt ‘overowned, overvalued en overhyped’ is. Het klopt dat de geldstromen de laatste tijd vooral richting de VS gaan en de waardering voor Amerikaanse aandelen is in internationaal perspectief hoog (wellicht vergelijkbaar met India) dankzij de vele aandacht voor kunstmatige intelligentie en de Magnificent Seven mag er ook worden gesproken worden van een hype. Echter, zowel de waardering als het sentiment rondom Amerikaanse aandelen doen vermoeden dat de piek nog niet is bereikt.
Premie ten opzichte rest wereld
De premie van Amerikaanse aandelen te opzicht van Europese aandelen (als proxy voor de rest van de wereld) is op dit moment zo’n 40 procent. Overigens is dat niet alleen de verdienste van de VS. In Europa lijken ze er alles aan te doen om de discount zo groot mogelijk te maken. De winstgroei in de VS ligt op circa 11 procent. Dat is hoger dan de 9 procent in Europa, maar verdisconteert in de waardering kan dit een slok op een borrel schelen. Groei-aandelen hebben nu eenmaal een premie. Bovendien dreigt het gat in winstgroei tussen de VS en Europa groter te worden door de pro-groei maatregelen van Trump. Het risico lijkt dus eerder dat er het waarderingsverschil tussen de VS en Europa verder oploopt.
Geen zeepbel in technologie
Het kenmerk van een zeepbel is nu eenmaal dat die eerst opgeblazen moet worden. Er zijn genoeg broodetende profeten die in de rit omhoog onsterfelijk hopen te worden door de top van de markt te willen timen. De eerste vraag die opkomt is of er sprake is van een zeepbel in tech-aandelen, die toevallig Amerikaanse aandelen zijn. Of dat er sprake is van een zeepbel in Amerikaanse aandelen waar tech-aandelen toevallig een onderdeel van zijn. Dat maakt ook uit omdat er in Europa veel minder tech-bedrijven zijn genoteerd dan in de Verenigde Staten. Als er meer tech-bedrijven zouden zijn in Europa, dan zou de Europese beurs hoger gewaardeerd zijn. Europese techbedrijven zijn zelfs hoger gewaardeerd dan Amerikaanse techbedrijven (exclusief de Mag 7). Alleen op alle andere sectoren zijn Europese bedrijven veel lager gewaardeerd. Vooral in sectoren waarin Europa relatief zwaar weegt is het waarderingsverschil vergeleken met Amerikaanse aandelen relatief groot (consument defensief, energie, financieel, industrie, basismaterialen en nutsbedrijven. Het waarderingsverschil is meer dan alleen het gewicht in technologie.
Verschil winstgroei verklaring hogere waardering
Het grote gat op sectorniveau wordt voor een belangrijk deel verklaard door verschillen in winstgroei. Bedrijven uit dezelfde sector groeien in Europa minder hard dan in de VS. Dat lijkt een rechtvaardiging voor de veel hogere waardering voor Amerikaanse bedrijven, maar dat betekent niet meteen dat er sprake is van een zeepbel. Een zeepbel wordt gekenmerkt door hoge absolute waarderingen en een doorschietend sentiment. De waardering is zowel voor wat betreft Cyclical Adjusted P/E’s als risicopremies hoog maar niet extreem. Verschillende sentimentsindices zijn gestegen, maar bevinden zich nog niet op het vereiste euforische niveau om van een zeepbel te spreken.
Er lijkt geen alternatief naast de VS te zijn
Beleggers zitten in Amerikaanse aandelen omdat ze onvoldoende alternatieven hebben buiten de VS. Dat is natuurlijk wat anders dan een zeepbel. Natuurlijk speelt het indexgewicht van de VS wel een rol voor de voorliefde voor Amerikaanse aandelen. Beleggers die niet te veel willen afwijken van de index, moeten een groot deel van hun portefeuille in Amerikaanse aandelen beleggen. Bovendien is er binnen de Verenigde Staten ook sprake van een relatief grote dispersie tussen de Magnficent Seven aan de ene kant en de rest van de S&P 500 aan de andere kant. Wie de zeven grootste aandelen niet meeweegt, komt op een waardering die neutraal mag worden genoemd. Maar een correctie in die zeven grootste aandelen (meer dan 30 procent van de S&P 500) betekent wel dat de S&P 500 waarschijnlijk ook daalt.
Meer gelijk gewogen weging voor S&P 500
Een correctie in de Mag 7 is natuurlijk mogelijk na de opnieuw sterke stijging dit jaar, een stijging die wel gedragen wordt door omzet- en winstgroei. Verder zijn er ook binnen de Mag 7 bedrijven die aantrekkelijk zijn gewaardeerd. De vraag of er sprake is van een zeepbel is daarom vooral een vraag of de toekomstige groeipercentages en geprognosticeerde winstmarges haalbaar zijn. Gelet op de sterke onderliggende nieuwsstroom lijkt het gevaarlijk om tegen deze goed nieuws show in te gokken. Wel lijkt het verantwoord om een meer gelijk gewogen weging te hanteren, ook omdat de winstgroei van de rest van de Amerikaanse aandelenmarkt de komende kwartalen meer in lijn is met de Mag 7. Uiteindelijk volgen aandelen de onderliggende winstgroei van de bedrijven.
Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.