De markt voor Chinese staatsobligaties is de grote winnaar van het afgelopen jaar. Daarmee is dit – vergeleken met alle ontwikkelde markten voor staatsobligaties – over de afgelopen 1, 3, 5 en 10 jaar veruit de best presterende obligatiemarkt in de wereld. Afgelopen jaar presteerden Chinese obligaties (in euro) 9 procentpunt beter dan de wereldindex. Alleen in 2022 was de relatieve prestatie nog beter (13 procentpunt). De outperformance heeft twee oorzaken. Aan de ene kant is de rente afgelopen jaar gedaald van 2,6 procent naar 1,6 procent voor de 10-jaars lening. Dat lijkt laag, maar bedenk dat er nagenoeg geen inflatie is in China op dit moment. Daarnaast is de renminbi ten opzichte van de euro gestegen.
Chinese aandelen en obligaties verslaan de index
Ook Chinese aandelen versloegen vorig jaar de wereldwijde aandelenindex, zelfs de Amerikaanse aandelenmarkt (S&P 500 gelijk gewogen). Dat betekent dat een neutrale portefeuille met 50 procent Chinese aandelen en 50 procent Chinese staatsobligaties vrij eenvoudig meer dan 20 procent rendement kon laten zien. Niet bepaald het beeld dat de media schetst over China. Bovendien waren er begin 2024 veel beleggers die er vrij uitgesproken over waren dat ze niet in China belegden. China was ‘onbelegbaar’. Het kan verkeren.
Steun consument, export explodeert
De reden dat Chinese aandelen zo goed hebben gepresteerd is voor een belangrijk deel aan het steunpakket dat China in september heeft afgekondigd. China heeft verschillende maatregelen genomen om de economie te steunen. Dat lijkt vreemd voor een land waar het overschot op de handelsbalans ongeveer twee keer zo groot is als het overschot van Japan of Duitsland in de tijd dat daar het overschot op de handelsbalans piekte, maar het is Peking vooral te doen om de binnenlandse vraag. Internationaal kan China zowel in prijs als in kwaliteit tegenwoordig concurreren met elk Europees exportproduct.
Dat overschot op de handelsbalans is ook de reden dat de rente op staatsobligaties in China zo is gedaald. De opbrengst van al die export gaat ruwweg naar drie plekken. Het blijft staan op Chinese off-shore rekeningen, het wordt geïnvesteerd in goud (omdat het traditionele spaarpotje de vastgoedmarkt niet meer voldoet) of het gaat naar een Chinese spaarrekening. De Chinese banken moeten dit dan investeren, maar er waren onvoldoende projecten zodat het maar naar Chinese staatsobligaties ging (en zodoende de rente drukt).
Twee soorten centrale banken
Er zijn twee soorten centrale banken in de wereld. Je hebt banken zoals de ECB en de Fed die de economie voorop stellen en je hebt centrale banken zoals de PBoC en de Bundesbank die het vooral om de inflatie te doen is. De Bundesbank vanwege de historie van de hyperinflatie 100 jaar geleden, de PBoC omdat juist China (dankzij Marx) zich realiseert dat een periode van hoge inflatie kan zorgen voor regime change. Inflatie staat politiek ook wel bekend als de ‘president killer’ en dat is in 2024 ook weer gebleken. Niet eerder waren er in zoveel landen verkiezingen en in alle ontwikkelde landen verloor de zittende partij, een direct gevolg van de inflatie.
Lange termijn rendementspotentieel
Op lange termijn is het waarschijnlijk dat Chinese staatsobligaties een superieur rendement zullen laten zien ten opzichte van andere grote obligatiemarkten. Naast de monetaire discipline (afgezet tegen de monetaire gekte in de VS, Europa en Japan) van de PBoC, stimuleert China het gebruik van de renminbi buiten China en daarvoor is een stabiele obligatiemarkt vereist. Bovendien is de renminbi fors ondergewaardeerd en in de combinatie van een relatief hoge reële rente en een ondergewaardeerde munt zit veel rendementspotentieel. Ter vergelijking: eind jaren zestig gingen er vier D-mark in de dollar en stond de rente in Duitsland hoger dan in de VS, begin jaren tachtig ging er 1,5 D-Mark in dollar en stond de Duitse rente lager dan in de VS. Zo’n verschuiving biedt ruimte aan een enorm perfomance-potentieel. We zijn nog niet eens halverwege.
Korte termijn risico’s
Op korte termijn zijn er enkele zaken om terughoudender te worden. In de Verenigde Staten komt op 20 januari de regering Trump aan de macht. Trump heeft aangekondigd dat hij met importtarieven richting China komt van 60 procent. Nu is het belang van de VS voor China in de afgelopen jaren sterk afgenomen, maar China moet haast wel tegenmaatregelen nemen en een daarvan is een verzwakking van de renminbi. Nu hecht China aan een sterke munt. Dit jaar is de renminbi slechts met 3 procent verzwakt ten opzichte van de dollar (de euro met 8 procent en de yen met meer dan 10 procent. In Europa en Japan ligt de kerninflatie boven de 2 procent, terwijl China meer te maken heeft met deflatie. Deflatie in combinatie met schulden is gevaarlijk, omdat er een neerwaartse spiraal van schulden en deflatie kan ontstaan. Deflatie kan echter voorkomen worden door de munt te verzwakken. Japan heeft er drie decennia over gedaan om daar achter te komen. Wel een risico in positieve zin (die pleit voor een positie in renminbi obligaties) isdat de VS mogelijk de dollar wil verzwakken ten opzichte van munten als de renminbi en de yen (van concurrentie uit Europa heeft de VS niet zo veel te vrezen). Er wordt al gesproken over een Mar-A-Lago akkoord, in het verlengde van de Plaza- en Louvre akkoorden in de jaren tachtig.
Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen