Chinese staatsobligaties in portefeuille

14 januari 2024

Chinese staatsobligaties in portefeuille

Door de toegenomen strijd tussen de Verenigde Staten en China in de afgelopen jaren, zijn er steeds meer beleggers die niet in China kunnen, maar ook niet meer willen beleggen. Bij de aandelenmarkt is dit nog wel te begrijpen. De Amerikaanse maatregelen zijn soms rechtstreeks gericht tegen het Chinese bedrijfsleven, hoewel die uiteindelijk vooral de Amerikaanse consument raken. Ook China zelf heeft veel maatregelen genomen in de afgelopen jaren waardoor met name grote Chinese tech-bedrijven een deel van hun vrijheid kwijt zijn. Nu zijn dat eb- en vloedbewegingen en er zullen ongetwijfeld betere tijden aanbreken, zoals we ook in het verleden al meerdere keren hebben gezien. Voor wat betreft staatsobligaties is China toch een ander verhaal.

Chinese staatsobligaties in portefeuille.

Best presterende staatsobligaties wereldwijd

Chinese staatsobligaties zijn de best presterende staatsobligaties wereldwijd over de afgelopen tien jaar, zeker als ook nog eens wordt gecorrigeerd voor risico. De opbrengst bij Chinese staatsobligaties bestaat uit twee dingen, het rendement op de lening en de valutaire ontwikkelingen. Op lange termijn zal de Chinese munt aan kracht winnen ten opzcihte van westerse valuta. Dat heeft enerzijds te maken met de kracht van de Chinese economie, maar anderzijds ook met de opstelling van de centrale bank.

De Peoples Bank of China (PBoC) is namelijk net als de Bundesbank gericht op het bestrijden van de inflatie. Bij de Bundesbank is dat vooral gebaseerd op hyperinflatieperiode van 100 jaar geleden, China baseert zich op Marx. Er zijn namelijk verschillende revoluties ontstaan als gevolg van inflatie, meestal tot uiting komend in sterk stijgende voedselprijzen. Van de Franse Revolutie (“Qu’ils mangent de la brioche”) tot de Arabische lente (‘Mohamed  Bouazizi”), inflatie zorgt voor revoluties. Iets wat Peking tegen elke prijs wil voorkomen.

Geen monetaire gekte

In tegenstelling tot de Bundesbank en de PBoC richten de ECB en de Federal Reserve zich vooral op het optimaliseren van economische groei. Dit zijn ook de banken die hebben toegegeven aan de monetaire gekte, goed voor aandeelhouders, maar niet voor spaarders en obligatiehouders. De grootste vijand van een obligatiehouder is inflatie en die kan daarom beter terecht bij de Bundesbank (wiens rol helaas is overgenomen door de ECB) of de PBoC. Uiteindelijk komt dat terug in het rendement en dan met name door de munt.

Zo gingen er eind jaren zestig 4 D-Mark in een dollar en stond de Duitse rente boven de Amerikaanse rente. Na de inflatie in de jaren zeventig ging er opeens nog maar 1,5 D-mark in een dollar en stond de Duitse rente beneden de Amerikaanse rente, een verschil van meer dan 160 procent. Erg veel, zelfs in die periode. Nu is geopolitiek wel van belang, maar beleggers buiten de VS moeten zich wel realiseren dat China het grootste absolute overschot heeft op de lopende rekening. Het land heeft helemaal geen buitenlandse financiering nodig. In een crisis worden landen met een spaartekort meer getroffen dan China. Nergens is de Sharpe-ratio zo hoog in obligatieland als bij Chinese obligaties, zowel voor dollarbeleggers als eurobeleggers. Die stabiliteit is belangrijk voor centrale banken die reserves beheren (overigens ook voor andere instellingen zoals pensioenfondsen).

Chinese staatsobligaties in portefeuille

Door de lage correlatie van Chinese staatsobligaties met andere markten voegen ze ook veel toe in een portefeuille als het gaat om het spreiden van risico. Als geoptimaliseerd zou worden op risico dan mag zelfs 40 tot 50 procent van de portefeuille uit Chinese staatsobligaties bestaan. Dat is onrealistisch groot, maar het niet in portefeuille hebben van Chinese staatsobligaties raakt direct het voor risico-gewogen rendement.

De PBoC is de enige grote centrale bank in de wereld die niet meegedaan heeft aan de monetaire gekte. Hier geen kwantitatieve verruiming of negatieve rentes. Exclusief de buitenlandse activa is de balansomvang van  de PBoC slechts 16 procent van het BBP, tegen 58 procent voor de ECB, 32 procent voor de Federal Reseve en 127 procent voor de BoJ. Dit heeft gevolgen voor de toekomstige inflatie, voor de volatiliteit van de rentecurve en de toekomstige trend in valuta en het concurrentievermogen.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

 

Disclaimer

Gerelateerde artikelen

De magische 4%

Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen

Meer lezen

De semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij

Chipaandelen corrigeren hard, maar de semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij. Kunstmatige intelligentie en robots stuwen de vraag.

Meer lezen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.