Chinese afhankelijkheid Verenigde Staten
Sinds de Grote Financiële Crisis wil China minder afhankelijk worden van de Amerikaanse economie, vooral het Amerikaanse financiële systeem. Dat doet China door de renminbi te positioneren als alternatief voor de dollar als reservemunt. Nu zal het nog lang duren voordat de Chinese munt die rol van de dollar kan overnemen. China ging er verder van uit dat de Verenigde Staten vooral via energie controle kon krijgen over het land. Dat is een van de redenen dat China groot heeft ingezet op Chinese autonomie op het gebied van energie, met grote waterkrachtcentrales, pijpleidingen naar Rusland. Dat verklaart ook de territoriale interesse in de Zuid-Chinese Zee met daaronder zo’n 125 miljard vaten olie. Bovendien bestaat 10 procent van het Chinese BBP uit sectoren actief op het gebied van alternatieve energie: elektrische voertuigen, batterijen, zonnecellen, windmolens en nucleaire energie.
Chipsboycot
Alweer meer dan vijf jaar geleden werd China verrast door de Amerikaanse Chipsboycot. Dat begon nog onder Trump 1 met Huawei wat onder Biden evolueerde dat tot een totale boycot van high-end chips. De VS verboden zelfs het Nederlandse ASML om de nieuwste machines aan Chinese bedrijven te leveren. China moet nu met eigen technologie chips produceren en met het programma ‘Made in China 2025’ begint dat aardig te lukken. De Chinese economie beperkt zich niet tot chips en alternatieve energie. Tegenwoordig is er voor vrijwel elk product een goedkoop en kwalitatief steeds beter Chinees alternatief. Het Chinese financiële systeem moest meebewegen om dit te realiseren. Het gaat de Peoples Bank of China niet langer alleen om de inflatie, maar ook om het realiseren van economische groei. Het resultaat is dat China niet alleen land is voor beleggers in obligaties (het was de beste presterende markt voor staatsobligaties over de afgelopen jaren), maar steeds meer ook een land voor beleggers in aandelen.
Nationaal Volkscongres
Dit werd ook duidelijk tijdens het recent gehouden Nationale Volkscongres met een duidelijke pro-groei doelstelling. Voor dit jaar handhaaft Peking een groeidoelstelling van 5 procent, een ambitieus doel gezien de handelsoorlog met de Amerikanen. Het begrotingstekort gaat zelfs naar 4 procent, opmerkelijk gezien de jarenlange ongeschreven grens van 3 procent. Dat zorgt voor de grootste fiscale stimulans in drie jaar tijd.
Het Nationale Volkscongres wil verder de binnenlandse consumptie stimuleren. Het budget voor consumentensubsidies is verdubbeld tot 300 miljard renminbi, en premier Li Qiang heeft expliciet beloofd de vastgoed- en financiële markten te stabiliseren om het vertrouwen te versterken. Verder wil Peking uitdrukkelijk de private sector ondersteunen, wat ontblijkt uit de recente ontmoeting tussen Xi Jinping en Jack Ma (de topman van Alibaba).
Tot slot wil China haar technologische ontwikkeling intensiveren, niet alleen op basis van economische overwegingen, maar ook op basis van nationale veiligheid. Dat lukt al aardig gezien de doorbraak van DeepSeek in januari 2025, waarbij een AI-model werd ontwikkeld met dezelfde functionaliteit als ChatGPT maar tegen een fractie van de kosten. Dit is slechts één voorbeeld van China’s vooruitgang in technologie, maar let ook op de Chinese voorsprong in humanoïde robots, autonoom rijdende auto’s en hernieuwbare energie.
Privaat initiatief en vrije markten
China kan haar ambities alleen realiseren als ze gebruikmaakt van het private initiatief en vrije markten. De markten zijn nu al veel vrijer dan in Europa en zelfs in de Verenigde Staten en nu ook Peking er alles aan zal doen om de ‘animal spirits’ nieuw leven in te blazen, ontstaat er een interessante mogelijkheid voor aandelenbeleggers. Wel blijft het relevant in de Chinese autocratie dat de belangen van beleggers parallel lopen aan die van de machthebbers in Peking. Uit het voorbeeld van DeepSeek blijkt wel dat China’s technologische mogelijkheden veel verder gevorderd dan eerder werd gedacht. De technologische vooruitgang van China wordt steeds zichtbaarder, wat naar verwachting zal leiden tot diverse investeringsmogelijkheden.
Chinese aandelen sloten 2024 af met dubbelcijferige winsten in Amerikaanse dollars, waarmee een verliesreeks van drie jaar werd beëindigd. Cruciaal voor deze ommekeer was de rol van China’s centrale bank, de People’s Bank of China (PBoC). De centrale bank verlaagde niet alleen de rente en hypotheektarieven, maar introduceerde ook meer pro-aandelenmarktbeleid, waaronder het kopen van binnenlandse ETF’s en het fungeren als lender of last resort. Naast de Fed-put is er nu ook een PBoC-put.
Buitenlandse investeerders bezitten slechts ongeveer 4% van de Chinese A-aandelen-markt. Tot voor kort ging een groot deel van de Chinese besparingen naar huizen, maar huizen zijn gemaakt om in te wonen, niet om mee te speculeren volgens Xi Jinping. Mede daardoor liggen de contanten van particuliere beleggers dicht bij recordhoogte. De particuliere deposito’s zijn nu twee keer zo groot als de totale marktkapitalisatie van Chinese A-aandelen. Niet alleen beleggers in China hebben hoge kasniveaus – bedrijven ook. Chinese bedrijven hebben in totaal ongeveer 2,3 biljoen dollar aan contanten op hun balans. Dit is ongeveer 27% van hun marktkapitalisatie – hoger dan de meeste andere wereldwijde markten. Om de aantrekkelijkheid van aandelenmarkten te vergroten, hebben toezichthouders maatregelen genomen om aandeelhoudersrendementen te verbeteren. In 2024 overtroffen record-aandeleninkopen voor het eerst de aandelenuitgifte, wat wijst op een structurele verandering.
Typische value-propositie
De waarderingen van zowel binnenlandse als buitenlandse aandelen liggen op aantrekkelijke niveaus. Koers-boekwaardeverhoudingen liggen onder het langetermijngemiddelde. Koers-winstverhouding lijken optisch hoger, maar dit komt doordat de bedrijfswinsten zich op cyclisch lage niveaus bevinden. Een ander belangrijk element is het toenemende rendementsverschil tussen obligaties en aandelen. Het dividendrendement van de CSI 300-index ligt rond de 3,5%, vergeleken met het rendement op 10-jaars staatsobligaties van ongeveer 1,6%.
Een van de belangrijkste kwesties die de afgelopen jaren op Chinese aandelen drukte, waren risico’s gerelateerd aan de vastgoedmarkt. Deze risico’s zijn nog steeds aanwezig, maar de neergang op de Chinese vastgoedmarkt lijkt dichter bij het einde dan bij het begin. De overheid heeft aanzienlijke maatregelen genomen om de vastgoedmarkt te stabiliseren, waaronder het verlagen van hypotheekrentes, het verlagen van de aanbetaling en het verbeteren van toegang tot financiering voor ontwikkelaars.
Conclusie: Een nieuwe realiteit voor beleggers
De Chinese aandelenmarkt leek tot voor kort het tegenovergestelde van de Amerikaanse aandelenmarkt. Waar het gewicht van Amerikaanse aandelen in de wereldindex steeg tot een hoogtepunt, daalde het gewicht van Chinese aandelen in diezelfde index tot een dieptepunt. In de afgelopen jaren deed zich een opmerkelijk fenomeen voor dat typisch hoort bij value-beleggen. Nadat ondergewaardeerde aandelen eerst lange tijd worden genegeerd, komt een periode dat beleggers ze ook niet meer gaan volgen. Een jaar geleden was er vrijwel niemand te vinden die zich hard wilde maakten om in China te beleggen. Dat begint nu te veranderen. Desondanks is de onderwaardering van Chinese aandelen nog altijd groot.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief
Voor tussentijdse updates, volg Auréus op Linkedin