China is weer terug in beleggingsland. Na jaren waarin westerse beleggers het land massaal de rug toekeerden, is het sentiment volledig omgeslagen. Tijdens mijn bezoek aan China begin november zag ik met eigen ogen hoe het land weer in trek is bij internationale investeerders. Nog geen twee jaar geleden wilden veel fondsbeheerders niets met Chinese aandelen te maken hebben. Nu praten ze weer enthousiast over de kansen in de op een na grootste economie ter wereld.
Het dieptepunt kwam begin 2024. Toen durfde bijna niemand meer in China te beleggen vanwege politieke spanningen en zorgen over de economie. Veel westerse fondsen hadden zelfs de opdracht gekregen om al hun Chinese aandelen te verkopen, of ze dat nu wilden of niet. Deze gedwongen verkopen zorgden ervoor dat Chinese aandelen extreem goedkoop werden. Achteraf was dit het perfecte moment om in te stappen. Sindsdien zijn Chinese aandelen flink gestegen.
De economie blijft overeind
Wat vooral opvalt is dat de Chinese economie sterker is dan veel mensen dachten. Het land heeft grote problemen in de vastgoedsector en er zijn handelsspanningen met Amerika. Toch is China niet in een recessie beland. Dit is bijzonder. Andere landen die zo’n zware vastgoedcrisis meemaakten, kregen altijd te maken met een diepe recessie of een financiële crisis. China heeft dit weten te voorkomen.
De Chinese overheid speelt hierin een belangrijke rol. Wanneer de economie te veel vertraagt, grijpt Beijing in met stimuleringsmaatregelen. Dit geeft beleggers vertrouwen dat de situatie niet uit de hand loopt. Tegelijkertijd doen nieuwe technologiesectoren het goed, wat zorgt voor economische groei ondanks de problemen in traditionele sectoren zoals vastgoed.
China’s imago verbetert
De manier waarop de wereld naar China kijkt, is sterk verbeterd. Twee jaar geleden werden Chinese investeringen nog als giftig gezien. Fondsbeheerders waren bang voor hun reputatie als ze in China belegden. Nu is dat anders. Interessant genoeg heeft president Trump hier onbedoeld aan bijgedragen. Zijn controversiële uitspraken en handelstarieven hebben het imago van Amerika geschaad, vooral bij bondgenoten. Tegelijkertijd wordt China steeds meer gezien als een belangrijk tegenwicht tegen Amerikaanse dominantie. In de meeste landen verbetert het beeld van China. Zelfs in westerse landen komt de mening over China nu dichter bij die over Amerika. In opkomende markten zoals Brazilië en Zuid-Afrika is het beeld van China zelfs overwegend positief. Dit heeft concrete gevolgen: Chinese producten worden beter ontvangen.
Doorbraak in technologie
De meest spannende ontwikkeling is de Chinese vooruitgang in kunstmatige intelligentie. Chinese bedrijven maken AI-systemen die net zo goed werken als Amerikaanse, maar tegen veel lagere kosten. Het bedrijf Moonshot ontwikkelde bijvoorbeeld een AI-model voor slechts 4,6 miljoen dollar. Amerikaanse bedrijven geven hier miljarden aan uit.
De technologierace is nu echt een strijd tussen twee landen: Amerika en China. Chinese techbedrijven hebben het jaren moeilijk gehad, maar op de lange termijn hebben ze ongeveer evenveel rendement opgeleverd als Amerikaanse techbedrijven. Nu Amerikaanse techaandelen extreem duur zijn geworden, zoeken beleggers naar alternatieven. Chinese technologie biedt zowel groeikansen als een manier om risico’s te spreiden.
Chinese spaarders komen in beweging
Een belangrijke factor achter de stijging van Chinese aandelen is het spaargeld van Chinese gezinnen. Chinezen hebben enorm veel geld op spaarrekeningen staan – ongeveer 160% van de totale waarde van alle Chinese aandelen bij elkaar. Dit percentage daalt nu omdat mensen hun spaargeld beginnen te beleggen.
Met de rente op een historisch laag niveau leveren spaarrekeningen bijna niets op. Obligaties brengen ook weinig op, goud is al flink gestegen, en de huizenmarkt herstelt niet. Daarom worden aandelen steeds aantrekkelijker voor Chinese spaarders. We zien al dat mensen hun geld van spaarrekeningen naar betaalrekeningen verplaatsen, wat meestal betekent dat ze van plan zijn te investeren of meer uit te geven.
Westerse beleggers zijn ondervertegenwoordigd
Voor westerse beleggers dreigt een inhaalslag. Chinese aandelen maken slechts 3% uit van wereldwijde aandelenindexen, terwijl Amerikaanse aandelen bijna 65% uitmaken. De meeste internationale beleggers hebben dus weinig Chinese aandelen in hun portefeuille.
De Amerikaanse aandelenmarkt is meer dan twintig keer groter dan de Chinese. Dit betekent dat zelfs een kleine verschuiving van geld uit Amerika naar China een grote impact kan hebben op Chinese aandelenkoersen. Beleggers die nu nog aan de kant staan, kunnen straks spijt krijgen dat ze de boot hebben gemist, wat experts FOMO noemen: Fear Of Missing Out, oftewel de angst om iets te missen.
Nog steeds goedkoop
Ondanks de recente stijgingen zijn Chinese aandelen nog steeds goedkoop vergeleken met Amerikaanse. Het waarderingsverschil is nog nooit zo groot geweest. Dit betekent dat er nog ruimte is voor verdere stijgingen. Bovendien bieden Chinese aandelen bescherming tegen een mogelijke daling van de dure Amerikaanse techaandelen.
In een wereld die steeds meer wordt gedomineerd door twee grootmachten – Amerika en China – wordt het steeds belangrijker om in beide markten te beleggen. Het is niet langer verstandig om China volledig te negeren.
De hernieuwde interesse in China is geen tijdelijke rage. Het weerspiegelt grote veranderingen in de wereldeconomie. China’s economie is sterker dan verwacht, het imago van het land verbetert, Chinese technologie maakt indruk, en de aandelen zijn relatief goedkoop. Deze combinatie maakt China weer interessant voor beleggers.
Voor beleggers die durfden in te stappen toen iedereen negatief was, heeft dit al flinke winsten opgeleverd. China zou wel eens het belangrijkste beleggingsthema van de komende jaren kunnen worden. Het land dat twee jaar geleden nog werd gemeden, staat nu weer volop in de schijnwerpers.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief